Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.6.1:14.6.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.6.1
14.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS499606:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In onze rechtsorde is het klassieke onderscheid tussen nalevingstoezicht en (bestuurlijke en strafrechtelijke) opsporing vooral van belang voor de toepasselijke onderzoeksbevoegdheden van de autoriteiten en/of de rechten en waarborgen van de verdachte die daarop betrekking hebben, zoals het boeterechtelijk zwijgrecht in art. 5:10a Awb. Wetstechnisch is het onderscheid tussen toezicht op naleving, boete- en strafvorderlijk onderzoek vrij scherp te trekken. In de praktijk is dit onderscheid (veel) minder duidelijk wanneer deze onderzoekssferen samenlopen, dat wil zeggen wanneer twee (of zelfs drie) onderzoeken tegelijk plaatsvinden (of opeenvolgend).
Onduidelijkheid wordt vooral opgeroepen doordat toezichts- en (bestuurlijke en strafrechtelijke) opsporingsbevoegdheden soms aan een en dezelfde ambtenaar zijn toegekend. Toezichtsbevoegdheden kunnen ook voor boete- en strafdoeleinden worden ingezet en andersom. Bovendien kan de in de toezichtssfeer afgedwongen medewerking voor boete- en strafdoeleinden worden gebruikt en andersom. De verschillende sferen krijgen dan een hybride karakter.
Omdat in deze studie het risico van zelfbelasting door burgers in punitieve belastingzaken centraal staat, zal ik mij hierna concentreren op de situatie waarin toezichtsbevoegdheden worden ingezet voor boete- of strafvorderlijke doeleinden respectievelijk de in de toezichtssfeer verkregen medewerking naderhand voor boete- of strafvorderlijke doeleinden wordt gebruikt. De omgekeerde situaties, waarin boete- of strafvorderlijke bevoegdheden worden ingezet voor toezichtsdoeleinden respectievelijk de in de boete- of strafvorderlijke sfeer verkregen medewerking voor toezichtsdoeleinden wordt gebruikt, komen hierna min of meer terloops aan de orde. De normering daarvan heeft hoogstens interpretatieve waarde voor de samenloopproblematiek.