V-N 2026/15.18
VVerlenging redelijke termijn vanwege onvoldoende beschikbare zittingscapaciteit gemachtigde is mogelijk
HR (Parket) 13-03-2026, ECLI:NL:PHR:2026:248, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
13 maart 2026
- Zaaknummer
25/02550
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD53454:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:735, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:248, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑03‑2026
- Wetingang
Essentie
A-G Pauwels bespreekt de vraag hoe bij de vaststelling van de ISV moet worden omgegaan met de situatie waarin vertraging in de beroepsfase ontstaat doordat de gemachtigde van een belastingplichtige (structureel) onvoldoende beschikbaar is voor zittingen.
Samenvatting
X schakelt een gemachtigde in die voor hem opkomt tegen de vastgestelde WOZ-waarde. Rechtbank Midden-Nederland kent X een immateriëleschadevergoeding (ISV) toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De standaardtermijn is met dertien maanden overschreden, maar de rechtbank verlengt die termijn met één jaar vanwege de bijzondere omstandigheid dat de no-cure-no-pay-gemachtigde van X, die vele zaken behandelt, structureel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.