NJ 1941/110
Geluidsfilm. „Producer". Componist. Auteursrecht op de muziek.
HR 28-06-1940, ECLI:NL:HR:1940:221, m.nt. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 1940
- Magistraten
Mrs. Visser, van Gelein Vitringa, Nypels, Meckmann en van der Meulen.
- Zaaknummer
[28061940/NJ_1941-110]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS163889:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1940:221, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑1940
- Wetingang
Essentie
Geluidsfilm. „Producer". Componist. Auteursrecht op de muziek.
Samenvatting
Aan art. 6 Auteurswet 1912 ligt geenszins de opzet ten grondslag — gelijk dit wel met art. 7 het geval is — om door wetsbepaling tot maker van een kunstwerk te stempelen iemand, die zeil aan de eigenlijke schepping daarvan vreemd is.
Bij de ten deze vastgestelde feiten heeft het Hof ten onrechte de figuur van art. 6 aanwezig geacht.
Anders Proc.-Gen. Berger.
Partij(en)
De vereeniging Het Bureau voor Muziek-Auteursrecht Buma, gevestigd te Amsterdam, eischeres tot cassatie van een op 25 Januari 1940 door het Hof aldaar tusschen partijen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.