NJB 2025/2574:Opheffingskortgeding. Een beslaglegger laat bewijsbeslag leggen. In kort geding vordert hij inzage in de bescheiden die in beslag zijn genomen en in bewaring zijn gegeven. De voorzieningenrechter wijst de vordering af op de grond dat de beslaglegger de verlangde inzage zal kunnen vorderen in een bodemprocedure. Het vonnis van de voorzieningenrechter gaat in kracht van gewijsde. De wederpartij van de beslaglegger meent dat het beslag hierdoor van rechtswege is vervallen en verlangt dat de beslaglegger de bewaarder instrueert om de bescheiden te vernietigen. De beslaglegger weigert dat te doen en laat beslag tot afgifte leggen onder de bewaarder. De wederpartij acht dat onrechtmatig, vexatoir en misbruik van recht. Hij vordert opheffing van de beslagen. Hoge Raad: 1. Verval beslag. Afgifte zaken. Indien een beslag is vervallen, eindigt ook de eventuele bewaring en is de bewaarder verplicht tot afgifte van de beslagen zaken. Van de beslaglegger kan worden gevergd dat hij, voor zover nodig, meewerkt aan de afgifte. 2. Herhaald beslag. Geen rechtsregel verzet zich tegen de mogelijkheid om nogmaals beslag te leggen als door een fout of anderszins het eerdere beslag is komen te vervallen. 3. Onrechtmatig beslag. Het hof heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat de beslaglegger de bewaarder niet heeft geïnstrueerd de bescheiden te vernietigen, niet meebrengt dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door het tweede beslag te doen leggen. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk is het evenmin. 4. Incidenteel hoger beroep. Proceskosten. De omstandigheid dat een partij die in eerste aanleg in het gelijk is gesteld in de vorm van een incidenteel hoger beroep verweer voert, mag niet ertoe leiden dat zij in de kosten wordt veroordeeld.