NJ 1922, p. 863
Directeur proced. naaml. venn. als getuige in zaak arbeidsovereenkomst. Wraking. Is vonnis Kantonrechter vatbaar voor cassatie?
HR 19-05-1922, ECLI:NL:HR:1922:219
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 mei 1922
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. J. A. A. Bosch, C. O. Segers, H. Hesse en J. Kosters.
- Zaaknummer
[192219/NJ_1922,_p._863]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1922:219, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑05‑1922
- Wetingang
(BW art. 1951; RO art. 99.)
Essentie
Directeur proced. naaml. venn. als getuige in zaak arbeidsovereenkomst. Wraking. Is vonnis Kantonrechter vatbaar voor cassatie?
Samenvatting
De directeur eener procedeerende naaml. vennootschap moet met de partij worden vereenzelvigd en kan dus niet als getuige worden gehoord.
Dit is niet anders in een geding betrekkelijk tot een arbeidsovereenkomst. Art. 1951 B. W. heeft geenszins de strekking om op bovenstaande regel een uitzondering te maken.
Concl. O. M.: Als de hoofdzaak appellabel is, is het incidenteele vonnis door den Kantonrechter op de wraking gewezen, vatbaar voor cassatie. (Vgl. artt. 108 Bv. en 9.9 B. O.)
Partij(en)
J. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.