FED 2025/47
Chauffeurs Uber. Beantwoording prejudiciële vragen van Hof Amsterdam aan Hoge Raad over diens gezichtspunt over het begrip “ondernemerschap” binnen het in het Deliveroo-arrest geformuleerde toetsingskader voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken, art. 7:610 BW.
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:319, m.nt. dr. F.M. Werger
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. De Groot, Du Perron, Schaafsma, Salomons, Makkink
- Zaaknummer
24/00877
- Noot
dr. F.M. Werger
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9600:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:319, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:996, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2024
- Wetingang
Art. 3:305a e.v., 7:610 BW; art. 3 Wet AVV
Essentie
Chauffeurs Uber. Beantwoording prejudiciële vragen van Hof Amsterdam aan Hoge Raad over diens gezichtspunt over het begrip “ondernemerschap” binnen het in het Deliveroo-arrest geformuleerde toetsingskader voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken, art. 7:610 BW.
Samenvatting
Uber biedt aan taxichauffeurs de mogelijkheid om via het Uber-platform actief te zijn op de bel- en bestelmarkt. Daartoe dienen zij zich aan te melden op de website of in de Uber-app. Heeft de taxichauffeur wel een chauffeurskaart maar geen ondernemersvergunning, dan kan deze gaan rijden voor een “Fleet Partner” als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.