Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.F.1
VII.F.1. De belastingadviseur-executeur, zijn beloning en de 'Raad van Tucht'
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408239:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
GERD BRÜGGEMANN, Der Steuerberater als Testamentsvollstrecker, Erbfolgebesteue-rung2005,7,p.160.
CRISTIAN KIRNBERGER, Die steuerliche Behandlung der Testamentsvollstreckung-vergutung (diss. Passau) 1998, p. 3.
WeekbladFiscaal Recht 1993, 6068. Zie ook B.M.E.M. SCHOLS,Wie is de executeur? De (belasting)adviseur, Fiscaal Tijdschrift Vermogen (FTV) mei 2001, nr. 5, p. 21-27 waarin wordt opgemerkt: 'De executeur-(belasting)adviseur houdt zich bijvoorbeeld alleen met ''fi-nanciële en juridisch-technische'' zaken bezig, terwijl de eerstelijns-executeur zich met het ''opruimen'' van het sterfhuis en aanverwante zaken bezig houdt.' Zou dit de kans op het ontstaan van (tuchtrechtelijke) 'brandhaarden' verkleinen?
De 'amateur'-executeur zal ongetwijfeld steeds meer vervangen gaan worden door de 'professional', al is het maar vanwege de hiervoor gesignaleerde fiscale haken en ogen die aan executele gekoppeld zijn. Ook hier geldt overigens 'Germania docet' nu het Bundesgerichtshof1 op 11 november 2004, I ZR 182/02 beslist heeft dat een 'Steuerberater' zich op zijn 'homepage' mag aanbieden als Testamentsvollstrecker en dat dit niet 'um die Besorgung fremder Rechtsangelegenheiten handelt.' En dat niet alleen. Het is niet voor niets dat men de executeur indachtig zijn beloning ook wel betiteld heeft als: 'de ware erfgenaam'.2Om maar een voorbeeld te noemen. In de hiervoor behandelde uitspraak van het Bundesfinanzhof van 2 februari 2005 bedroeg de beloning voor de Testamentvollstrecker (een belastingadviseur) maar liefst netto 226646 DM, oftewel 9% van de aktiva van de nalatenschap.
Een tuchtrechtelijk intermezzo. Aangezien een belastingadviseur zich niet alleen met fiscaal-technische vraagstukken bezighoudt, maar ook steeds vaker allerlei tuchtrechtelijke vraagstukken op zijn padtegenkomt, is het interessant om in het kader van de beloning van de belastingadviseur-executeur nog heel kort stil te staan bij een uitspraak van de Raad van Tucht van 29 december 1992 (1992/4).3 Het betrof een Federatie-belastingadviseur die over de afwikkeling van een relatief eenvoudige nalatenschap met een actief van ongeveer f 800000 en (voor zover ik kan nagaan) zonder schulden, niet alleen 34 maanden uittrok, maar ook nog als executeurbeloning f 125000 in rekening bracht. Blijkbaar was dit op basis van een door erflater vastgestelde beloning. Ter bepaling van de gedachten: onder het nieuwe erfrecht zou, zoals in het civielrechtelijk gedeelte gezien, de wettelijke beloning1% van f800000 bedragen hebben oftewel f 8000. Een van de argumenten van de executeur was dat de klacht niet ontvankelijk was, omdat de klacht gericht was op zijn functioneren als executeur, en niet op zijn functioneren als belastingadviseur. De Raad van Tucht maakte hier korte metten mee met de mededeling dat de tuchtrechtspraak niet slechts tot doel heeft het weren van misslagen van Federatie-belastingadviseurs, maar mede het weren van aantasting van de eer van de stand van de Federatie-belastingadviseurs. Hierbij werd van belang gevonden dat beklaagde in zijn schriftelijke contacten met de betreffende klagende erfgenaam regelmatig gebruik heeft gemaakt van briefpapier waarop zijn hoedanigheid van Federatie-belastingadviseur was vermeld. Daardoor raken zijn handelingen en gedragingen als executeur niet alleen hem persoonlijk, maar kunnen zij in beginsel ook afbreuk hebben gedaan aan het vertrouwen dat het publiek stelt en ook moet kunnen stellen, in degenen die het beroep van Federatie-belastingadviseur uitoefenen.
De Raad was in de concrete casus ieder geval van mening dat niet alleen de afwikkeling lang heeft geduurd, maar dat daarbij komt dat de lange duur van afwikkeling niet los kan worden gezien van de omstandigheid dat beklaagde gedurende de gehele afwikkelingsperiode aanzienlijke bedragen aan honorarium in rekening is blijven brengen. Üiteindelijk kwam men dan ook tot het oordeel dat de overtreding dermate ernstig was dat, indien hij nog lid van de Federatie zou zijn geweest, de Raad zijn lidmaatschap vervallen zou hebben verklaard.
Wat er ook van zij, een gewaarschuwddeclarerende executeur 'telt' (niet?) voor twee.