JWWB 2020/34
Afwijzing bijstandsaanvraag. De Raad is van oordeel dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Opdracht tot het nemen van een nieuw besluit.
CRvB 05-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3483
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
5 november 2019
- Magistraten
Mrs. F. Hoogendijk, J.N.A. Bootsma, M.F. Wagner
- Zaaknummer
18/2413 PW
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2019:3483, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 05‑11‑2019
- Wetingang
Art. 31 lid 2 onder a Participatiewet
Essentie
Afwijzing bijstandsaanvraag. De Raad is van oordeel dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Opdracht tot het nemen van een nieuw besluit.
Samenvatting
De Raad is van oordeel dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Appellante heeft onbetwist gesteld dat zij tot december 2015 is onderhouden door wijlen haar partner. De vier vrienden van appellante hebben verklaard dat appellante bij hen kon mee-eten en dat zij haar hebben geholpen met kleding. De Raad acht de verklaringen van de personen die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.