Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.3.2.1
5.3.2.1 Versterking van het zittende bestuur
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS467962:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een uitzondering betreft OK 28 oktober 1993,NJ 1994, 566 (Relocation Advisers (RLA)), waarin één van de drie bestuurders wordt ontslagen (zie hierna, tekstnummer 147). In OK 4 juli 2007,ARO 2007, 126 (Samlerhuset Group) worden drie commissarissen in de gelegenheid gesteld hun lidmaatschap van de RvC vóór 1 augustus 2007 met onmiddellijke ingang neer te leggen, bij gebreke waarvan zij per die datum als commissaris zijn ontslagen.
OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij); OK 4 mei 1995, rekestnr. 54/95 OK (Schoonmaakbedrijf Kerstens).
OK 20 november 1980, rekestnr. 11/80 OK (Catharina Adriana); OK 1 december 1994,NJ 1995, 502 (Vleesbedrijf J.W. van Asselt); OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal); OK 20 juni 2007,ARO 2007, 110 (Cordial Beheer en Registergoederen).
De enige uitzondering betreft OK 13 december 2006,ARO 2007, 12 (Daidalos): [B] en verzoekster [M] zijn beiden bestuurder van de vennootschap. De aandelen zijn alle in handen van een stichting AK, waarvan [B] en [M] eveneens bestuurder zijn. De certificaten van aandelen zijn gelijk verdeeld over [B] en [M].
OK 19 maart 1981, rekestnr. 22/80 OK (Textiel Industrie Mijnstreek); OK 11 januari 1990,NJ 1991, 548 (Joh. Friesendorp, m.nt. Maeijer); OK 23 november 2000,JOR 2001, 10 (Gebroeders Langedijk); OK 30 november 2000,JOR 2001, 4 (Zwagerman Beheer, m.nt. Van den Ingh); OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep); OK 29 april 2002,ARO 2002, 68 (Tactron Holding); OK 17 december 2007,ARO 2008, 10 (De Hasker Appelhof Holding).
Onder andere: OK 23 juni 1994,NJ1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij); OK 1 december 1994,NJ 1995, 502 (Vleesbedrijf J.W. van Asselt); OK 30 november 2000,JOR 2001, 4 (Zwagerman Beheer); OK 17 december 2007,ARO 2008, 10 (De Hasker Appelhof Holding).
Vergelijk: OK 20 november 1980, rekestnr. 11/80 OK (Catharina Adriana); OK 29 april 2002, ARO 2002, 68 (Tactron Holding).
Vergelijk: OK 4 mei 1995, rekestnr. 54/95 OK (Schoonmaakbedrijf Kerstens: de enig bestuurder heeft herhaaldelijk en zonder goedkeuring van de AVA zijn salaris verhoogd, zonder dat dit door het vennootschappelijk belang wordt gerechtvaardigd); OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep: onzakelijk hoge beheersvergoedingen); OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal: de enig bestuurder heeft aanzienlijke bedragen aan zijn pensioenvoorziening toegevoegd waarvan niet zonder het zakelijk karakter valt in te zien en ter zake waarvan niet om de expliciete en voorafgaande toestemming van de AVA is gevraagd).
OK 20 november 1980, rekestnr. 11/80 OK (Catharina Adriana); OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij); OK 29 april 2002,ARO 2002, 68 (Tactron Holding).
Vergelijk: OK 20 november 1980, rekestnr. 11/80 OK (Catharina Adriana); OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij); OK 30 november 2000,JOR 2001, 4 (Zwagerman Beheer); OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep); OK 29 april 2002,ARO 2002, 68 (Tactron Holding); OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal); OK 17 december 2007,ARO 2008, 10 (De Hasker Appelhof Holding).
Blijkens OK 13 december 2006,ARO 2007, 12 (Daidalos) is het bestuur van de vennootschap en van de stichting AK in een volledige impasse geraakt. De impasse heeft er toe geleid dat de schuld die de stichting AK aan de vennootschap heeft inmiddels is opgelopen tot € 400 000 en dat tot inning van die vordering niet wordt gekomen. Het is vijf voor twaalf voor de vennootschap. De Bank verlangt – zo heeft verzoekster althans (onbetwist) aangevoerd – inmiddels integrale aflossing van alle bestaande schulden en heeft aangekondigd over te zullen gaan tot executoriale verkoop van de verhypothekeerde onroerende zaak van de vennootschap.
Vergelijk in dit verband de constatering van de onderzoeker: ‘De wens om een zoon tot opvolger-directeur te laten benoemen, ongeacht diens bekwaamheden, is zonder twijfel één van de oorzaken van de verslechtering der verhoudingen geweest.’
De OK concludeert wat betreft het laatste dat als zodanig niet kan worden aangemerkt de benoeming door de AVA van de dochter van [S] (om het beheer van de directeur in geval van diens ontstentenis of belet tijdelijk waar te nemen), die, naar de onderzoeker heeft geconstateerd en [S] heeft erkend, de geschiktheid mist om de onderneming te leiden, noch de eventuele benoeming van [R], die naar het oordeel van de onderzoeker de eigenschappen mist om de onderneming te kunnen leiden.
Aldus: OK 19 maart 1981, rekestnr. 22/80 OK (Textiel Industrie Mijnstreek); OK 28 oktober 1993, NJ 1994, 566 (Relocation Advisers (RLA)); OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij); OK 1 december 1994,NJ 1995, 502 (Vleesbedrijf J.W. van Asselt); OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep); OK 29 april 2002,ARO 2002, 68 (Tactron Holding); OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal); OK 13 december 2006,ARO 2007, 12 (Daidalos); OK 4 juli 2007,ARO 2007, 126 (Samlerhuset Group).
Vergelijk: OK 19 maart 1981, rekestnr. 22/80 OK (Textiel Industrie Mijnstreek); OK 29 april 2002 (Tactron Holding). In OK 4 juli 2007,ARO 2007, 126 (Samlerhuset Group) wordt het verzoek afgewezen omdat de beide huidige bestuurders pas onlangs zijn aangetreden en geen of nauwelijks aandeel hebben gehad in de malaise, terwijl verzoeker niet heeft duidelijk gemaakt ‘wat er mis zou zijn’ aan hun bestuurderschap (r.o. 3.9).
OK 1 december 1994,NJ 1995, 502 (Vleesbedrijf J.W. van Asselt: de OK merkt nog op dat het wanbeleid geen betrekking heeft op de bedrijfsvoering zelf); OK 21 juni 2001,ARO 2001, 184 (EMO Groep).
OK 20 november 1980, rekestnr. 11/80 OK (Catharina Adriana: de OK lijkt gevoelig voor de conclusie van de onderzoeker dat de vennootschap niet is gebaat bij het ontslag van de beide bestuurders (tezamen tevens 50%-aandeelhouder) omdat daarmee waarschijnlijk een onwerkbare situatie ontstaat die de continuïteit van de vennootschap nadelig beïnvloedt. Bovendien merkt een van de verzoekers op dat de vennootschap thans commercieel bekwaam wordt geleid. De OK benoemt daarom – overeenkomstig het voorstel van partijen, die daarover ter terechtzitting overeenstemming hebben bereikt – drie personen tot commissaris voor de duur van drie jaar).
OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij: de OK merkt slechts op dat schorsing van de enig bestuurder niet geboden is); OK 13 december 2006, ARO 2007, 12 (Daidalos). Opmerkelijk is echter vooral de wending in OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal), waarin is verzocht om het ontslag van [L] als bestuurder: omdat de verantwoordelijkheid voor het wanbeleid in de eerste plaats ligt bij haar enig bestuurder [L], is de herbenoeming van een tweede bestuurder voor de periode van vooralsnog een jaar geboden (r.o. 3.7).
OK 28 oktober 1993,NJ 1994, 566 (Relocation Advisers (RLA)): de aandelen zijn gelijk verdeeld over [R] en [VdW], beiden tevens bestuurder. De derde bestuurder is [W], de echtgenoot van [VdW]. De problemen binnen de vennootschap zijn mede ontstaan doordat [VdW] enkele (tegenstrijdig belang)beslissingen heeft genomen ten nadele van RLA, waartegen [R] niets kon ondernemen: hoewel hij, zoals de OK overweegt, ‘in enige zakelijke meningsverschillen het gelijk aan zijn zijde heeft, [kan hij] dat gelijk gewoon niet krijgen’, omdat [W] altijd hetzelfde standpunt inneemt als zijn vrouw.
[R] en [VdW] hebben de OK beiden verzocht de ander als bestuurder te ontslaan.
OK 20 juni 2007,ARO 2007, 110, r.o. 3.32 (Cordial Beheer en Registergoederen).
146. De Ondernemingskamer gaat in 16 procedures niet over tot schorsing of ontslag van (een van) de bestuurder(s)1 , maar zij benoemt in plaats daarvan een buitenstaander tot medebestuurder respectievelijk een of meer commissarissen om op het bestuur toezicht te houden. Acht procedures betreffen vennootschappen waarin de aandelen weliswaar gelijk zijn verdeeld over twee (groepen) aandeelhouders, maar waarin van een blokkade in de besluitvorming in het bestuur geen sprake is omdat slechts één van beide aandeelhouders tevens bestuurder is2 respectievelijk één van de groepen in het bestuur is vertegenwoordigd3, of omdat de vennootschap drie bestuurders heeft (RLA).4 In de andere procedures is ten gevolge van de verdeling van de aandelen de zeggenschap in de AVA niet gelijk verdeeld en is evenmin sprake van een blokkade in de besluitvorming in het bestuur.5
Het wanbeleid bestaat in negen procedures onder meer uit het feit dat de bestuurder(s) zijn (hun) eigen belangen heeft (hebben) laten prevaleren boven die van de vennootschap, met name door het verrichten van tegenstrijdig belangtransacties6 , doordat zij de vennootschap concurrentie aandoen via andere vennootschappen7 of omdat zij zichzelf op ongerechtvaardigde wijze vergoedingen van verschillende aard hebben toegekend8. De bestuurders zijn in enkele gevallen (bovendien) ernstig tekort geschoten in hun zorgplichten jegens de minderheidsaandeelhouders doordat besluiten zijn genomen zonder de statutair vereiste goedkeuring van de AVA9 en/of de minderheidsaandeelhouders niet dan wel onvoldoende zijn geïnformeerd (onder meer omdat jaarrekeningen niet worden op-gemaakt c.q. vastgesteld of geen AVA’s bijeen worden geroepen).10 In de zeven andere zaken voert de omstandigheid dat de verhoudingen tussen de aandeelhouders – in de procedure inzake Samlerhuset Group: enerzijds de verzoekende (groot)aandeelhouder/commissaris en anderzijds de Noorse aandeelhouders en uiteindelijk ook de directie, het managementteam en de grootst mogelijke meerderheid in de RvC – ernstig zijn verstoord (en ten gevolge waarvan in een enkel geval de besluitvorming volledig is geblokkeerd11), de Ondernemingskamer tot het oordeel wanbeleid.
De procedure inzake Textiel Industrie Mijnstreek betreft een familiedrama bij uitstek. Nadat van de vier broers (destijds allen bestuurder) één is overleden (de, in de woorden van de onderzoeker, uitgesproken leider, dankzij wiens coördinerend optreden de directie functioneerde), raakt de leiding in verval. De problemen verergeren nadat de zonen van de drie achtergebleven broers als bestuurders op de voorgrond treden (zonder dat daarbij aandacht is besteed aan de vraag of zij over de kwaliteiten beschikken om als bestuurder te functioneren12). Er ontbrandt vervolgens een strijd om de opvolging, de directie wisselt meermalen van samenstelling, er worden op eigen houtje beslissingen genomen, er worden concurrerende activiteiten gestart waardoor de vennootschap grote schade wordt berokkend, enzovoort. Het eigengereide optreden van [S], bestuurder en (tezamen met zijn vrouw en dochter) meerderheidsaandeelhouder, heeft er toe geleid dat de verhoudingen binnen de AVA van Joh. Friesendorp volstrekt verstoord zijn. Het blijkens het onderzoeksverslag grootste probleem is echter dat door [S] – die inmiddels 73 jaar is en heeft verklaard dat hij zal terugtreden als bestuurder en dat hij bereid is een opvolger in te werken – nog geen passende maatregelen zijn genomen voor diens opvolging.13 Bijzon-der aan de procedure inzake Cordial Beheer en Registergoederen is dat de Ondernemingskamer van oordeel is dat van wanbeleid van het bestuur niet is gebleken, maar dat het wanbeleid in casu is gelegen in de gedragingen van [EOC] (50%-aandeelhouder), die geen bestuurder is, als aandeelhouder binnen de vennootschap en in het feit dat zij de vennootschap (in strijd met gemaakte afspraken) concurrentie aandoet. De vennootschap is door een en ander gehinderd in haar ontwikkeling en zij heeft daardoor nadeel ondervonden (rechtsoverweging 3.28-3.31).
147. De benoeming van een buitenstaander tot medebestuurder respectievelijk van een of meer commissarissen heeft tot doel de rust binnen de vennootschap te bewaren alsook (zo nodig) de belangen van de minderheidsaandeelhouders en -certificaathouders te beschermen. De keuze van de Ondernemingskamer is opmerkelijk te noemen, omdat in het merendeel van de procedures is verzocht de bestuurder(s) te schorsen of te ontslaan.14 De Ondernemingskamer oordeelt in een aantal procedures echter dat vervanging van de betrokken bestuurders niet geboden is omdat zij inmiddels goed functioneren15, omdat de betrokken bestuurder/aandeelhouder de aangewezen persoon is om de vennootschap voort te zetten16 of omdat aldus een situatie kan ontstaan waarbij de vennootschap evenmin is gebaat.17 In een drietal procedures wordt de keuze de bestuurder(s) in functie te laten, niet toegelicht.18
Nadat de Ondernemingskamer in de beschikking inzake RLA heeft overwogen dat [W] overeenkomstig het daartoe strekkend verzoek van [R] moet worden ontslagen – dit omdat de onevenwichtige situatie op directieniveau dient te worden beëindigd19 – besteedt zij aandacht aan de vraag welke voorzieningen nog meer getroffen dienen te worden teneinde de impasse te doorbreken. Deze vraag laat zich minder gemakkelijk beantwoorden. Duidelijk is in ieder geval dat nu [R] en [VdW] te kennen hebben gegeven de samenwerking niet te willen voortzetten, een van beiden zal moeten opstappen. Maar wie zal dat zijn? En wie dient – vooruitlopend op zijn vertrek als aandeelhouder – als bestuurder te worden ontslagen?20 De Ondernemingskamer acht het in het belang van RLA en beide partijen dat deze keuze op dit moment nog niet wordt gemaakt en dat de beslissing op dit punt wordt aangehouden, voorshands voor een termijn van een jaar: enerzijds is thans onvoldoende duidelijk of [R] in staat is als enig bestuurder de onderneming te leiden, terwijl anderzijds, gelet op de voorgeschiedenis, bij de Ondernemingskamer niet het vertrouwen bestaat dat [VdW] als enig bestuurder voldoende rekening zal houden met het belang van [R] als de dan outside-aandeelhouder. In de tussentijd zijn beide bestuurders gehouden samen te werken tot herstel van RLA. De Ondernemingskamer benoemt met het oog hierop voor de duur van 14 maanden een commissaris die de bestuursvergaderingen zal voorzitten – de beide bestuurders hebben ieder één stem; de commissaris heeft geen stem – en die de beslissing neemt indien de stemmen van beide bestuurders staken (art. 2: 356 sub d BW). Mede aan de hand van de bevindingen in deze periode zal te zijner tijd kunnen worden beoordeeld wie van beiden het meest in aanmerking komt RLA (alleen) te leiden.
De omstandigheid dat de diverse gedragingen van [EOC] als aandeelhouder als wanbeleid moeten worden gekwalif iceerd (zie het vorige tekstnummer), voert de Ondernemingskamer tot de conclusie dat het in het belang van Cordial Beheer en Registergoederen is dat [EOC] gedurende twee jaar geen stem zal hebben. Zij beveelt [EOC] daarom met onmiddellijke ingang en voor de duur van twee jaar haar aandelen ten titel van beheer over te dragen aan een buitenstaander. De Ondernemingskamer stelt voor deze duur tevens een commissaris aan ter bewaking van de belangen van alle partijen die betrokken zijn bij de Cordial Groep.21