V-N 2021/12.14
Bewijslevering via bewijsvermoeden toegestaan bij belastingheffing?
HR 19-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:246, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 februari 2021
- Zaaknummer
19/05499
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS257517:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:246, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑02‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:1122, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2020
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
Volgens Hof Den Haag mag de inspecteur uitgaan van een (verondersteld) jaarlijks rendement van 5% en zijn de aanslagen dus correct. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
Erflaatster A beschikt sinds 1984 over een verzwegen rekening bij een bank in Zwitserland. In 2004 verdeelt A dit saldo over haar twee zonen (X). Eerder heeft A geprocedeerd over de informatiebeschikkingen. De uitkomst daarvan was dat geen omkering van de bewijslast mag plaatsvinden (zie V-N 2017/9.5). Na A’s overlijden zijn over de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.