NJO 1977, 15
De Rechtbank heeft geoordeeld dat de onteigende als redelijk handelend ondernemer de uitoefening van het bedrijf zou hebben gestaakt, ook indien onteigening achterwege ware gebleven.
HR 29-06-1977, ECLI:NL:HR:1977:AT2023, m.nt. MB
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 juni 1977
- Magistraten
Mrs. Telders, Reynders, Martens, Van Vucht en Jansen
- Zaaknummer
[1977-06-29/BR_72477]
- Conclusie
Conclusie Adv.-Gen. Mr. Franx.
- Noot
MB
- LJN
AT2023
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Tegemoetkoming in schade (planschade)
Onteigeningsrecht / Onteigening
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1977:AT2023, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑06‑1977
- Wetingang
art. 40 OW
Essentie
Zie de noot onder dit arrest. (Red.)
Partij(en)
De gemeente Schiedam, wier zetel aldaar is gevestigd, eiseres tot cassatie van een vonnis van de Rb. te Rotterdam van 20 jan. 1977, tevens incidenteel verweerster in cassatie, adv. Mr. J. W. Meijer,
tegen
de naamloze vennootschap N.V. Koelhuis en Ijsfabriek “ De Maas" (thans de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. Koelhuis en Ijsfabriek „De Maas"), te Schiedam, verweerster in cassatie, tevens incidenteel eiseres tot cassatie, adv. Mr. J. G. de Vries Robbe, en
tegen
de gemeente Schiedam, wier zetel aldaar is gevestigd, mede verweerster in cassatie, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.