RFR 2022/123
Verzoek vervangende toestemming erkenning. Geen rechtsingang mogelijk op basis van IPR.
Hof Amsterdam 05-07-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1974
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. G.W. Brands-Bottema, A.N. van de Beek, A.E. Oderkerk
- Zaaknummer
200.289.130/ 01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS673457:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Burgerzaken / Burgerlijke stand
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2022:1974, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
Verzoeker heeft op basis van het volgens het IPR geldende Poolse recht geen rechtsingang voor zijn verzoek om vervangende toestemming tot erkenning. De belangen van het kind, de moeder en de vader kunnen dus niet worden onderzocht en afgewogen.
Samenvatting
De man heeft een verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning ingediend. Op basis van het IPR is het Pools recht van toepassing. Het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) brengt een advies uit op verzoek van het hof en concludeert dat de verwijzingsregels leiden tot het resultaat dat de vader op basis van het Pools recht geen rechtsingang zou hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.