NJ 1961/196
Art. 71 lid 3 Pachtwet t.a.v. art. 77 Pachtbesluit verandering in wetgeving i.d.z. van art. 1 lid 2 Sr. Het bewezenverklaarde bevat niet alle bestanddelen van de gunstigste bepaling (art. 71 lid 3 Pachtwet).
HR 28-06-1960, ECLI:NL:HR:1960:54, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 1960
- Magistraten
Mrs. Feber, van Berckel, Westerouen van Meeteren, Kazemier, Dubbink [Rapp.]
- Zaaknummer
[28061960/NJ_1961-196]
- Conclusie
Mr. s'Jacob
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS138670:1
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1960:54, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑1960
- Wetingang
(Sr art. 1 lid 2; Pw art. 71 lid 3; Pachtbesluit 1945 art. 77.)
Essentie
Art. 71 lid 3 Pachtwet t.a.v. art. 77 Pachtbesluit verandering in wetgeving i.d.z. van art. 1 lid 2 Sr. Het bewezenverklaarde bevat niet alle bestanddelen van de gunstigste bepaling (art. 71 lid 3 Pachtwet).
Samenvatting
Bij de totstandbrenging van de Pachtwet is van regeringswege ten duidelijkste gesteld, dat het in art. 71, derde lid, Pachtwet vervatte strafbare feit reeds in art. 77 Pachtbesluit voorkwam en alleen een nieuwe formulering heeft gekregen om de strekking van laatstbedoeld voorschrift beter tot haar recht te doen komen. De wetgever heeft de overtreding van dit — door de nieuwe regeling derhalve in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.