NJB 2017/103:Overzichtsarrest oplichting, art. 326 lid 1 Sv: voor een veroordeling wegens oplichting is onder meer vereist dat sprake is van het bezigen van een of meer van de in deze bepaling specifiek aangeduide oplichtingsmiddelen: het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels. Omdat in zaken over oplichting regelmatig vragen rijzen omtrent de precieze aard van deze oplichtingsmiddelen en de onderlinge samenhang van die middelen, beoogt dit overzichtsarrest enkele uit eerdere rechtspraak voortvloeiende min of meer algemene aandachtspunten en beperkingen weer te geven en met elkaar in verband te brengen, en aldus een hulpmiddel te bieden bij de beantwoording van vragen over het gebruik van oplichtingsmiddelen in concrete gevallen