Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/4.5.0:4.5.0 Introductie
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/4.5.0
4.5.0 Introductie
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS457779:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op de majeure wijzigingen die in de bron 'winst uit aanmerkelijk belang' zijn aangebracht, is het zinvol op deze plaats in te gaan op de grondslag van de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling. Hierbij moet worden bedacht dat sedert 1 januari 1997 de bron 'winst uit aanmerkelijk belang' niet enkel de vervreemdingsresultaten (vervreemdingsvoordelen) bevat, doch tevens de vroegere inkomsten uit vermogen (reguliere voordelen), zodat het wat moeilijk is om vanuit het verleden de grondslag van de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling te bepalen. Tot 1 januari 1997 werd over de aanmerkelijkbelangregeling immers uitsluitend gesproken als een aanvullende heffing op vervreemdingsresultaten. Dit betekent dat de traditioneel als rechtvaardiging voor een aanmerkelijkbelangheffing genoemde argumenten enkel kunnen worden bezien in relatie tot de vervreemdingsvoordelen van art. 20c Wet IB. Met betrekking tot de grondslag van de reguliere voordelen van art. 20b Wet IB moet te rade worden gegaan bij de bron 'inkomsten uit vermogen'.
Om met deze laatste categorie te beginnen: art. 20a, eerste lid, onderdeel a. Wet IB parafraseeert de tekst van art. 24, eerste lid, Wet IB in relatie tot aandelen of winstbewijzen die tot een aanmerkelijk belang behoren. Winst uit aanmerkelijk belang omvat (mede) de voordelen welke worden getrokken uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen. Uit het gebruik van de woorden 'getrokken uit' blijkt dat kennelijk niet is beoogd te breken met de algemene bronnenleer, inhoudend dat uitsluitend de voordelen uit de bron zijn belast en niet tevens de vervreemdingsresultaten. Op deze constatering maakt onderdeel b van art. 20a, eerste lid, Wet IB echter onmiddellijk een correctie door tot de winst uit aanmerkelijk belang ook te rekenen de voordelen welke worden behaald bij de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen. De argeloze lezer blijft dan wat confuus achter en vraagt zich af wat het onderscheidend criterium is tussen categorie a (reguliere voordelen) en categorie b (vervreemdingsvoordelen), nu beide voordelen als winst uit aanmerkelijk belang worden belast. De vernieuwde bron 'winst uit aanmerkelijk belang' blijkt immers zowel de voordelen getrokken uit de aandelen of winstbewijzen te bevatten als de voordelen behaald met de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen (of schuldvorderingen). In zoverre is het uit de algemene bronnenleer voortvloeiende onderscheid tussen enerzijds de inkomsten uit de bron en anderzijds de waardemutaties van de bron ook in de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling (nog) niet verlaten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de vernieuwde bron 'winst uit aanmerkelijk belang' voor wat betreft de reguliere voordelen voortborduurt op de vroegere bron 'inkomsten uit vermogen' en voor wat betreft de vervreemdingsvoordelen op de vroegere bron 'winst uit aanmerkelijk belang'. Dit betekent dat voor de grondslag van de huidige aanmerkelijkbelangregeling bij beide voornoemde bronnen te rade moet worden gegaan.