Einde inhoudsopgave
De overeenkomst in het insolventierecht (R&P nr. InsR3) 2012/7.4.2
7.4.2 Het MDW-project Modernisering Faillissementswet
mr. T.T. van Zanten, datum 14-09-2012
- Datum
14-09-2012
- Auteur
mr. T.T. van Zanten
- JCDI
JCDI:ADS390386:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 1999/2000, 27 244, nr. 3, p. 7.
Wet van 24 november 2004 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met het bevorderen van de effectiviteit van surséance van betaling en faillissement, Stb. 2004, 615.
Zie het rapport van de MDW-werkgroep, p. 42. Strikt genomen leek dit voorstel slechts betrekking te hebben op de surseance van betaling en niet op het faillissement, maar bedacht moet worden dat ook de in wetsvoorstel 27 244 opgenomen doorleveringsplicht voor nutsleveranciers primair voor de surseance is geschreven; zie de MvT, Kamerstukken II, 1999/2000, 27 244, nr. 3, p. 7.
Zie het rapport, p. 41-42.
Zie Kamerstukken II, 2001/02, 24 036, nr. 238.
In het kader van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) is in het voorjaar van 1999 het project Modernisering Faillissementswet van start gegaan, met als doel om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is het `reorganiserend vermogen' van de Faillissementswet, in het bijzonder van de regeling van de surseance van betaling, te vergroten. Het project is in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase is door een door het kabinet ingestelde MDWwerkgroep een `quick scan' uitgevoerd teneinde onderwerpen te identificeren die geen controversieel karakter hadden en zonder nader (economisch) onderzoek tot een eerste wetsvoorstel tot wijziging van de Faillissementswet konden leiden. Deze `quick scan' heeft geresulteerd in de totstandkoming van wetsvoorstel 27 244, dat in de zomer van 2000 naar de Tweede Kamer is gestuurd.1 Het bevatte onder andere het voorstel tot de invoering van een doorleveringsplicht voor nutsleveranciers in art. 37b/237b Fw. In de memorie van toelichting bij deze artikelen wordt opgemerkt dat er ook andere crediteuren zijn die feitelijk in staat zijn betaling van faillissementsschulden af te dwingen en dat in het kader van de tweede fase van het project aandacht zou worden geschonken aan de vraag of het de voorkeur verdient de werkingssfeer van de voorgestelde regeling tot alle dwangcrediteuren uit te breiden.2 In tegenstelling tot diverse andere onderdelen van wetsvoorstel 27 244 hebben de artikelen 37b en 237b Fw met slechts een aantal geringe aanpassingen de eindstreep gehaald; op 15 januari 2005 zijn zij in werking getreden.3
De tweede fase van het project Modernisering Faillissementswet startte met de instelling van een deels gewijzigde MDW-werkgroep onder voorzitterschap van M.J.G.C. Raaijmakers, die de opdracht kreeg aandacht te besteden aan onderwerpen waarvoor meer diepgaand onderzoek vereist was. Het eindrapport van deze werkgroep verscheen in oktober 2001. In het rapport wordt onder meer voorgesteld om de in wetsvoorstel 27 244 neergelegde regeling voor energieleveranciers tot alle dwangcrediteuren uit te breiden, met dien verstande dat de doorleveringsplicht voor de 'overige' dwangcrediteuren niet van rechtswege zou moeten gelden, maar door de rechter of de rechter-commissaris zou moeten kunnen worden opgelegd.4 De oplegging van een zelfstandige doorfinancieringsverplichting werd door de MDW-werkgroep een te grote inbreuk op de beginselen van burgerlijk recht geacht, reden waarom zij voorstelde in dit verband aan te sluiten bij de in de rechtspraak ontwikkelde criteria voor de opzegging van kredietovereenkomsten. Die criteria zouden dan moeten worden toegepast door de rechtbank die over de toepassing van de surseance heeft te oordelen of in een later stadium door de rechter-commissaris.5 Het eindrapport is bij brief van 3 december 2001 door de minister van Justitie aan de Tweede Kamer gezonden In de brief wordt ten aanzien van diverse onderwerpen opgemerkt dat de regering zich bij de voorstellen van de werkgroep aansluit, waaronder die met betrekking tot financiers en leveranciers. Tevens wordt de instelling van een adviescommissie faillissementsrecht aangekondigd, die zal worden ingeschakeld bij de verdere uitvoering van het wetgevingsprogramma.6