Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/7.1
7.1 INLEIDING
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS446197:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een uitgebreid overzicht van het juridisch instrumentarium van de Wro (inclusief de belangrijkste verwante wetten) is te vinden in Van Buuren e.a. 2010.
Europese Commissie 2000b, p. 21-22.
Dit blijkt uit www.ruimtelijkeplannen.nl.
Van Buuren e.a. 2010, p. 20-23 en p. 347-348.
HvJ EG 25 november 1999, zaak C-96/98, Jur. 1999, p. I-8531 (Poitevin Marsch).
De brief van de Minister van I&M (d.d. 9 maart 2012) aan de Tweede Kamer inzake Stelselwijziging Omgevingsrecht [www.rijksoverheid.nl].
Er is een ontwerpwetsvoorstel voor de Omgevingswet vastgesteld. Dit wetsvoorstel is in juli 2013 ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. De tekst van het wetsvoorstel en het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Desondanks zijn over de doelstelling en de inhoud van de toekomstige Omgevingswet al meerdere publicaties verschenen. Zie onder meer Bosma 2013, De Groot e.a. 2013, Hillegers e.a. 2013 en Nijmeijer 2013a, 2013b en 2013c.
Dit hoofdstuk bevat een analyse van de wijze waarop de verplichting tot vaststelling van beheerplannen, en de uitvoering van de daarin opgenomen instandhoudingsmaatregelen zich verhoudt tot het bestemmingsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro).1 In de EC handleiding voor het beheer van Natura 2000-gebieden worden ruimtelijke ordeningsplannen expliciet genoemd als een geschikt instrument om kwalificerende habitats en soorten te beschermen.2
In de praktijk is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument om het gebruik van gronden en bouwwerken te reguleren. Vanwege de mogelijkheid om algemeen verbindende voorschriften in een bestemmingsplan op te nemen, lijkt dit instrument bij uitstek geschikt om habitats en soorten in een Natura 2000-gebied te beschermen. Het is ook mogelijk om de beheersverordening voor dat doel in te zetten. Tot dusver gebeurt dit nog maar op beperkte schaal.3 Naast het bestemmingsplan en de beheersverordening bevat de Wro ook een aantal strategische planfiguren (structuurvisies). Structuurvisies zijn indicatief van aard en bevatten de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om in dergelijke plannen normatieve elementen op te nemen.4 Dit heeft tot gevolg dat het niet mogelijk is om Natura 2000-gebieden met behulp van een structuurvisie te beschermen. Het beschermingsregime van artikel 6 Hrl moet ingevolge de jurisprudentie van het HvJ EU namelijk worden vastgelegd door middel van juridisch bindende (nationale) regels.5 Om die reden zijn de structuurvisies in het vervolg van dit onderzoek verder buiten beschouwing gelaten.
Paragraaf 7.2. en 7.3 bevatten een analyse van de belangrijkste kenmerken en de toepassingsmogelijkheden van het bestemmingsplan en de beheersverordening. In paragraaf 7.4 staat de vraag centraal of het beheerplan kan worden vervangen door het bestemmingsplan en vice versa. Daarnaast wordt onderzocht of het beheerplan als complementair instrument naast het bestemmingsplan kan functioneren.
Voor de bovenstaande analyses is gebruik gemaakt van de huidige wet- en regelgeving, en van (mogelijke) toekomstige wetgeving. Op 9 maart 2012 heeft de Minister van I&M een in een brief aan de Tweede Kamer plannen bekend gemaakt voor de totstandkoming van een integrale Omgevingswet. Het is de bedoeling dat deze wet op termijn de Wro en een groot aantal andere omgevingsrechtelijke wetten gaat vervangen.6 In juli 2013 is door het kabinet het ontwerpwetsvoorstel voor de Omgevingswet ter consultatie voorgelegd aan de Raad van State. In paragraaf 7.5 wordt − voor zover mogelijk − stil gestaan bij de opzet en inhoud van de Omgevingswet.7 In dat kader worden de mogelijkheden bezien om de toekomstige Omgevingswet in te zetten voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. De belangrijkste doelstelling van dit hoofdstuk is het onderzoeken of het mogelijk is Natura 2000-gebieden te beschermen met behulp van bestemmingsplannen. In paragraaf 7.6 wordt onderzocht in hoeverre dit planfiguur voldoet aan de eisen die voortvloeien uit artikel 6 Hrl. Het hoofdstuk wordt afgesloten met conclusies.