De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.1:4.1 Inleidende opmerkingen: plan van behandeling
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.1
4.1 Inleidende opmerkingen: plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394771:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat de eerste vraag centraal waarvoor de benadeelde bij een ongeval met een internationaal aspect zich gesteld ziet: tot wie kan hij zich wenden? Het antwoord op die vraag verschilt, zoals ik in het vorige hoofdstuk heb vastgesteld, naar gelang van de omstandigheden van het ongeval, waarbij het belangrijkste onderscheid is of een inwoner van een land schade lijdt door toedoen van een bezoekend motorrijtuig of dat de benadeelde zelf bezoeker is van een ander land dan dat van zijn woonplaats. In de eerste situatie kan het groenekaartstelsel een rol spelen, in de tweede situatie zou de benadeelde een beroep kunnen doen op de structuren die hem sinds de 4e Richtlijn ter beschikking worden gesteld.
Vanzelfsprekend heeft de benadeelde van een aanrijding waarvoor een derde aansprakelijk is, de mogelijkheid de pleger van de onrechtmatige daad in persoon aansprakelijk te stellen. Deze weg die, als de aansprakelijke ingezetene is van een ander land dan dat van de woonplaats van de benadeelde, nog moeilijker begaanbaar is en nog minder kans biedt op spoedige schadeloosstelling dan in een nationale context al het geval is, blijft buiten beschouwing. Hier gaat het erom tot wie de benadeelde zich kan wenden op grond van de wetgeving op het gebied van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen.
Onderzocht zullen worden de mogelijkheden voor de benadeelde om de Wam-verzekeraar, het Bureau, het schadevergoedingsorgaan en het waarborgfonds aan te spreken. Ook komen de figuren van de door de verzekeraar aangestelde benoemde correspondent en van de schaderegelaar aan de orde. Behandeld worden niet alleen de voorwaarden waaronder de benadeelde zijn aanspraken tegen deze partijen geldend kan maken, maar ook de juridische grondslag van deze aanspraken.
De opzet van dit hoofdstuk is als volgt.
Centraal staat in dit hoofdstuk de benadeelde. In paragraaf 4.2 wordt daarom eerst onderzocht wie daaronder moet worden begrepen, zowel vanuit communautair-rechtelijk oogpunt, als vanuit de Wam. Vervolgens wordt in paragraaf 43 een globale schets van de door de benadeelde aan te spreken partijen gegeven. De positie van elk van de hiervoor aangeduide partijen en instanties wordt vervolgens nader geanalyseerd, met als uitgangspunt de vraag: in welke ongevalssituatie kunnen zij een rol spelen? Deze paragraaf wordt afgesloten met een aantal 'beslisbomen', met behulp waarvan de lezer snel een globaal antwoord kan vinden op de vraag naar de te bewandelen weg.
Vervolgens wordt in paragraaf 4.4 eerst de positie van de verzekeraar onderzocht. Als de aansprakelijke verzekerd is tegen aansprakelijkheid en dekking heeft in het land waar het ongeval plaatsvindt, kan de benadeelde de verzekeraar doorgaans direct aanspreken. In zoverre staan de aanspraken van de benadeelde tegen de verzekeraar naast zijn aanspraken tegen hetzij het Bureau, hetzij het schadevergoedingsorgaan. In beginsel is niet van belang of de bezoeker van een land benadeelde is of juist veroorzaker.
In paragrafen 4.5 en 4.6 wordt de positie onderzocht van de benadeelde die schade lijdt door toedoen van een bezoekend motorrijtuig. Hier gaat het in beginsel om een ongeval dat onder het groenekaartstelsel moet worden afgehandeld. De aanspraken tegen het Bureau en de eventueel door de verzekeraar aangestelde benoemde correspondent vormen het onderwerp van paragraaf 4.5. In een aantal gevallen kan de benadeelde echter geen beroep doen op het groenekaartstelsel en zal hij wellicht een aanspraak hebben op het waarborgfonds van het land van het ongeval. Daaraan is paragraaf 4.6 gewijd.
In de paragrafen 4.7, 4.8 en 4.9 staat de positie van het bezoekende slachtoffer centraal. In paragraaf 4.7 wordt onderzocht of en wanneer hij zich tot de schaderegelaar kan wenden. Paragraaf 4.8 bespreekt de mogelijkheden van de benadeelde om zich tot het schadevergoedingsorgaan te wenden en paragraaf 4.9 gaat na of, en zo ja onder welke omstandigheden de benadeelde kan of moet terugvallen op het waarborgfonds.
Paragraaf 4.10 vat het voorgaande samen en trekt enige conclusies omtrent het niveau van bescherming van de benadeelde van een verkeersongeval met een internationale component.
Centraal staan de Richtlijn en andere communautaire regelgeving en de Nederlandse wetgeving. Waar nuttig en nodig zal aandacht worden besteed aan buitenlandse rechtsstelsels, met name die van België, Duitsland en Frankrijk. De keuze voor deze landen wordt daardoor gerechtvaardigd dat de Nederlandse schadepraktijk uitwijst dat wij het meest frequent met wederpartijen uit deze landen te maken hebben. Telkens waar dat verhelderend kan werken, zullen concrete voorbeelden worden gegeven van ongevalssituaties die relevant zijn voor het besproken aspect. Daarbij zal (vrijwel) steeds sprake zijn van de betrokkenheid van een Nederlandse partij, hetzij als (verzekeraar van de) aansprakelijke, hetzij als benadeelde.