Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.10.2:9.10.2 Rsli’s onderling
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.10.2
9.10.2 Rsli’s onderling
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633613:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen rsli’s onderling is sprake van verschil in fiscale behandeling op verschillende terreinen. De rechtsvorm kerkgenootschap waarvoor diverse faciliteiten gelden, speelt hierbij een belangrijke rol.
Wat betreft het verschil bij het aangaan van convenanten bestaat er een rechtvaardigingsgrond mits alle rsli’s op basis van de fundamentele beginselen dezelfde mogelijkheden hebben om onder dezelfde voorwaarden een eigen convenant met de Belastingdienst te sluiten.
Voor kerkgenootschappen geldt een beperkte publicatieplicht van financiële gegevens. Dit levert een verschil op tussen rsli’s met de rechtsvorm kerkgenootschap en overige rsli’s. Hiervoor bestaat geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond.
Kerkgenootschappen hoeven niet de namen van hun bestuurders te publiceren, omdat in strijd met het recht op privacy hieruit de geloofsovertuiging van de bestuurders als bijzonder persoonsgegeven te herleiden zou zijn. Deze uitzondering geldt niet voor overige rsli’s. Voor dit verschil bestaat geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond.
In de (uitvoering van de) heffingswetten constateer ik geen verschil in fiscale behandeling tussen rsli’s onderling. In een enkele rechterlijke uitspraak is aan een spirituele instelling geen eredienstuitzondering toegekend. Omdat spiritualiteit lastiger te omlijnen is en spirituele initiatieven zelden geformaliseerd zijn, kan een spirituele instelling problemen ondervinden om een geslaagd beroep te doen op de eredienstuitzondering voor gebouwen die in hoofdzaak bestemd zijn voor spirituele activiteiten. Hoewel op grond van de wettekst geen formele organisatie of structuur vereist is voor een geslaagd beroep op de eredienstuitzondering, blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de eredienstuitzondering bedoeld is voor kerkgenootschappen of geestelijke gemeenschappen op levensbeschouwelijke grondslag. Voor een geslaagd beroep op de eredienstuitzondering voor gebouwen waarin spiritualiteit wordt beoefend, helpt het als de belanghebbende een meeromvattende levensbeschouwing aan de hand van de EHRM-vereisten als grondslag voor de spirituele activiteiten aannemelijk kan maken. Dit kan bijvoorbeeld door te verwijzen naar een samenstel van principes, filosofieën en tradities als grondslag voor de spirituele activiteiten waardoor deze activiteiten verder gaan dan slechts een individuele zelfontplooiing.