Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/A.5:A.5 Seniorruimte
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/A.5
A.5 Seniorruimte
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186692:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
726. Beschouw een geval met een achtergestelde schuldeiser C, die aan zijn achterstelling een seniorruimte heeft verbonden. De omvang van de seniorruimte wordt genoteerd als Sr. Neem verder aan dat alle seniorvorderingen onderling gelijke rang hebben. Zie ook par. 7.4.2.8. Alle seniorvorderingen hebben samen de omvang V S. Er kan dus gelden V S > Sr, dan valt elke seniorvordering slechts ten dele in de seniorruimte.
727. Als de executie-opbrengst kleiner is dan de seniorruimte of even groot (E ≤ Sr), dan wordt de executie-opbrengst volledig onder de seniorvorderingen verdeeld. De uitkering voor een seniorschuldeiser A is dan
De juniorschuldeisers ontvangen dan niets.
728. De verdeling van de executie-opbrengst is complexer als de executie-opbrengst hoger is dan de seniorruimte, E > Sr. Dan ontvangen de seniorschuldeisers deels betaling binnen de seniorruimte. De rest van de executie-opbrengst wordt verdeeld buiten de seniorruimte, waar de achtergestelde vordering en de seniorvorderingen in rang gelijk zijn.
Eerst wordt het deel van de executie-opbrengst ter grootte van de seniorruimte verdeeld. Omdat alle seniorvorderingen gelijke rang hebben gebeurt dat pondspondsgewijs. Een seniorschuldeiser A ontvangt dus uit het deel van de executie-opbrengst ter grootte van de seniorruimte dus
Daarna moet het deel van de executie-opbrengst dat buiten de seniorruimte valt worden verdeeld. Dat deel is E − Sr. De senior A kan zich daarop verhalen voor zover hij nog niet is voldaan uit de seniorruimte. Daarbij concurreert hij met alle andere verhaalsrechten, verlaagd met de reeds uitgekeerde seniorruimte. Uit de verdeling van de executie-opbrengst buiten de seniorruimte ontvangt de senior A dus
In totaal ontvangt de senior A:
Omdat A en B in dezelfde positie verkeren geldt voor de uitkering aan B dezelfde uitdrukking, met V A vervangen door V B. Dus
De junior C ontvangt alleen betaling buiten de seniorruimte. Hij concurreert dus pondspondsgewijs met alle andere vorderingen voor zover die niet zijn voldaan uit de seniorruimte. De uitkering aan de junior is dus
729. In het voorbeeld van par. 7.4.2.8 hebben de verhaalsgerechtigden A, B en C alle drie een verhaalsrecht van 100, dus V A = V B = V C = 100. Samen zijn die V T = V A + V B + V C = 300. De executie-opbrengst is 200, E = 200. C heeft zijn vordering achtergesteld bij A en B, met een seniorruimte van 100, Sr = 100. De executie-opbrengst is dus groter dan de seniorruimte. De seniorvorderingen zijn die van A en B, dus V S = V A + V B = 200.
De uitkering aan A bedraagt:
Dat is in dit geval ook de uitkering aan B. Omdat V A = V B en A en B gelijk zijn in rang geldt U A = U B.
De uitkering aan C bedraagt