GS Rechtspersonen, art. 2:346 BW, aant. 9.5:9.5 Vormen de onderzoekskosten een boedelschuld? – Hoge Raad Decidewise (2005)
GS Rechtspersonen, art. 2:346 BW, aant. 9.5
9.5 Vormen de onderzoekskosten een boedelschuld? – Hoge Raad Decidewise (2005)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, actueel t/m 16-01-2023
Actueel t/m
16-01-2023
Tijdvak
01-01-2013 tot: -
Auteur
mr. F. Veenstra
Vindplaats
GS Rechtspersonen, art. 2:346 BW, aant. 9.5
Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Ingevolge art. 2:350 lid 1 BW wijst de Ondernemingskamer een verzoek tot het instellen van een onderzoek slechts toe, wanneer blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. In aansluiting hierop schrijft art. 2:350 lid 3 BW voor dat als het enquêteverzoek wordt toegewezen, de Ondernemingskamer het bedrag vaststelt dat het onderzoek ten hoogste mag kosten en dat zij de vergoeding bepaalt van de door haar benoemde onderzoekers. Bovendien bepaalt art. 2:350 lid 3 BW dat de rechtspersoon de kosten betaalt van het onderzoek en dat de Ondernemingskamer kan bepalen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Rechtspersonen, art. 2:346 BW, aant. 9.5
9.5 Vormen de onderzoekskosten een boedelschuld? – Hoge Raad Decidewise (2005)
mr. F. Veenstra, actueel t/m 16-01-2023
16-01-2023
01-01-2013 tot: -
mr. F. Veenstra
GS Rechtspersonen, art. 2:346 BW, aant. 9.5
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
rechtspersonenrecht
enquêterecht (rechtspersoon)
ondernemingsrecht
bijzondere rechtspleging
rechtspersoon
Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 346
Ingevolge art. 2:350 lid 1 BW wijst de Ondernemingskamer een verzoek tot het instellen van een onderzoek slechts toe, wanneer blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. In aansluiting hierop schrijft art. 2:350 lid 3 BW voor dat als het enquêteverzoek wordt toegewezen, de Ondernemingskamer het bedrag vaststelt dat het onderzoek ten hoogste mag kosten en dat zij de vergoeding bepaalt van de door haar benoemde onderzoekers. Bovendien bepaalt art. 2:350 lid 3 BW dat de rechtspersoon de kosten betaalt van het onderzoek en dat de Ondernemingskamer kan bepalen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.