Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.4.1:4.4.1 Inleiding: geen dominium dormiens
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.4.1
4.4.1 Inleiding: geen dominium dormiens
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644984:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, art. 5.2.10, Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 105.
Wichers (2002), p. 273.
MvA II, art. 5.2.10, Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 105.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De natrekkingsregels zijn ordeningsregels: de bepalingen regelen de zakenrechtelijke verhoudingen nadat twee of meer zaken met elkaar worden verenigd waardoor een eenheidszaak is ontstaan. De natrekkingsregels voor roerende zaken zijn vervat in art. 5:14 BW. Lid 1 luidt:
“De eigendom van een roerende zaak die een bestanddeel wordt van een andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, gaat over aan de eigenaar van deze hoofdzaak.”
De vraag die voorafgaat aan de natrekking bij roerende zaken, is of door de verbinding een eenheidszaak is ontstaan. Anders dan bovenstaande tekst doet vermoeden, is natrekking een wijze van eigendomsverlies. Het ene eigendomsrecht dat rust op de zaak die wordt nagetrokken, wordt geabsorbeerd door het andere eigendomsrecht dat rust op de hoofdzaak.1 Niet van belang is wie de verbinding tot stand heeft gebracht. Natrekking is een originaire wijze van eigendomsverlies: het verlies treedt van rechtswege in. Dit eigendomsverlies is definitief. Slapende of sluimerende eigendomsrechten (dominium dormiens) passen niet in het huidige wettelijke systeem. Op een zaak kan slechts één eigendomsrecht rusten. Hetzelfde geldt voor de beperkte rechten. De beperkte rechten die op de nagetrokken zaak rustten, zijn door de natrekking definitief tenietgegaan.2 In het oorspronkelijke ontwerp van Meijers stond dat een roerende zaak die “door verbinding” bestanddeel was geworden van een andere roerende zaak, in eigendom overging op de eigenaar van laatstgenoemde zaak. De woorden “door verbinding” zijn geschrapt, immers:
“krachtens de regel van artikel 3.1.1.3 lid 1 (thans art. 3:4, toevoeging JCTF), dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, bestanddeel van die zaak is, kan een voorwerp dat tevoren een zelfstandige roerende zaak was, ook zonder verbinding tot een onderdeel, en daarmee tot bestanddeel van een andere roerende zaak worden.”3
De eigenaar van de hoofdzaak behoudt zijn eigendomsrecht, alleen zijn recht omvat na de natrekking tevens de toegevoegde zaak. Laatstgenoemde zaak is een bestanddeel geworden en daarom niet meer aan te merken als een zaak. Wanneer een zaak een bestanddeel is geworden bepaalt, zoals hieronder aan bod komt, art. 3:4 BW. In het tweede lid van dat artikel wordt, evenals in art. 5:14 lid 1 BW, gesproken over een “hoofdzaak”. Maar wat is een hoofdzaak?