Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.6:9.4.9.6 Opkomstpercentage
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.6
9.4.9.6 Opkomstpercentage
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192582:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pilkington 2017, §6.005-6.007; O’Dea, Long & Smyth 2012, §8.78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
520. In nr. 466 kwam aan bod dat voor de vaststelling of aan het waardecriterium is voldaan slechts de stemmen van de vermogensverschaffers die daadwerkelijk een stem uitbrachten bepalend zijn. Er geldt geen ‘opkomstdrempel’. De stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die niet aan de stemming deelnemen gelden dus niet als tegenstemmers. Met deze regel beoogt de wetgever te voorkomen dat de totstandkoming van redelijke akkoorden verhinderd wordt als gevolg van ‘rational apathy’ of ‘absenteïsme’. Toch zou mijns inziens ook het feit dat slechts ter zake van bijzonder weinig aandelen of vorderingen een stem is uitgebracht voor de rechter een reden moeten zijn voor een nader onderzoek. Ook de Engelse rechter kan aandacht besteden aan opkomstpercentages bij de afweging of hij gebruik zal maken van zijn discretion om een scheme te homologeren.1