NJB 2024/1670
Relevantie van het arrest XXXX voor een verzoek om hereniging met gezinsleden van een vreemdeling, die in een andere lidstaat al internationale bescherming geniet. Daarnaast hoeft de staatssecretaris, in een situatie waarin artikel 3.6a van het Vb 2000 al voorziet, niet te motiveren waarom hij geen gebruik maakt van de bevoegdheid die is neergelegd in artikel 3.6b van het Vb 2000.
ABRvS 02-07-2024, ECLI:NL:RVS:2024:2668
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. Wissels, Borman, De Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202201972/1/V2
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:2668, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 02‑07‑2024
- Wetingang
(artikel 3 Procedurerichtlijn, artikel 30a Vw 2000, artikel 3.6a en 3.6b Vb 2000)
Essentie
Relevantie van het arrest XXXX voor een verzoek om hereniging met gezinsleden van een vreemdeling, die in een andere lidstaat al internationale bescherming geniet. Daarnaast hoeft de staatssecretaris, in een situatie waarin artikel 3.6a van het Vb 2000 al voorziet, niet te motiveren waarom hij geen gebruik maakt van de bevoegdheid die is neergelegd in artikel 3.6b van het Vb 2000.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 mei 2023 in zaak nr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.