Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/3.5.4:3.5.4 Conclusie over de constitutionele beperkingen van corrigerende interpretatie
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/3.5.4
3.5.4 Conclusie over de constitutionele beperkingen van corrigerende interpretatie
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS353533:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf is ten eerste ingegaan op de mogelijkheden van corrigerende interpretatie.1 De rechter kan hiermee even zeer als met uitzonderingen evident onbillijke beslissingen veroorzaakt door strikte wetstoepassing voorkomen. Hij kan kiezen uit verschillende interpretatiemethoden, en kan ook bij interpretatie belangen afwegen en normatieve keuzes maken. Ten tweede zijn de constitutionele beperkingen van corrigerende interpretatie aan de orde gesteld.2 Voorop staat dat gekunstelde interpretaties moeten worden voorkomen. In plaats van voor een gekunstelde corrigerende interpretatie kan beter worden gekozen voor een uitzondering. Ook interpretaties die niet in lijn zijn met de bedoeling van de wetgever zijn in beginsel onwenselijk. Als alléén een gekunstelde interpretatie overeenstemt met die bedoeling, kan dat in uitzonderlijke gevallen reden zijn om de gekunsteldheid te aanvaarden. Voor corrigerende interpretatie moeten dezelfde constitutionele eisen gelden als voor uitzonderingen. Ten derde is besproken dat door die constitutionele beperkingen van corrigerende interpretatie, uitzonderingen niet overbodig zijn, ongeacht wat hierover in de doctrine is gesteld.3