Rb. Midden-Nederland, 06-02-2023, nr. 16/604094-05 (vordering verlenging tbs)
ECLI:NL:RBMNE:2023:763
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
06-02-2023
- Zaaknummer
16/604094-05 (vordering verlenging tbs)
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBMNE:2023:763, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 06‑02‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBMNE:2021:6872, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 17‑11‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 06‑02‑2023
Inhoudsindicatie
Afwijzing vordering verlenging tbs. Einde tbs-maatregel.
Partij(en)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/604094-05 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 februari 2023
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1. De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
- -
het vonnis van deze rechtbank van 20 september 2005 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag en bedreiging, meermalen gepleegd;
- -
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 november 2005;
- -
de beslissing van deze rechtbank van 17 november 2021, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd onder voorwaarden.
- -
de vordering van de officier van justitie van 12 oktober 2022, die strekt tot verlenging van de voorwaardelijk beëindigde terbeschikkingstelling met een jaar;
- -
het verlengingsadvies van 19 juli 2022 van Reclassering Nederland, opgemaakt door C. Harwig (reclasseringswerker), inhoudend het advies om de (voorwaardelijk beëindigde) terbeschikkingstelling te beëindigen;
- -
het indicatiebesluit van 15 december 2022 van het CIZ, dat strekt tot verlening van de indicatie voor het gevraagde zorgprofiel;
- -
het Pro Justitia-rapport van 20 juni 2022, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater;
- -
de voortgangsverslagen van Reclassering Nederland van 15 februari 2022 en 26 april 2022.
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 2 november 2022 en op 6 februari 2023 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. E. ter Braak;
- de betrokkene (op 6 februari 2023 via een videoverbinding), bijgestaan door zijn raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht;
- de heer C. Harwig, reclasseringswerker (op 2 november 2022 via een videoverbinding).
3. Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De reclasseringswerker voornoemd heeft ter zitting van 2 november 2022 het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als laag, indien en voor zover betrokkene bij de [instelling] kan blijven wonen.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te beëindigen.
4. Het standpunt van de psychiater
De psychiater concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Het risico op gewelddadig gedrag zou oplopen tot hoog bij het wegvallen van de huidige zorg- en verblijfssetting en structuur. Binnen de huidige zorg- en verblijfssetting wordt het risico op gewelddadig gedrag als laag ingeschat.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling niet te verlengen, mits betrokkene een indicatie krijgt voor voortzetting van het verblijf bij [instelling] .
5. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering gewijzigd. Gelet op hetgeen in de hiervoor aangehaalde rapporten wordt geadviseerd, vordert zij de rechtbank de schriftelijke vordering af te wijzen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd.
6. Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen, zodat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd.
7. Het oordeel van de rechtbank
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 20 september 2005 veroordeeld voor een poging tot doodslag en bedreiging. De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 23 november 2020 overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten matige verstandelijke beperking, een psychotische stoornis (differentiaal diagnostisch zou men kunnen denken aan schizofrenie) en een stoornis in het gebruik van alcohol, in langdurige volledige remissie in een gereguleerde omgeving.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als laag ingeschat, indien en voor zover betrokkene in de [instelling] zal blijven wonen.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het adviezen en de rapportages van de reclassering en de psychiater te twijfelen en neemt deze over.
Het afgelopen jaar, in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, heeft betrokkene met hulp en steun van de [instelling] zijn stabiele functioneren weten te continueren. Betrokkene heeft zich geconformeerd aan de (bijzondere) voorwaarden van de tbs en er zijn geen incidenten geweest of anderszins zorgelijke gebeurtenissen. Betrokkene is op zijn plek bij de [instelling] en dat besef heeft hij nu zelf ook. De zorg en geboden begeleiding sluiten goed aan bij de problematiek van betrokkene. Het geboden risicomanagement wordt als adequaat beschouwd waardoor ook het risico op gewelddadig gedrag onder de huidige omstandigheden als laag wordt ingeschat. Belangrijk is dat betrokkene medicatietrouw is en dat hij ook op vrijwillige basis wil blijven wonen bij de [instelling] . In verband hiermee is door de [instelling] een WLZ-indicatie aangevraagd. Omdat de uitkomst daarvan nog niet duidelijk was op de zitting van 2 november 2022, heeft de rechtbank de behandeling van de zaak toen aangehouden in afwachting op de uitkomst van deze aanvraag. Op 15 december 2022 is de WLZ-indicatie afgegeven, zodat betrokkene ook na afloop van de tbs-titel kan blijven wonen bij de [instelling] . Indien betrokkene toch (psychotisch) zou ontregelen, op het moment dat er geen sprake meer is van de tbs-maatregel, kan betrokken tijdelijk geplaatst worden op een crisisplek van GGZ Centraal.
Betrokkene heeft zelf ter terechtzitting aangegeven dat hij graag bij de [instelling] wil blijven wonen en dat dat zonder tbs-titel kan.
Beëindiging
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht neergelegde gevaarscriterium, te weten dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, op betrokkene niet meer van toepassing is.
De rechtbank zal derhalve de terbeschikkingstelling van betrokkene niet verlengen.
8. De beslissing
De rechtbank wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van [betrokkene] voornoemd.
Deze beslissing is genomen door mr. E.W.A. Vonk, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2023.
Mr. Bij de Vaate is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Uitspraak 17‑11‑2021
Inhoudsindicatie
TBS-verlenging 1 jaar. Voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging.
Partij(en)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/604094-05 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 17 november 2021
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,
feitelijk verblijvende te [verblijfplaats 1] , [adres 1] , [woonplaats] ,
formeel verblijvende te [verblijfplaats 2] , [adres 2] te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1. De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 20 september 2005, waarbij betrokkene ter
beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft
schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en bedreiging;
- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op
12 november 2005;
- de beslissing van deze rechtbank van 23 november 2020, waarbij de termijn van tbs voor
het laatst is verlengd met één jaar;
- de vordering van de officier van justitie van 30 september 2021, die strekt tot verlenging
van de tbs met één jaar;
- het verlengingsadvies van Trajectum van 7 september 2021, opgemaakt door
drs. M. Kappeyne van de Coppello-Rakic (hoofd van de inrichting), drs. I.K.D. Beekhuis (regiebehandelaar/GZ-psycholoog) en drs. P.A. de Mon (psychiater), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar en de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen;
- het Pro Justitia-rapport van 18 augustus 2021, opgemaakt door I. Maksimovic,
psychiater;
- het Pro Justitia-rapport van 4 augustus 2021, opgemaakt door L.M.L. Thung, klinisch
psycholoog;
- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de
betrokkene, over de periode van 15 juni 2020 tot en met 3 februari 2021;
- het voortgangsverslag toezicht van Tactus verslavingszorg van 20 januari 2021,
opgemaakt door E.M. Maurits (reclasseringswerker) en E. Borstlap (reclasseringswerker);
- het voortgangsverslag toezicht van Tactus verslavingszorg van 5 maart 2021
opgemaakt door E.M. Maurits (reclasseringswerker) en E. Borstlap (reclasseringswerker);
- het voortgangsverslag toezicht van Tactus verslavingszorg van 19 mei 2021,
opgemaakt door E.M. Maurits (reclasseringswerker);
- het voortgangsverslag toezicht van Tactus verslavingszorg van 28 juli 2021,
opgemaakt door E.M. Maurits (reclasseringswerker) en L.M. Benard (reclasseringswerker);- het reclasseringsadvies tbs voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging van 29 juni 2021, opgemaakt door E.M. Maurits (reclasseringswerker) en M. Hazeleger (unitmanager).
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 3 november 2021 ter terechtzitting plaatsgevonden.
Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. E.M. ter Braak;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, mw. I.K.D. Beekhuis;
- de reclasseringswerker, mw. E.M. Maurits.
3. Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Het recidiverisico blijft hoog wanneer betrokkene niet in een passende setting met bijbehorend risicomanagement zal verblijven. Betrokkene is dus afhankelijk van het huidige risicomanagement om recidive te voorkomen.
Via de weg der geleidelijkheid heeft betrokkene zich de afgelopen jaren positief door de verschillende stappen van zijn resocialisatie bewogen; van transmuraal verlof, met daarbinnen een langere periode Forensisch Psychiatrisch Toezicht, naar proefverlof. De stappen die betrokkene gezet heeft, in combinatie met het stabiele functioneren van betrokkene, maken dat de volgende stap, voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, verantwoord en logisch is. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zal er voor betrokkene in de alledaagse praktijk weinig veranderen. Ook na een eventuele beëindiging van de maatregel van tbs kan betrokkene bij de [verblijfplaats 1] verblijven in het kader van de reguliere GGZ.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar en de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen onder de voorwaarden zoals gesteld in voornoemd reclasseringsrapport.
4. Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport.
De reclasseringswerker heeft op de zitting toegelicht dat de reclassering positief is over de achterliggende periode. Betrokkene verblijft bij de [verblijfplaats 1] en functioneert al jaren stabiel. Het is mogelijk dat over een jaar de overgang van de tbs-maatregel naar de reguliere GGZ aan de orde is. Als betrokkene bij de [verblijfplaats 1] kan blijven wonen, waar de reclassering van uitgaat, dan is een meetmoment over een jaar wenselijk.
Onder de huidige omstandigheden, het verblijf bij de [verblijfplaats 1] met de structuur die aan betrokkene wordt geboden, schat de reclassering het risico op recidive in als laag-gemiddeld.
De reclassering adviseert om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen onder de volgende voorwaarden:
Geen strafbaar feit plegen
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Meewerken aan time-out
Niet naar het buitenland reizen
Ambulante behandeling
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Dagbesteding
Drugsverbod
Alcoholverbod
Overige voorwaarden
Overige voorwaarden
Zoals afgesproken in een convenant tussen Stichting Reclassering Nederland, Tactus Reclassering Flevoland, Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, arrondissement Zwolle en Regiopolitie Flevoland ten behoeve van de informatie-uitwisseling tbs-gestelden in de regio Flevoland, zal de reclassering de gegevens van betrokkene melden aan de politie Flevoland.
Betrokkene werkt mee aan bewindvoering en geeft inzage in zijn financiën indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.
5. Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De deskundigen concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Zij achten het recidiverisico op agressief gedrag bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling hoog tot zeer hoog.
Het advies van beide deskundigen luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van een jaar en de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Voorwaarden zijn wel dat betrokkene kan blijven wonen bij de [verblijfplaats 1] , abstinentie van alcohol, medicatietrouw en dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de hulpverleners.
6. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling gewijzigd en vordert de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
Voorts heeft de officier van justitie verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, onder de voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport.
7. Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel voor de duur van een jaar. Daartoe is aangevoerd dat betrokkene op de [verblijfplaats 1] kan blijven wonen en dat er feitelijk weinig zal veranderen voor hem. Dezelfde voorwaarden blijven immers van kracht. Hij functioneert op deze manier al jaren stabiel.
De verdediging kan zich vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport.
8. Het oordeel van de rechtbank
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 20 september 2005 veroordeeld voor een poging tot doodslag en bedreiging.
De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 23 november 2020 overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten schizofrenie (paranoïde type), een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie) en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis (met antisociale en borderline kenmerken). Daarnaast is bij betrokkene sprake van een lichte verstandelijke beperking.
Ook uit de Pro Justitia rapportages blijkt dat bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. In de kern komen de diagnostische overwegingen van de psychiater en psycholoog overeen met die van de kliniek.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van
de adviezen te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de inrichting, de niet aan de inrichting verbonden deskundigen, de reclassering en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene verblijft sinds november 2016 bij de [verblijfplaats 1] te [woonplaats] en functioneert binnen deze structurerende omgeving de afgelopen jaren stabiel binnen zijn mogelijkheden. Betrokkene verblijft met plezier bij de [verblijfplaats 1] en wil daar graag blijven wonen. Zoals hierna zal worden overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd onder de door de reclassering gestelde voorwaarden. Feitelijk verandert er voor betrokkene dan weinig. Nu betrokkene al jaren stabiel functioneert in de huidige setting en ter terechtzitting duidelijk is geworden dat hij in het kader van de reguliere GGZ ook bij de [verblijfplaats 1] in dezelfde gestructureerde setting kan verblijven, is de rechtbank van oordeel dat de tbs slechts met één jaar dient te worden verlengd. In het komende jaar dient te worden uitgezocht of een overgang van de tbs-maatregel naar de reguliere GGZ (met zorgmachtiging) mogelijk is. Gelet hierop is niet uitgesloten dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen.
De rechtbank zal om die reden de terbeschikkingstelling met één jaar verlengen.
Voorwaardelijke beëindiging
De rechtbank is, gelet op het verhandelde ter terechtzitting, daarnaast van oordeel dat de veiligheid van personen door het stellen van na te melden voorwaarden aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, voldoende kan worden gewaarborgd.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene zich bereid heeft verklaard alle hem opgelegde voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege na te leven.
9. De toepasselijke wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met één jaar.
De verpleging van overheidswege wordt met ingang van heden onder de volgende voorwaarden beëindigd.
Geen strafbaar feit plegen
Betrokkene maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Betrokkene werkt mee aan reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
- Betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
- Betrokkene laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.
- Betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
- Betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
- Betrokkene werkt mee aan huisbezoeken.
- Betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
- Betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
- Betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene als dat van belang is voor het toezicht. Indien betrokkene een partnerrelatie krijgt, dient hij de reclassering hiervan op de hoogte te stellen. Indien het noodzakelijk wordt geacht, wordt er een kennismakingsgesprek met de reclassering en partner georganiseerd.
Meewerken aan time-out
Betrokkene werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.
Niet naar het buitenland
Betrokkene gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.
Ambulante behandeling
Indien door de reclassering geïndiceerd laat betrokkene zich behandelen door een ambulante forensische zorgverlener of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Betrokkene verblijft in [verblijfplaats 1] te [woonplaats] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Overnachtingen elders gaan in overleg en met toestemming van de reclassering.
Dagbesteding
Betrokkene beschikt over dagbesteding bij [verblijfplaats 1] te [woonplaats] . Betrokkene onderhoudt contact met de reclassering over de voortgang van deze dagbesteding en wisselt niet op eigen initiatief van dagbesteding daar deze ook is gekoppeld aan het verblijf bij [verblijfplaats 1] . In geval van een verhuizing naar een andere woonlocatie zal betrokkene in overleg met de begeleiding van de nieuwe woonplek en de reclassering op zoek gaan naar een nieuwe vorm van dagbesteding.
Drugsverbod
Betrokkene gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle vindt plaats door middel van urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
Betrokkene gebruikt geen alcohol en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.
Overige voorwaarden:
- Zoals afgesproken in een convenant tussen Stichting Reclassering Nederland, Tactus Reclassering Flevoland, Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, arrondissement Zwolle en Regiopolitie Flevoland ten behoeve van de informatie-uitwisseling tbs-gestelden in de regio Flevoland, zal de reclassering de gegevens van betrokkene melden aan de politie Flevoland.
- Betrokkene werkt mee aan bewindvoering en geeft inzage in zijn financiën indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.
Waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beslissing is genomen door mr. I. Jadib, voorzitter, mrs. P.A. Buijs en E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2021.
Mr. Jadib is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.