Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba
Einde inhoudsopgave
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.2.3:4.2.3 Materieel-formeel
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.2.3
4.2.3 Materieel-formeel
Documentgegevens:
Mr. G.C.C. Lewin, datum 08-01-2010
- Datum
08-01-2010
- Auteur
Mr. G.C.C. Lewin
- JCDI
JCDI:ADS449993:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hovens 2005, p. 255-274. Zie ook: Lewin PP 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De derde fundamentele dimensie houdt een spectrum in waarvan de uitersten de materiële en de formele benadering kunnen worden genoemd.
De materiële benadering houdt in dat het voornaamste doel van de procedure is het materiële recht te vinden. Het procesrecht is in die benadering een middel, ondergeschikt aan het doel om tot een beslissing te komen die zo goed mogelijk recht doet aan de materiële rechtsverhouding van partijen. Het kan daarbij nodig zijn dat de rechter partijen te hulp schiet.
De formele benadering houdt in dat het organiseren en bewaken van een geordend verloop van het debat een wezenlijk onderdeel is van de rechterlijke taak om recht te doen (niet: te vinden). In de formele benadering is het belangrijk dat men op de juiste wijze procedeert. Het proces mag niet te duur worden en niet te lang duren. Het moet verlopen volgens heldere en voorspelbare regels. Het is de eigen verantwoordelijkheid van partijen om binnen die regels hun belangen te behartigen. Het is dan ook gerechtvaardigd dat een partij die proceskansen onbenut laat, onhandig gebruikt of misbruikt, een minder gunstige uitspraak verkrijgt. In de formele benadering komt het de kwaliteit van de beslissing ten goede als ook zo goed mogelijk recht wordt gedaan aan de wijze waarop partijen hebben deelgenomen aan het proces.
Deze dimensie is onder meer van belang voor de vraag wat de eisen van een goede procesorde meebrengen, in hoeverre de rechter lijdelijk of actief moet zijn en in hoeverre het hoger beroep een volledig herbeoordelende instantie of een voortbouwende instantie moet zijn.
Voorbeeld van een materiële regel:
art. 109, voor zover inhoudende dat eiswijziging mogelijk is zolang de rechter geen eindvonnis gewezen heeft.
Voorbeelden van formele regels:
a. art. 109, voor zover inhoudende dat eiswijziging slechts bij conclusie of bij akte ter rolle mogelijk is;
b. de twee-conclusie-regel.
In zijn rechtsvergelijkend onderzoek beschrijft Hovens een spectrum van stelsels van appelrecht. Aan het ene uiterste staat een stelsel waarin de beoordeling van de toewijsbaarheid van de eis door de appelrechter centraal staat. Aan het andere uiterste staat een stelsel waarin als onderzoeksobject in hoger beroep het bestreden vonnis centraal staat en waarin het hoger beroep geen zogenaamde reformatorische fase kent, dat wil zeggen: geen fase waarin de appelrechter, indien hij het bestreden vonnis onjuist bevindt, de toewijsbaarheid van de eis zelf beoordeelt. De verschillende stelsels zijn het resultaat van verschillende historische ontwikkelingen. In de praktijk zijn de verschillen aanzienlijk verwaterd. Het Nederlandse stelsel staat aan de eerste uiterste zijde, aldus Hovens.1 Dat wil zeggen dat van de door Hovens onderzochte stelsels het Nederlandse stelsel de meeste ruimte biedt voor nieuwe stellingen en nieuw onderzoek in hoger beroep.
Men kan dit spectrum van stelsels van appelrecht in verband brengen met de derde fundamentele dimensie. De ene uiterste zijde, die partijen de minste ruimte laat om in hoger beroep eigen fouten te verbeteren, strookt met de formele benadering en de andere met de materiële benadering.
De eerste en tweede dimensie zijn in wezen politiek van aard. Het zijn op zichzelf beschouwd geen juridische dimensies. De derde dimensie houdt verband met de verhouding tussen inhoud en vorm en heeft in zoverre een filosofisch of psychologisch karakter. De derde dimensie is ook ten dele politiek, of zo men wil: publiekrechtelijk, van aard, want zij betreft de rol van de rechter als overheidsfunctionaris. De dimensies zijn m.i. alledrie fundamenteel.
Vaak kan men in technisch-juridisch ingeklede argumenten elementen herkennen van de hierboven omschreven benaderingen. De meeste mensen bewegen zich ergens tussen de uitersten. Hun positie verschilt ook per onderwerp. Ik zal hier geen positie kiezen op deze spectra.