RO 2009, 52
Concernvrijstelling. Is het verzet tegen beëindiging overblijvende aansprakelijkheid na intrekken 403-verklaring gegrond?
Rb. Rotterdam 16-04-2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI1676
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
16 april 2009
- Magistraten
Mr. A.J.P. van Essen
- Zaaknummer
322925/HA RK 09-12
323720/HA RK 09-21
324158/HA RK 09-29
324182/HA RK 09-30
324183/HA RK 09-31
324185/HA RK 09-32
324213/HA RK 09-34
- LJN
BI1676
- JCDI
JCDI:ADS647999:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Bedrijfseconomisch advies (V)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2009:BI1676, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 16‑04‑2009
- Wetingang
BW art. 2:403, 404
Essentie
Jaarrekeningenrecht. 403-verklaring. Aansprakelijkheid. Concernvrijstelling. Is het verzet tegen beëindiging overblijvende aansprakelijkheid na intrekken 403-verklaring gegrond?
Samenvatting
Op 30 november 2001 geeft verweerder een 403-verklaring af ten behoeve van een 100% dochtervennootschap (‘vennootschap’). In 2004 verkoopt verweerder alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap. Op 10 december 2008 deponeert verweerder een verklaring strekkende tot intrekking van de 403 aansprakelijkheid bij het handelsregister. Op 11 december 2008 maakt zij haar voornemen om de overgebleven aansprakelijkheid te beëindigen kenbaar door het deponeren van een daartoe strekkende verklaring bij het handelsregister en een mededeling in Trouw. Op 20 januari 2009 wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.