NJB 2020/2517
Huwelijkse voorwaarden. Periodiek verrekenbeding. Hoge Raad: 1. Te verrekenen vermogen. Beschrijving. Bewijslastverdeling. Het hof heeft ofwel de in de wet neergelegde verdeling van stelplicht en bewijslast niet toegepast, ofwel zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. 2. Pensioenrechten. Het hof heeft zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.
HR 16-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1631
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
19/01954
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1631, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:225, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑03‑2020
- Wetingang
Essentie
Huwelijkse voorwaarden. Periodiek verrekenbeding. Hoge Raad: 1. Te verrekenen vermogen. Beschrijving. Bewijslastverdeling. Het hof heeft ofwel de in de wet neergelegde verdeling van stelplicht en bewijslast niet toegepast, ofwel zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. 2. Pensioenrechten. Het hof heeft zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.
Partij(en)
De vrouw, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand, vs. de man, adv. mr. H.J.W. Alt.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Partijen zijn huwelijkse voorwaarden overeengekomen met een periodiek verrekenbeding, dat niet is uitgevoerd. Partijen zijn gescheiden.
In dit geding heeft de vrouw diverse verzoeken gedaan in verband met de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De man ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.