type: RHCJcoll:
Rb. Amsterdam, 27-09-2023, nr. C/13/703035 / HA ZA 21-535
ECLI:NL:RBAMS:2023:7500
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
27-09-2023
- Zaaknummer
C/13/703035 / HA ZA 21-535
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2023:7500, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 06‑12‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
ECLI:NL:RBAMS:2023:5908, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 27‑09‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2023:1578
ECLI:NL:RBAMS:2023:1578, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 22‑02‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2023:5908
Uitspraak 06‑12‑2023
Inhoudsindicatie
combinatie van herstelvonnis en aanvullend vonnis. Hersteld vonnis is ECLI:NL:RBAMS:2023:5908.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/703035 / HA ZA 21-535
Aanvullend vonnis en herstelvonnis van 6 december 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AANNEMERSBEDRIJF DE BOUWHORST B.V.,
gevestigd te Nijehaske,
eiseres,
advocaat mr. B.M. Breedijk te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. K. Zeylmaker te Rotterdam.
Partijen zullen hierna De Bouwhorst en [gedaagde] genoemd worden.
1. Het verzoek tot aanvulling
1.1.
Bij brief van 10 oktober 2023 heeft mr. Zeylmaker namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om herstel van de volgende drie kennelijke rekenfouten in het op 27 september 2023 in deze zaak gewezen vonnis (ECLI:NL:RBAMS:2023:5908):In de eerste plaats klopt de optelsom van de berekening van rechtsoverweging 3.80 (op pagina 20) van het eindvonnis niet. Wanneer de daarin genoemde bedragen bij elkaar worden opgeteld, is het totaalbedrag niet € 38.963,38, maar € 40.612,01.
Daarnaast volgt uit rechtsoverwegingen 6.20-6.21 en 7.7 (op pagina's 9 en 26) van het tussenvonnis d.d. 22 februari 2022 dat de rechtbank de schadepost in reconventie terzake de tweede inbraakschade ad € 2.124,01 heeft toegewezen. Dit bedrag is echter niet meegenomen in de berekening van rechtsoverweging 3.80 (op pagina 20) van het eindvonnis.
Ten derde volgt uit rechtsoverwegingen 3.67-3.69 (op pagina's 17 en 18) van het eindvonnis dat de rechtbank de schadepost in reconventie terzake het Frans balkon ad € 1.312,40 inclusief BTW heeft toegewezen. Echter is ook dit bedrag c.q. deze schadepost niet meegenomen in de berekening van rechtsoverweging 3.80 (op pagina 20) van het eindvonnis.
Het vorenstaande betekent dan ook volgens [gedaagde] dat in reconventie toewijsbaar is € 40.612,01 plus € 2.124,01 plus € 1.312,40 oftewel € 44.048,42.
1.2.
Mr. Zeylmaker heeft namens [gedaagde] de rechtbank ook verzocht om aanvulling van het genoemde vonnis, in die zin dat de rechtbank alsnog beslist op de gevorderde vervangende schadevergoeding ter zake van de niet herstelde gebreken. Dit verzoek is als volgt onderbouwd:Uit rechtsoverweging 4.1.1.3 van (pagina 3 van het) tussenvonnis d.d. 22 februari 2022 volgt dat [gedaagde] onder meer in reconventie een vervangende schadevergoeding terzake de nog steeds te herstellen gebreken heeft gevorderd.
Uit rechtsoverweging 6.116 van (pagina 23 van het) genoemd tussenvonnis volgt dat De Bouwhorst aansprakelijk is ten aanzien van tien (oplever)gebreken, welke gebreken De Bouwhorst voor de tweede mondelinge behandeling had moeten herstellen. Vast staat dat dit niet is gebeurd, zoals ook volgt uit rechtsoverweging 3.2 van het eindvonnis. Uit de akte na tussenvonnis d.d. 22 februari 2023 (ingediend voorafgaand aan de tweede mondelinge behandeling) volgt dat cliënt - doordat er niet is hersteld – zijn reconventionele vordering terzake deze tien (oplever)gebreken handhaaft. Op deze vordering is echter, vooralsnog, niet meer beslist, nu er - afgezien van rechtsoverweging 3.2 van het eindvonnis - met geen woord meer over deze tien gebreken wordt gerept.
1.3.
Bij brief van 9 november 2023 heeft mr. Breedijk namens De Bouwhorst aan de rechtbank bericht zich te refereren met betrekking tot de rekenfouten, maar het volgende bezwaar te hebben tegen de verzochte aanvulling van het vonnis.De Bouwhorst heeft zich bevoegdelijk beroepen op haar opschortingsrecht. Behalve in de akte na tussenvonnis d.d. 17 juli 2023, heeft De Bouwhorst ook ter zitting d.d. 17 juli 2023 toegelicht dat [gedaagde] haar per saldo nog diende te betalen. Dit is - met inachtneming van de rekenfouten - bevestigd in het vonnis van uw rechtbank d.d. 27 september 2023. Zolang [gedaagde] niet had betaald, hetgeen hij aan De Bouwhorst verschuldigd was, kon hij ook niet van de aannemer verlangen dat deze haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst zou nakomen.
[gedaagde] heeft derhalve geen vorderingsrecht. De Bouwhorst kan wel in de gelegenheid worden gesteld tot uitvoering, daardoor ontstaat nog geen verplichting tot nakoming. Het oordeel van uw rechtbank dat De Bouwhorst (uiteindelijk) zal moeten overgaan tot uitvoering van die betreffende werkzaamheden, creëert niet de verplichting dit binnen drie maanden na 22 februari 2023 te doen. De rechtbank heeft dit onderdeel van de vordering in reconventie van [gedaagde] afgewezen. Ze heeft het echter niet gemotiveerd. Dat is een klacht die in hoger beroep past, aldus De Bouwhorst.
2. De beoordeling
In conventie en in reconventie
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de gestelde rekenfouten kennelijke fouten zijn die zich voor eenvoudig herstel lenen.
Het verschil tussen de in reconventie toegewezen schadevergoeding zoals vermeld in het eindvonnis (€ 38.963,38) en het juiste bedrag (€ 44.048,42) is € 5.085,04.
2.2.
De rechtbank volgt De Bouwhorst niet in het onder 1.3 weergegeven betoog. De Bouwhorst heeft zich niet eerder in de procedure ten aanzien van de gestelde gebreken op opschorting beroepen. In het tussenvonnis van 22 februari 2023 (onder 7.34) is dan ook geoordeeld dat De Bouwhorst deze gebreken alsnog moet herstellen en dat [gedaagde] daaraan mee moet werken. Vast staat dat het tot herstel niet is gekomen en dat [gedaagde] vervangende schadevergoeding heeft gevorderd. Over die vordering is nog niet beslist, zodat de situatie van artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zich voordoet. De rechtbank zal alsnog op de vordering tot vervangende schadevergoeding moeten beslissen.2.3. De gebreken waar het om gaat zijn in het tussenvonnis van 22 februari 2023 genoemd (telkens wordt eerst de rechtsoverweging genoemd, dan het gebrek):6.5: schade aan de screens
6.8: completeren hang en sluitwerk
6.15: afdekker afwerken
6.18: schoorsteen afwerken
6.33: aluminium lekdorpel
6.35: kozijnen en beglazing schoonmaken
6.38: vuil verwijderen van red cedar (carport)6.40: deuren afstellen berging
6.42: beschadiging zetwerk hoekkozijn
6.48: ter plaatse van de onderdorpel van de voordeur vloer aanhelen.
2.4.
Omdat de gebreken niet zijn hersteld en [gedaagde] een omzettingsverklaring heeft uitgebracht, is De Bouwhorst vervangende schadevergoeding verschuldigd. [gedaagde] heeft voor de omvang van de gevorderde vervangende schadevergoeding verwezen naar de offerte van Aannemersbedrijf [naam] (productie 37). De Bouwhorst heeft tegen de omvang van de gevorderde schadevergoeding geen specifiek verweer gevoerd.
2.5.
De rechtbank ontleent aan genoemde offerte de volgende bedragen:
schade aan de screens completeren hang en sluitwerk afdekker afwerken schoorsteen afwerken aluminium lekdorpel kozijnen en beglazing schoonmaken vuil verwijderen van red cedar (carport)deuren afstellen berging beschadiging zetwerk hoekkozijn ter plaatse van de onderdorpel van de voordeur vloer aanhelen subtotaal Algemene kosten 4%, Risico 5% en Winst 4%, totaal 13% subtotaal exclusief btw BTW Totaal | 850,00 750,00 350,00 775,00 450,00 550,00 1.036,00 110,00 540,00 350,00 € 5.761,00 748,93 6.509,93 1.367,09 € 7.877,02 |
De rechtbank begroot de vervangende schadevergoeding op dit bedrag.
2.6.
Het voorafgaande betekent dat het in conventie toegewezen bedrag (€ 18.013,38) dient te worden verminderd met € 5.085,04 wegens rekenfouten en met € 7.877,02 wegens de alsnog in reconventie toegewezen vervangende schadevergoeding. Dus in plaats van het toegewezen bedrag dient te worden toegewezen € 18.013,38 - 5.085,04 - 7.877,02 = € 5.051,32.
2.7.
De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat ter verbetering en aanvulling van het op 27 september 2023 tussen De Bouwhorst B.V. en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“4.1. veroordeelt [gedaagde] om aan De Bouwhorst te betalen een bedrag van
€ 18.013,38 (achttienduizend dertien euro en achtendertig cent), met de wettelijke rente daarover vanaf 1 april 2019 tot 15 april 2019 en met de wettelijke rente, verhoogd met 2% vanaf 15 april 2019 tot aan de volledige betaling,”
wordt gewijzigd in
“4.1. veroordeelt [gedaagde] om aan De Bouwhorst te betalen een bedrag van
€ 5.051,32. (vijfduizendeenenvijftig euro en tweeëndertig eurocent), met de wettelijke rente daarover vanaf 1 april 2019 tot 15 april 2019 en met de wettelijke rente, verhoogd met 2% vanaf 15 april 2019 tot aan de volledige betaling,”
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 6 december 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 27 september 2023,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 27 september 2023 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 06‑12‑2023
Uitspraak 27‑09‑2023
Inhoudsindicatie
Bouw woning, eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBAMS:2023:1578). Vergoeding wegens vertraging, meer- en minderwerk, niet zichtbare gebreken. Schade door niet verkregen garantie op gevel.
Partij(en)
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/703035 / HA ZA 21-535
Vonnis van 27 september 2023
in de zaak van
AANNEMERSBEDRIJF DE BOUWHORST B.V.,
te Nijehaske,
eisende partij,
gedaagde in de tegenvordering (reconventie),
hierna te noemen: De Bouwhorst,
advocaat: mr. B.M. Breedijk te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eiser in de tegenvordering (reconventie),
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. K. Zeylmaker te Rotterdam.
Partijen worden hierna De Bouwhorst en [gedaagde] genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1578 (hierna: het tussenvonnis),
- de akte na tussenvonnis van De Bouwhorst, met producties,
- de akte na tussenvonnis van [gedaagde] , met producties,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 juli 2023 en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
De rechtbank verwijst naar de in het tussenvonnis vastgestelde feiten. Verdere vaststaande feiten worden vermeld bij de bespreking van de diverse geschilpunten.
3. De verdere beoordeling
In conventie en in reconventie
3.1.
De rechtbank blijft bij wat in het tussenvonnis is beslist, tenzij hierna anders vermeld.
In het tussenvonnis was een agenda opgenomen voor de te houden mondelinge behandeling teneinde nog openstaande geschilpunten te bespreken. Deze geschilpunten zullen hierna aan de hand van die agenda worden besproken.
1. Stand van zaken algemeen
3.2.
Partijen hebben medegedeeld hoe hun onderling overleg is verlopen, ook al geven zij daarvan elk hun eigen lezing. In ieder geval staat vast dat geen herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en dat geen schikking is bereikt.
3.3.
In het navolgende wordt telkens bij elk geschilpunt, voor zover relevant, vermeld welke nadere standpunten partijen bij akte na tussenvonnis hebben ingenomen en welke stukken zij in het geding hebben gebracht.
Verder wordt, voor zover relevant, de inhoud van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 juli weergegeven en ook de tekst van de spreekaantekeningen van mr. Breedijk. Vervolgens volgt de beoordeling door de rechtbank.
2. Balustrade
Standpunten van partijen en bewijsstukken:
3.4.
De rechtbank verwijst naar 6.10 en volgende van het tussenvonnis. De vraag is of de meerkosten voor het alsnog juist uitvoeren van de balustrade voor rekening van De Bouwhorst moeten worden gebracht. Heeft De Bouwhorst een fout heeft gemaakt of de architect van [gedaagde] ?
De Bouwhorst heeft de tekening van [naam 1] , de architect van [gedaagde] , van 29 oktober 2015 in het geding gebracht. Zij stelt dat zij daarop haar begroting heeft gebaseerd. Op een detailtekening van [naam 1] was een buisleuning getekend.De minimale aanpassing die De Bouwhorst nog op “Doorsnede A” (productie 52) heeft aangebracht is met “Doorsnede AA” (productie 50) bovendien ter controle voorgelegd aan en goedgekeurd door [naam 1] .
Volgens De Bouwhorst heeft [naam 1] heeft de meest oorspronkelijke fout gemaakt. [naam 1] heeft de hoogte van de betonvloer bepaald en daarbij geen rekening gehouden met de door de gemeente voorgeschreven hoogte van de dakrand.
De Bouwhorst betwist bovendien de omvang van de schade. Zij stelt dat een goedkopere oplossing ter sprake is geweest, te weten een knieregel. [gedaagde] heeft dat geweigerd. De Bouwhorst heeft een offerte gemaakt om de glazen balustrade te leveren en plaatsen voor een bedrag van € 4.474,58.3.5. Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : De hoogte van de balustrade varieert, meestal rond de 60 cm of net iets daarboven, maar in dit geval is het altijd minder dan 70 cm. De werktekeningen zijn gemaakt door De Bouwhorst, waarvoor we hebben betaald. Hij kan zich niet verdedigen door te wijzen naar de architect.
Na het voltooien van de balustrade kwamen ze erachter dat deze te laag was. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk, waaronder isolatieplaten uit Engeland die dunner zijn en een hogere isolatiewaarde hebben. Maar dan moest het hele dak vervangen worden. Alle betrokken partijen waren het erover eens dat dit kostbaar was. Daarom werd er gekeken naar een alternatief voor de balustrade om dit probleem op te lossen. De beste oplossing leek te zijn om het met glas uit te voeren. Er zijn veel e-mails uitgewisseld, er zijn offertes aangevraagd en er zijn veel vragen gesteld. Maar uiteindelijk is er geen verdere actie ondernomen. Toen ontstond namelijk de discussie over wie hiervoor zou moeten betalen.
Breedijk: In de oorspronkelijke ontwerptekeningen heeft de architect een dikte van 160 mm aangehouden voor de vlonderconstructie, inclusief isolatiemateriaal. Echter, vanwege de dikte van de planken bleef er onvoldoende ruimte over voor de benodigde isolatielaag om een RC-waarde van 6.9 te bereiken.
[naam 2] : Het was gewoon onmogelijk om de vereiste isolatiewaarde te halen en dan ook de hoogte van de balustrade te halen. Ik vind dat het een fout is van de architect, want de vloer had lager moeten zitten. Het muurtje kon niet hoger worden gemaakt, want dat moest gelijk lopen met de buren.
3.6.
Vast staat dat de in het Bouwbesluit voorgeschreven hoogte van de balustrade (‘het muurtje’) van 70 centimeter niet is behaald en dat daarom de door de architect getekende buisleuning niet volstond en een andere oplossing nodig was.
3.7.
De tekening van de door [gedaagde] ingeschakelde architect [naam 1] , waarop De Bouwhorst de offerte zegt te hebben gebaseerd, toont de volgende maten: bovenkant verdiepingsvloer: 6140 (millimeter), bovenkant muurtje 7000 (millimeter). De buisleuning is door [naam 1] ingetekend op 1000 millimeter vanaf de bovenkant van de terrasvloer. De hoogte van het muurtje is op deze tekening niet vermeld en evenmin is vermeld hoe dik de terrasvloer zou worden. Echter, uitgaande van een minimale hoogte van het muurtje van 70 centimeter (conform bouwbesluit) is uit de tekening van [naam 1] wel af te leiden dat de bovenkant van de terrasvloer zou mogen liggen op maximaal 7000 - 700= 6300 millimeter, zodat voor de terrasvloer (inclusief isolatie) 160 millimeter beschikbaar was. Van De Bouwhorst mag worden verwacht dat zij op de hoogte is van het Bouwbesluit en dus van de vereiste hoogte van de balustrade, zodat zij ook terugrekenend daaruit de maximale dikte van de terrasvloer kon uitrekenen.
3.8.
Bovendien beroept De Bouwhorst zich op de detailtekening van [naam 1] (productie 52) en de daarop gebaseerde detailtekening van De Bouwhorst (productie 50), die volgens haar door [naam 1] is goedgekeurd. Er is echter tussen deze tekeningen een essentieel verschil: Op de tekening van [naam 1] (productie 52) is de hoogte van het muurtje gemeten vanaf de bovenkant van de terrasvloer wel vermeld, namelijk 700 millimeter. Die maatvoering ontbreekt op de tekening van De Bouwhorst (productie 50).
3.9.
Ook als wordt aangenomen dat [naam 1] akkoord ging met de door Bouwhorst gemaakte tekening (productie 50), kan daaruit niet worden afgeleid dat hij er ook mee akkoord was dat werd afgeweken van de door hem voorgeschreven hoogte van het muurtje. De tekening van De Bouwhorst vermeldt immers op dit punt geen maat en bevat dus ook geen afwijking van de tekening van [naam 1] .
[gedaagde] wijst ook nog op de door De Bouwhorst gemaakte detailtekening (productie 53), die van de eerdere tekening afwijkt omdat er afschot is getekend. De hoogte van de buisleuning is daar getekend op 1000 millimeter boven het hoogste punt van de terrasvloer, maar de hoogte van het muurtje is ook op die tekening niet ingetekend. Hiervoor geldt daarom hetzelfde als voor productie 50.
3.10.
Het verweer van De Bouwhorst dat het onmogelijk was om de vereiste isolatiewaarde te halen en tegelijk de voorgeschreven hoogte van de balustrade te halen wordt verworpen. [gedaagde] heeft gesteld dat andere (dunnere) isolatieplaten hadden kunnen worden gebruikt dan de gangbare. De Bouwhorst heeft dat niet gemotiveerd betwist. Bovendien behoort De Bouwhorst te wijzen op haar bekende fouten in het ontwerp.
3.11.
De Bouwhorst heeft dus anders gebouwd dan op de tekening van [naam 1] stond en is voor de gevolgen daarvan aansprakelijk.
3.12.
[gedaagde] stelt dat de schade het bedrag bedraagt waarvoor hij de glazen balustrade heeft laten aanbrengen, te weten € 9.552,71 inclusief BTW. De Bouwhorst stelt dat [gedaagde] een andere (goedkopere) oplossing heeft afgewezen, te weten een knieregel. Dat is door [gedaagde] niet betwist. De rechtbank ziet hierin aanleiding de schade te begroten op het bedrag waarvoor De Bouwhorst de levering en plaatsing van een glazen balustrade heeft aangeboden te weten € 4.474,58 en niet voor het bedrag dat [gedaagde] daaraan heeft uitgegeven.
3. Bouwtijdoverschrijding; het voornemen de gefixeerde schadevergoeding van art. 10 lid 3 AVA 2013 te vernietigen
3.13.
[gedaagde] heeft zijn schade bestaande uit dubbele woonlasten, de kosten van het waterschap, gemeentelijke lasten, parkeervergunningskosten en kosten van naschoolse opvang gespecificeerd; deze bedragen € 22.241,03 inclusief BTW. [gedaagde] heeft ook betaalbewijzen in het geding gebracht.
3.14.
De pleitnota van mr. Breedijk luidt op dit punt:
De Bouwhorst heeft geen opmerkingen gemaakt over het voornemen de gefixeerde schadevergoeding van art. 10 lid 3 AVA 2013 te vernietigen. Wel heeft zij de door [gedaagde] gestelde kosten van kinderopvang betwist. Zij betwist de noodzaak daarvan; de locatie van het oude adres van [gedaagde] ligt op 10 autominuten of 25 fietsminuten van de woning, aldus De Bouwhorst.
3.15.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : (…) We hadden niet gepland om gebruik te maken van naschoolse opvang, daarom kozen we voor het [naam 4] . Mijn moeder zou bijspringen, maar zij voelt zich onzeker om met de fiets door de stad te rijden. Ook kon [naam 3] niet spelen met zijn vriendjes en voelden we ons beperkt. Naschoolse opvang was geen haalbare optie voor onze zoon, en hoewel ik het ook niet wilde, was het toch de weg die we zijn ingeslagen. (…)
Breedijk: Er bestaat een wanverhouding tussen de geclaimde schade en de werkelijke schade. De schadeclaims die door [gedaagde] zijn ingediend, lijken mij niet redelijk. Er ontbreekt een adequate toelichting voor de opgegeven schadeposten.
3.16.
De rechtbank vernietigt de gefixeerde schadevergoeding van art. 10 lid 3 AVA 2013 zoals aangekondigd in het tussenvonnis.Gezien de daarop door [gedaagde] gegeven toelichting acht de rechtbank het bezwaar tegen de kosten van naschoolse opvang ongegrond. De overige kosten zijn niet gemotiveerd betwist. De werkelijke kosten van de bouwtijdoverschrijding worden daarom op basis van de opgave van [gedaagde] begroot op € 22.241,03 inclusief BTW.
3.17.
In de onder 3.81 weergegeven berekening wordt uitgegaan van de gevorderde hoofdsom van € 109.807,50, waarin rekening is gehouden met een bedrag van € 9.300,001.voor te late oplevering. Dat betekent dat de vordering van De Bouwhorst moet worden gecorrigeerd met een bedrag van € 22.241,03 inclusief BTW - € 9.300,00 = € 12.941,03 inclusief BTW.
4. Ombouw badkamers
Standpunten van partijen en bewijsstukken:
3.18.
De rechtbank verwijst naar rechtsoverweging 6.80 en volgende van het tussenvonnis. In geschil is of ombouwen in de badkamers meerwerk opleveren. De pleitnota van mr. Breedijk luidt op dit punt:
De Bouwhorst stelt dat haar tekeningen een op een uitwerkingen zijn van die van de architect. Daarop is de wastafel en het tussenmuurtje niet ingetekend, dus moet daarover worden afgerekend.
3.19.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Breedijk: Voor de evaluatie van het extra werk heeft Bouwhorst de tekening van de architect als leidraad gebruikt. De tekeningen van De Bouwhorst zijn een nauwkeurige weergave van de tekening van de architect.
[naam 2] : Als gevolg van de ombouw van de badkamers is er voor ons een extra werkzaamheid ontstaan. We hebben ombouwen gemaakt bij de wastafels, maar deze staan niet vermeld op de tekeningen van de architect, dus dat is meerwerk.
[gedaagde] : er is iets misgegaan bij het omzetten van de akte van pdf naar Word. Ik overhandig u de tekeningen waarop ik heb weergegeven welke onderdelen die oorspronkelijk op de tekening stonden zijn vervallen. Ik heb deze in rood aangegeven. Ik ging er vanuit dat het minderwerk en het meerwerk tegen elkaar wegviel. Er zijn twee muurtjes en een doorgang komen te vervallen, terwijl er op een andere locatie een langere ombouw is geplaatst. Naar mijn mening komt het ene hiermee te vervallen ten gunste van het andere. Indien dit niet het geval is, zou er een verrekening moeten plaatsvinden, waarbij meerwerk en minderwerk tegen elkaar worden afgewogen.
Genoemde tekeningen op de pagina’s 16, 18 en 29 worden aan het proces-verbaal gehecht.
In de zomer van 2016 hebben we een aannemingsovereenkomst getekend. Voorafgaand aan het tekenen van de aannemingsovereenkomst zijn veel wijzigingen doorgevoerd. Sommige van deze wijzigingen waren in het voordeel van de aannemer, aangezien bepaalde zaken onjuist begroot waren. De tekeningen van De Bouwhorst waren al bekend voordat de aannemingsovereenkomst werd ondertekend.
3.20.
Gezien de door [gedaagde] in het geding gebrachte tekeningen en de daarop aangegeven wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke tekeningen is het verweer van [gedaagde] dat sprake was van meer- en van minderwerk en dat hij ervan uit mocht gaan dat dit tegen elkaar wegviel gegrond. Daar komt bij dat De Bouwhorst niet heeft gesteld dat zij van te voren gewaarschuwd heeft dat de ombouw meerwerk zou zijn, laat staan dat zij heeft opgegeven welk bedrag daarmee gemoeid zou zijn. De meerwerkpost ombouw badkamers is dus niet toewijsbaar.
5. Aanpassing opslag risico en winst aan meer- /minderwerk
3.21.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Breedijk: ik wijs op productie 10 bij dagvaarding; in het daar opgesomde meerwerk is geen post voor risico en winst opgenomen.
[gedaagde] : In de vaste aanneemsom zaten staartkosten, dit waren algemene kosten, risico-opslag en winst.
3.22.
In het tussenvonnis is voorlopig geoordeeld dat er alleen plaats is voor een herberekening van de opslag voor winst en risico over het verschil tussen meerwerk en minderwerk. Hiertegen heeft geen van de partijen zich verzet.
3.23.
Dat in de opsomming van het meerwerk geen aparte post voor risico en winst is opgenomen is juist. Wel is een opslag over het gehele werk gerekend. Omdat het minderwerk het meerwerk overtreft is het werk in zijn totaliteit minder dan de oorspronkelijke aanneemsom waarover deze opslag is berekend, zodat die opslag achteraf bezien te hoog is. De rechtbank zal daarom bepalen welk verschil er is tussen het meerwerk en het minderwerk en op die basis de opslag verrekenen.
3.24.
Rekening houdende met alle beslissingen over meer- en minderwerkposten leidt dit tot de volgende berekening. Volgens de meerwerkopgave bedroeg het meerwerk € 41.356,74 exclusief BTW. Volgens de berekening onder 3.81 komt daarop € 31.446,09 exclusief BTW in mindering, zodat het totale meerwerk € 9.910,65 exclusief BTW bedraagt.
Het minderwerk bedroeg € 60.767,24 exclusief BTW. Dat betekent dat per saldo minder werk is verricht ten opzichte van de aanneemsom van € 50.856,59 exclusief BTW. In de begrotingsstaat is gerekend met 1% risico en 1,99% winst. Dus dient verrekend te worden 2,99 % over € 50.856,59 = € 1.520,61 exclusief BTW = € 1.839,94 inclusief BTW.
6. Overige gebreken
- woonkamer
Standpunten van partijen en bewijsstukken:
3.25.
[gedaagde] verwijst naar het rapport van FD advies waarin is vermeld dat de wand koud aanvoelt, vermoedelijk door niet volledig afgedichte naden en kieren in de HSB (HoutSkeletBouw)-wand.
3.26.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Zeylmaker: ik verwijs naar een aantal foto’s uit het FD rapport, productie 12 bij dagvaarding, te beginnen bij foto 1.
3.27.
De rechtbank stelt vast dat dit geen gebrek is dat bij oplevering zichtbaar was. De Bouwhorst heeft dit gebrek niet gemotiveerd betwist. Zij is ook niet bereid gebleken het gebrek te herstellen. Dat betekent dat het gebrek op haar kosten door een ander zal moeten worden hersteld.
3.28.
[gedaagde] heeft een offerte in het geding gebracht van Van Drift bouw, waarin de kosten van herstel worden begroot op in totaal € 1.377,50 exclusief BTW. De Bouwhorst heeft zich over de kosten van herstel niet uitgelaten. De rechtbank begroot deze kosten op basis van genoemde offerte op genoemd bedrag, te verhogen (ook op basis van de offerte) met in totaal 13% voor algemene kosten, risico en winst en 21% BTW, in totaal € 1.883,46.
- Installatieruimte
3.29.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Breedijk: Als het betonijzer in het zicht was, vraag ik mij af hoe het kan dat het dan bij de oplevering niet gezien kan zijn.
[naam 2] : De gaten moeten gemaakt zijn door de installateur. Wij hebben geen beton gestort waarin het betonijzer zichtbaar is.
[gedaagde] : Een foto kan het duidelijk maken. Ik verwijs naar foto 59 en 60, p. 42 CvA. Het gaat om de zichtbare wapening. Bij inspectie kan men de staaldraad die uit het beton steekt waarnemen. Deze details zijn mogelijk niet direct zichtbaar tijdens een snel rondje in het pand; daarvoor is een zorgvuldigere inspectie met voldoende tijd en mogelijk het gebruik van een zaklamp nodig. Het lijkt erop dat de installateur het gat heeft vergroot.
De inspectie die volgens De Bouwhorst een oplevering was heeft slechts drie kwartier geduurd, wat relatief kort is.
3.30.
De rechtbank acht dit een zichtbaar gebrek, dat bij oplevering had kunnen worden opgemerkt; [gedaagde] heeft op dit punt geen vordering.
- Open haard
Standpunten van partijen en bewijsstukken:
3.31.
[gedaagde] beroept zich op het rapport van FD-advies, waarin is vermeld dat de aansluiting van de stucplaat op de kalkzandsteen zijwanden niet goed is aangebracht, dat de open haard voor wat betreft afzuiging/kierdichtheid/warmteweerstand niet conform voorschriften Bouwbesluit 2012 is opgebouwd en dat de deur tegen de dagkanten aanloopt. Ook is minerale wol gebruikt voor isolatie en deze is niet conform voorschriften aangebracht.
Volgens FD Advies zijn de volgende werkzaamheden nodig:
- Open haard volledig nalopen op naden en kieren en deze deugdelijk afdichten;
- Dagkanten open haard aanpassen en opnieuw afwerken (stucen);
- Minerale wol verwijderen en haard opnieuw isoleren en aansluiten conform voorschriften.3.32. Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Zeylmaker: ik verwijs naar FD rapport, productie 12 bij dagvaarding, foto 2:0049, p. 41 CvA,
[gedaagde] : Bij de eerste keer dat we de openhaard gebruikten, kwamen er vezels naar binnen. Na het constateren hiervan heb ik contact opgenomen met de leverancier, die vervolgens onder de haard heeft gekeken. Het bleek dat vezel gebonden isolatie was gebruikt, wat niet toegestaan is en dus verwijderd moest worden. Deze kwestie was niet zichtbaar tijdens de oplevering.
De open haard is voorzien van een schuiflade en om deze schoon te maken moet de deur kunnen draaien. We ontdekten echter dat het mechanisme in aanraking kwam met het frame, waardoor dat beschadigd raakte. Dit probleem was zeker bekend bij [naam 2] , aangezien we nadat het FD-advies was verschenen elk detail hebben besproken en gedurende drie uur hebben rondgelopen om alle punten te inspecteren.
3.33.
De rechtbank is van oordeel dat de genoemde gebreken niet bij de oplevering zichtbaar waren. De Bouwhorst heeft deze gebreken niet gemotiveerd betwist. Zij is ook niet bereid gebleken deze gebreken te herstellen. Dat betekent dat deze gebreken op haar kosten door een ander zullen moeten worden hersteld. [gedaagde] heeft een offerte in het geding gebracht van Van Drift bouw, waarin de kosten van herstel worden begroot op € 2.573,00 exclusief BTW. De Bouwhorst heeft zich over de kosten van herstel niet uitgelaten. De rechtbank begroot deze kosten op basis van genoemde offerte op € 2.573,00, te verhogen met in totaal 13% voor algemene kosten, risico en winst en 21% BTW, in totaal € 3.518,06.
- Daken
- Koudegeleiding
3.34.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Zeylmaker: Ik wijs op CvA p. 46 en FD rapport, productie 12 bij dagvaarding, foto 6:0096.
[gedaagde] : Tijdens de waarneming zagen we cirkelvormige sporen in de sneeuw. Deze sporen zijn ontstaan doordat er spijkers in het isolatiepakket zijn gebruikt, wat het pakket naar beneden drukt. De schoteltjes die daarbij gebruikt worden moeten echter wel worden afgedekt om koudegeleiding te voorkomen. Als de cirkelvormige sporen zichtbaar zijn, kan dit erop wijzen dat dat niet is gebeurd, waardoor er koudegeleiding plaatsvindt.
[naam 2] : Het is gebruikelijk en volgens de standaardpraktijk om isolatiemateriaal stevig te bevestigen om te voorkomen dat het wegwaait. De isolatie wordt vastgezet met behulp van een soort schoteltjes en schroeven aan het dakhout, wat een normale werkwijze is. Er zijn zelfs voorschriften en richtlijnen die de juiste bevestigingsmethoden voorschrijven.
3.35.
De rechtbank acht hier geen gebrek aanwezig. [gedaagde] heeft niet gesteld dat dat de gevolgde werkwijze niet voldoet aan het Bouwbesluit of aan de normen voor deugdelijk werk.
- afschot daken
3.36.
De pleitnota van mr. Breedijk luidt op dit punt:
Het dakvlak ligt met een afschot van 1 cm per meter. De Bouwhorst biedt ter zake bewijs aan door een inspectie ter plaatse. Het betreft kant en klare dakplaten, die al “op afschot” van de fabriek komen.
Het bouwbesluit bevat geen bepalingen waaruit volgt dat het afschot 1 cm of 1.5 cm per meter moet zijn; alleen wordt er genoemd dat het hemelwater afgevoerd moet worden naar de hemelwaterafvoer.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Breedijk: Bureau Dakadvies (BDA) heeft aangegeven dat volgens de richtlijnen maximaal 5% van het dakoppervlak bedekt mag zijn met niet afgevoerd water, waarbij plassen niet dieper mogen zijn dan 5 mm. Het is belangrijk op te merken dat als de uitvoeringsrichtlijnen niet contractueel zijn vastgelegd, de aannemer mogelijk niet aansprakelijk kan worden gesteld volgens de Raad van Arbitrage.
De getoonde foto waarop water op het dak te zien is, wordt door ons betwist omdat het niet duidelijk is of op het water uiteindelijk wel of niet in de afvoer terecht is gekomen. De indruk van water op de foto kan voornamelijk worden veroorzaakt door schittering, en het is moeilijk om aan de hand van een foto exact te bepalen hoeveel water aanwezig is.
[naam 2] : De dakplaten hebben een zeker afschot. Die gebruiken we altijd. Zo doen wij het al 30 jaar. Als de afvoer niet goed doorloopt zou het kunnen dat er water op het dak blijft staan.
Zeylmaker: ik wijs op CvA p. 45 en FD rapport, productie 12 bij dagvaarding, foto 3:0100, 1:0084 en 6:0085.
[gedaagde] : Wij zijn meerdere keren tijdens het bouwproces op het pand aanwezig geweest. Op foto 0096 is te zien dat er inderdaad water te zien is, dat zich aan de zijkant ophoopt. Dit betreft een aanzienlijke plas water, die groter is dan 5% van het dakoppervlak en een diepte van meer dan 5 mm. Volgens het FD advies wordt aangegeven dat het afschot van de daken niet voldoende is, wat resulteert in herhaaldelijke waterophoping op de daken.
Bij de oplevering lag er geen regen op het dak, waardoor dit probleem niet kon worden geconstateerd op dat moment. Echter, nadat er wel regen was gevallen, werd er waterophoping waargenomen. Dit probleem is besproken en bekend, maar er is door de tegenpartij geen actie ondernomen om het probleem aan te pakken.
3.37.
De stelling van De Bouwhorst dat de daken een afschot hebben van 1 cm per meter en dat dit voldoende is, acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft geen metingen van het daadwerkelijk gerealiseerde afschot in het geding gebracht. Ook kan op grond van de foto’s niet worden vastgesteld dat er teveel water op het dak blijft staan, omdat dat een momentopname is en ook voor zover er water op het dak zou blijven staan op een foto niet kan worden vastgesteld wat de omvang daarvan is en hoe diep de plassen zijn. Ook is niet vastgesteld dat het blijven staan van water wordt veroorzaakt door onvoldoende afschot en niet door een andere oorzaak, bijvoorbeeld een onvoldoende doorlopende afvoer. Op dit punt heeft [gedaagde] geen vordering.
7. Voordeur
3.38.
Volgens [gedaagde] volgt uit de tot de aanneemovereenkomst behorende werktekening dat De Bouwhorst een voordeur van het merk Van Bruchem aan [gedaagde] dient te leveren. Op de factuur staat als type voordeur vermeld: Dudok DUO104 01. Dudok is een serie gevoerd door Van Bruchem. Dat zou betekenen dat ook een productiecertificaat voorhanden is waarop de U- en Rc-waarden zijn vermeld. [gedaagde] heeft De Bouwhorst meerdere keren verzocht deze documentatie aan te leveren, aan welk verzoeken nimmer gehoor is gegeven. [gedaagde] gaat er daarom van uit dat er bij hem geen kwaliteitsmerkdeur is geplaatst. Hij wijst er verder op dat de deur hol is, te licht is, krom trekt bij temperatuurverschil, niet goed in het kozijn past en het in de winter koud is achter de voordeur. Bij een thermische controle op de gevelisolatie is gebleken dat de voordeur afwijkend is in de weergave van de geïsoleerde schil.
3.39.
De pleitnota mr. Breedijk luidt op dit punt:
Er is geen contractuele verplichting het gevraagde certificaat te overleggen.
3.40.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Er was een stelpost opgenomen voor de voordeur. In eerste instantie was er sprake van een deur van Van Bruchem, op de meerwerkpost werd type Dudok genoemd en nu wordt er een certificaat van AluTherm getoond. Op de deur zelf staat niets. Ik kan niet zien wie de deur heeft gemaakt. Het contactgevoel en de klank van de deur geven de indruk van een lichte en holle structuur. Ik denk dat als ik in de deur ga boren dat ik geen isolatie vind en ook geen aluminium plaat, zoals op de tekening staat die nu in het geding is gebracht.
Breedijk: Ik ontving een certificaat waarin werd bevestigd dat het gebruikte hout afkomstig was van verantwoorde bronnen. Het certificaat dient als bewijs van de naleving van duurzame houtproductie.
[naam 2] : Het is niet duidelijk of er daadwerkelijk een andere deur is geleverd dan oorspronkelijk overeengekomen. Volgens de specificaties zou de deur een opbouw hebben van 40 mm PUR-schuim, 9 mm isolatie en twee lagen multiplex. Het betrof geen standaarddeur.
3.41.
De rechtbank stelt vast dat De Bouwhorst zonder nadere toelichting een Productspecificatieblad AluTherm van Mill Panel in het geding heeft gebracht. Hieruit is af te leiden dat De Bouwhorst kennelijk een andere deur heeft geleverd en geplaatst dan op de werktekening vermeld. Als het al zo is dat de in het geding gebrachte productspecificatie op de geleverde deur betrekking heeft (wat [gedaagde] betwist) is daaruit in ieder geval geen isolatiewaarde af te leiden.
3.42.
De rechtbank verwijst naar overweging 7.17 van het tussenvonnis. De Bouwhorst heeft niet het gevraagde productcertificaat in het geding gebracht. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat zij een andere deur geleverd heeft dan op de werktekening vermeld. Gezien de constateringen van [gedaagde] en het ontbreken van een bewijsstuk waaruit blijkt welke deur precies geleverd is en een beschrijving van de geleverde deur, met onder andere de isolatiewaarde, gaat de rechtbank ervan uit dat een deur is geleverd die niet voldoet aan het bouwbesluit. Deze zal daarom vervangen moeten worden, zodat het daarvoor in rekening gebrachte bedrag in mindering komt op wat [gedaagde] aan De Bouwhorst moet betalen.
3.43.
De meerwerkpost 4DAS04a (productie 10 dagvaarding) voor de voordeur is € 155,00. Volgens [gedaagde] was er een stelpost van € 1.500,00 in de begroting. De totale kosten van de deur bedragen dus € 1.655,00 exclusief BTW = € 2.002,55 inclusief BTW.
8. Vochtscherm
3.44.
Het vochtscherm is volgens [gedaagde] in casu noodzakelijk geworden, omdat tijdens het voorbereidende werk van Senso bleek dat de cementdekvloer van de beganegrondvloer vochtpercentages weergaf van meer dan 2,5%. Daardoor voldeed de cementdekvloer niet aan de gestelde eisen. De extra kosten van het vochtscherm bedragen volgens de door [gedaagde] bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte factuur van Senso (productie 42) € 2.605,43 inclusief BTW.
3.45.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : We hebben gekozen voor de gietvloeren van Senso, een bekend en hoogwaardig merk. Bij het ontvangen van de offerte hebben we specifieke vereisten en punten gekregen waaraan de vloer moest voldoen, waar onder de maximale hoeveelheid vocht in de vloer. We hebben deze punten doorgegeven aan de aannemer.
Bij het leggen van de gietvloer bleek dat er een hoge vochtwaarde aanwezig was. Hoewel een vochtscherm niet altijd noodzakelijk is bij het plaatsen van een gietvloer, was het daardoor hier wel nodig. Het is relevant om op te merken dat we op de eerste en tweede verdieping van het huis geen vochtscherm hebben en daar geen vochtproblemen zijn ervaren, terwijl beneden, waar de dure gietvloer is gelegd, vochtproblemen optreden. We hebben het causale verband tussen deze problemen en de natte cementvloer aangetoond aan de hand van het advies van FD, waarin de oorzaak van het vochtprobleem wordt toegelicht.
Voor ons was het geen haalbare oplossing om te wachten tot de vloer volledig was opgedroogd, gezien de reeds verstreken vertraging van anderhalf jaar. We wilden een duidelijke deadline stellen, aangezien er simpelweg geen tijd was om te wachten tot alles volledig droog was. We hebben er alles aan gedaan om het vochtprobleem op te lossen, maar het bleef aanhouden.
Breedijk: De gietvloer valt niet onder het werk van Bouwhorst. [naam 2] heeft aangegeven dat de gietvloerleggers de gewoonte hebben geen vochtscherm aan te bieden om een interessante prijs aan te kunnen bieden. Later blijkt dan dat die toch nodig is en dat die er bij komt. De Bouwhorst heeft zich nooit bemoeid met dit aspect, aangezien het niet binnen haar verantwoordelijkheid viel. Op basis hiervan kan ik niet concluderen waarom dit aan Bouwhorst zou moeten worden toegerekend. Bovendien is er geen verklaring van De Bouwhorst bekend waarin wordt gesteld dat er geen vochtscherm nodig is.
[naam 2] : Een betonvloer kan inderdaad geen vocht doorlaten, maar bij het leggen van een gietvloer is het gebruikelijk om een vochtscherm aan te brengen als extra bescherming. Het vochtscherm is een laklaag die wordt aangebracht op de ondergrond. Indien vooraf bekend is dat de ondergrond vochtig is, dan zou het verstandig zijn om te wachten met het leggen van de gietvloer totdat de ondergrond droog genoeg is. In dit geval is het mogelijk dat [gedaagde] langer had moeten wachten voordat hij de gietvloer liet plaatsen.
3.46.
De rechtbank verwijst naar de overwegingen 6.92-6.94 van het tussenvonnis. Daar is vastgesteld dat er water de woning binnendrong omdat de kim niet waterdicht was, terwijl het Bouwbesluit dat wel voorschrijft, zodat de kosten van herstel van dat gebrek geen meerwerk opleveren. Hier gaat het om de gevolgen van het binnendringen van het water. Dat dit ertoe heeft geleid dat de grond te vochtig was om een gietvloer op aan te brengen (zonder vochtscherm) heeft De Bouwhorst niet betwist. Zij stelt dat [gedaagde] had moeten wachten met het aanbrengen van de gietvloer tot de grond droog genoeg was. Omdat de bouw al zeer ernstig vertraagd was, kon dit echter niet van [gedaagde] worden gevergd. De meerkosten voor het vochtscherm (€ 2.605,43 inclusief BTW) zijn dus terecht gemaakt en komen als schade ten gevolg van het door De Bouwhorst veroorzaakte vochtprobleem ten laste van De Bouwhorst.
9. Losraken gietvloer
3.47.
De pleitnota van mr. Breedijk luidt op dit punt:
Zoals te zien is op de bij akte overgelegde foto, heeft Senso een 1-profiel tegen de gietvloer met hoogte van 3mm aangebracht. Ook is te zien dat er zich nog een kier bevindt tussen het hout en het profiel. Dit maakt dat er geen causaal verband aanwezig is.
3.48.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : In de overgang van de woonkamer naar de keuken bevindt zich één trede. Hoewel het op de foto niet zichtbaar is dat het losgedrukt is, is de trede door vocht kromgetrokken. Hout heeft de neiging om te krommen in de richting waar het water vandaan komt. De rand van de trede is omhoog gekomen en heeft het L-profiel omhooggeduwd. Dit heeft de gietvloer losgedrukt van de ondergrond. Dit kan resulteren in een hol geluid en het ontstaan van scheurtjes.
3.49.
Omdat door de niet waterdichte kim de vloer op de begane grond te vochtig was zoals hiervoor overwogen, is ook het kromtrekken van de houten trede daarvan het gevolg. De rechtbank verwerpt het verweer dat door het aanbrengen van een l-profiel en een zichtbare kier geen causaal verband tussen het losraken van de gietvloer en het kromtrekken van de trede kan worden aangenomen, omdat De Bouwhorst geen andere mogelijke verklaring voor het losraken van de gietvloer heeft aangedragen. Dat betekent dat het losraken van de gietvloer als gevolg moet worden gezien van het door De Bouwhorst veroorzaakte vochtprobleem, zodat De Bouwhorst aansprakelijk is voor de kosten van herstel.
3.50.
[gedaagde] heeft een offerte in het geding gebracht van Van Drift bouw, waarin de kosten van herstel worden begroot op € 1.185,-. De Bouwhorst heeft zich over de kosten van herstel niet uitgelaten. De rechtbank begroot deze kosten op basis van genoemde offerte op € 1.185,-, te verhogen met in totaal 13% voor algemene kosten, risico en winst en 21% BTW, in totaal € 1.620,25.- Woningscheidende muur injecteren
3.51.
[gedaagde] stelt dat de woningscheidende wand niet zoals de rest van de fundering van buiten kon worden behandeld met bitumen om de lekkende kim te verhelpen. FD advies heeft daarom geadviseerd deze wand te injecteren. De Bouwhorst heeft dat nagelaten. [gedaagde] heeft dat zelf laten doen. De kosten bedroegen € 1.648,63, inclusief BTW.
3.52.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Daarnaast hebben we ook de woningscheidende muur moeten injecteren vanwege vochtproblemen. Ondanks dat we al maatregelen hadden genomen, bleef de grond nat. Om dit probleem aan te pakken, hebben we besloten om de muur ook te laten injecteren, wat extra kosten met zich meebracht.
[naam 2] : Het is sowieso kansloos om te injecteren als je een glazen vouwwand aan een kant hebt.
3.53.
Dat de te vochtige vloer van de begane grond voor rekening komt van De Bouwhorst is hiervoor al beslist. Het verweer van De Bouwhorst dat injecteren niet zou helpen wordt verworpen; niet valt in te zien waarom de aanwezigheid van een glazen vouwwand van invloed zou zijn op optrekkend vocht vanuit een lekkende kim en evenmin waarom de aanwezigheid daarvan van invloed zou kunnen zijn op de effectiviteit van injecteren. De rechtbank zal de schade bepalen op het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 1.648,63, inclusief BTW.
10. Garantie BGI-systeem voorgevel
Standpunten van partijen
3.54.
[gedaagde] stelt dat de garantieverstrekkende organisatie de garantie pas zal willen afgeven als het BGI-systeem voldoet aan het rapport van Gevelsupport van 12 december 2018 (productie 35 van [gedaagde] ). Volgens [gedaagde] kan alleen De Bouwhorst of zijn onderaannemer [naam 6] de bouw afmelden. Pas dan ontvangt [gedaagde] het garantiecertificaat. Hij kan dat niet zelf aanvragen.
3.55.
De pleitnota van mr. Breedijk luidt op dit punt:
De Bouwhorst heeft een e-mail van [gedaagde] overgelegd d.d. 23 januari 2019. Daarin bevestigt [gedaagde] dat er “formeel opdracht gegeven” moet worden voor het uitvoeren van het kitwerk aan de buitengevel. De Bouwhorst heeft dat ook gedaan. Toen dat echter niet door de schilder van [gedaagde] ( [naam 5] ) werd opgevolgd, heeft hij hem bij e-mail d.d. 15 april 2019 hieraan herinnerd. Uiteindelijk zijn partijen c.q. is de heer [naam 5] ter plaatse geweest om dit ook daadwerkelijk uit te voeren. Dat moment meende [gedaagde] echter dat [naam 5] niet met de juiste kit wilde gaan werken. De Bouwhorst bestrijdt deze opvatting van [gedaagde] . Feit is dat [gedaagde] met bovengenoemde handelwijze in schuldeisersverzuim is geraakt.
3.56.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Het is niet zo dat ik iemand zou hebben afgewezen die klaar stond om te kitten. [naam 5] werd ingeschakeld voor schilderwerkzaamheden als onderdeel van het BGI-systeem, waarbij het schilderen na het stucwerk plaatsvond. Hierdoor hadden we plotseling behoefte aan een schilder. [naam 2] heeft [naam 5] opdracht gegeven voor het schilderwerk. Op dat moment werd ook gevraagd of [naam 5] het kitwerk kon verzorgen, maar hij beschikte niet over de benodigde materialen en wist niet precies wat hij moest doen.
Het is belangrijk om op te merken dat ik niet de opdrachtgever was en dat de factuur voor deze werkzaamheden door De Bouwhorst is betaald en niet door mij. Vanwege het ontbreken van de juiste kitafdichting heb ik geen garantie op de buitengevel. Het is de vraag of er nog garantie verstrekt kan worden omdat het werk al zo lang geleden gedaan is en toen niet goed is afgewerkt. Als de werkzaamheden overgedaan moeten worden om alsnog garantie krijgen zou dat wel € 50.000 kunnen kosten.
[naam 2] : Ik heb gevraagd aan [naam 5] of hij het gewenste kitwerk wilde uitvoeren, maar hij heeft dit uiteindelijk niet gedaan. In heb hem hieraan herinnerd, maar het kitwerk is niet voltooid.
3.57.
Niet in geschil is dat er nog kitwerk moest plaatsvinden om de garantie te verkrijgen, dat De Bouwhorst daarvoor moest zorgen en dat dit niet gebeurd is.
Het verweer dat [gedaagde] de te gebruiken kit heeft afgewezen en dat daardoor schuldeisersverzuim is ontstaan wordt afgewezen. In de eerste plaats ontkent [gedaagde] de gestelde toedracht. Bovendien als het al zo gegaan zou zijn, is niets gesteld over de kit die [naam 5] wilde gaan gebruiken en over de eisen die aan de te gebruiken kit gesteld moesten worden, zodat ook niet kan worden vastgesteld dat de kit die [naam 5] wilde gaan gebruiken ten onrechte door [gedaagde] zou zijn afgekeurd.
3.58.
Dat het kitwerk niet is verricht is een tekortkoming van De Bouwhorst, die na het tussenvonnis niet is hersteld. Nu De Bouwhorst de tekortkoming niet heeft hersteld, zal een ander dat in opdracht van [gedaagde] moeten doen.
Omdat ook niet in geschil is dat het een klein klusje is, zal de schade worden geschat en wel op € 250,00.Nadat [gedaagde] het kitwerk heeft laten verrichten, kan garantie worden aangevraagd. Daar dient De Bouwhorst voor te zorgen; als de Bouwhorst dat niet doet of als de garantie niet wordt verleend, omdat het allemaal te lang heeft geduurd (zoals [gedaagde] vreest) komt dat voor rekening van De Bouwhorst.
3.59.
De vraag is dan wat de schade is van het niet afgeven van de garantie. Anders dan [gedaagde] meent, bestaat die schade niet uit de kosten van het opnieuw aanbrengen van de gevelisolatie op zo’n wijze dat wel garantie kan worden verleend. De schade is enerzijds het verschil in waarde van de woning mét en zonder garantie. Anderzijds is deze schade mogelijke toekomstige schade, namelijk als zich in de toekomst een gebrek openbaart dat onder de garantie zou vallen als deze aanwezig zou zijn geweest.
3.60.
Het verschil in waarde tussen de woning bij wel of niet aanwezig zijn van de garantie kan niet nauwkeurig worden vastgesteld en moet daarom door de rechtbank worden geschat. De rechtbank schat dit waardeverschil op € 10.000,00.
3.61.
De kosten van herstel indien zich een gebrek openbaart in de gevelisolatie gedurende de termijn dat de garantie zou hebben gelopen en voor zover dat onder de dekking van de garantie zou vallen, is toekomstige schade in de zin van artikel 6:105 Burgerlijk Wetboek. Omdat volstrekt onzeker is of die schade zal ontstaan en zo ja wat de omvang daarvan zou kunnen zijn, kan deze nu niet worden begroot, zelfs niet met inachtneming van de goede en kwade kansen. De begroting van de schade moet dus worden uitgesteld; [gedaagde] kan aanspraak maken op schadevergoeding als die schade zich voordoet en meer blijkt te bedragen dan € 10.000,00.
3.62.
Aan [gedaagde] wordt toegewezen een schadevergoeding van € 250,00 voor de gebreken in de gevelisolatie en van € 10.000,00 wegens het (vooralsnog) ontbreken van de garantie daarop.
3.63.
De rechtbank bepaalt op grond van de voorafgaande overwegingen het volgende:
- [gedaagde] dient de herstelwerkzaamheden aan de gevel uit te doen voeren. De factuur dient hij zelf te betalen, maar binnen zes maanden na de datum van dit vonnis in afschrift aan De Bouwhorst te zenden. Uit de factuur (en eventueel andere mee te sturen bewijsstukken) moet blijken dat de werkzaamheden die waren genoemd in het rapport van Gevelsupport van 12 december 2018 (productie 35 van [gedaagde] ) zijn verricht, zodat De Bouwhorst de garantie kan aanvragen;- Indien [gedaagde] aan het vorige punt binnen een jaar na de datum van dit vonnis geen uitvoering heeft gegeven of indien hij dat wel heeft gedaan en vervolgens (op aanvraag door of in opdracht van De Bouwhorst) de garantie wordt verleend, is [gedaagde] aan De Bouwhorst € 10.000,00 verschuldigd;- [gedaagde] dient zich te onthouden van het zelf (doen) aanvragen van garantie binnen zes maanden nadat hij de genoemde factuur aan De Bouwhorst heeft gezonden.
11. Vergeten beslispunten ?
- Binnenstucwerk
3.64.
[gedaagde] heeft in de conclusie van antwoord gesteld dat een deel van het binnenstucwerk voornamelijk aan het plafond van de woonkamer en de opgaande wand in de vide van trappenhuis) hersteld moest worden en dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] dit aan een derde zou mogen opdragen, en dat de daarmee gepaard gaande kosten door De Bouwhorst op [naam 6] zouden worden verhaald. Uit de factuur van [naam 5] van 19 september 2018 (productie 41 van [gedaagde] ) blijkt dat hiervoor € 5.893,50 inclusief BTW in rekening is gebracht, op welk bedrag [gedaagde] aanspraak maakt.
3.65.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Tijdens onze gesprekken met [naam 5] is besproken dat hij het schilderwerk binnenshuis zou uitvoeren. Echter, de onderlaag van het stucwerk voldeed niet aan de vereiste kwaliteit voor het werk dat hij wilde opleveren. [naam 5] stuurde foto’s van de bijgewerkte delen, waarna we samen met [naam 5] en [naam 2] naar het stucwerk hebben gekeken. Het bleek dat het binnenstucwerk niet voldoende was en hersteld moest worden. Vanwege de aanstaande verhuisdatum en het begin van de bouwvakantie, moesten we snel een oplossing vinden. Ik heb aan [naam 2] gevraagd hoe hij dit zou regelen, maar ik kreeg de optie om het zelf te regelen en de kosten bij de onderaannemer in rekening te brengen. Ik heb toen een bedrijf uit Volendam ingeschakeld dat via [naam 5] is geregeld. Zij werkten met een spuitmethode die snel droogt. Zij hebben het met zes of zeven man in een dag gedaan. Kort daarna kon het schilderwerk worden voortgezet.
Tijdens de bouwvakantie heb ik een e-mail gestuurd naar [naam 2] met de vraag of we [naam 6] niet in de gelegenheid moesten stellen om het te herstellen. Echter, ik had op dat moment al kosten gemaakt en deze in rekening gebracht bij [naam 6] . [naam 7] merkte op dat het om een aanzienlijk bedrag ging. Zij waren geschrokken van het bedrag omdat wij zelf het herstel hadden geregeld. Ik heb vervolgens de vordering bij de aannemer ingediend, aangezien hij had gezegd dat we het zelf mochten laten uitvoeren. De eenheidsprijs van 21/22 euro per vierkante meter heb ik exact overgenomen van de aannemingsovereenkomst. Eerder hadden we een stucadoor van ver weg, dus ik had me afgevraagd waarom we geen stucadoor in de buurt hadden gezocht. Toen stelde [naam 5] voor om iemand te regelen die het snel kon herstellen. De gehanteerde eenheidsprijs was hetzelfde als die in de aannemingsovereenkomst, omdat we onder tijdsdruk stonden en snel een oplossing nodig hadden. U vraagt mij of het logisch is dat het herstellen van oneffenheden per vierkante meter hetzelfde zou kosten als het aanbrengen van het stucwerk. Ik heb daar niet bij stilgestaan.
[naam 2] : Ik weet niet meer precies hoe alles is verlopen met betrekking tot het stucwerk. Er was niets over een vlakheidsklasse afgesproken. Als je naar stucwerk gaat kijken en er valt strijklicht langs is het nooit vlak. Ik herinner me wel dat [gedaagde] onverwachts met een hoge factuur kwam voor alleen het stucen van de woonkamer.
Breedijk: Mijn cliënt heeft aangegeven dat hij verrast was door het ontbreken van zichtbaar verschil tussen het oorspronkelijke stucwerk en latere werkzaamheden. Dit heeft geleid tot twijfel of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of hiervoor betaling heeft plaatsgevonden.
3.66.
De Bouwhorst heeft de door [gedaagde] gestelde gang van zaken voor zover inhoudend dat hem was toegestaan tekortschietend stucwerk te herstellen niet gemotiveerd betwist. Uit de factuur blijkt dat deze werkzaamheden zijn verricht en wat de kosten daarvan zijn geweest, namelijk € 5.893,50 inclusief BTW. Deze komen ten laste van De Bouwhorst.
- Frans balkon
Standpunten van partijen en bewijsstukken:
3.67.
Volgens [gedaagde] behoort het Frans balkon tot het aangenomen werk. Het door De Bouwhorst bestelde glas van het Frans balkon paste niet. De Bouwhorst heeft geen nieuw glas besteld en geïnstalleerd. Inmiddels heeft [gedaagde] door Dutch Glass Design tegen betaling van € 1.312,40 inclusief BTW dit gebrek laten herstellen.
3.68.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Het Franse balkon was een onderdeel van de aannemingsovereenkomst en de levering van de kozijnen werd verzorgd door De Bouwhorst. Echter, het Franse balkon moest op een andere manier worden uitgevoerd dan oorspronkelijk gepland, om aan de specifieke wensen te voldoen. Op een bepaald moment is er brand gesticht, waarbij de isolatie vlam heeft gevat en het glas van het Franse balkon is gebroken. Hierdoor was de gehele glasplaat niet meer bruikbaar en moest er een nieuwe worden geïnstalleerd. Het plaatsen van een nieuwe glasplaat vereist een kraan, maar er waren geen kraanmomenten meer beschikbaar en de steiger was ondertussen verwijderd, waardoor het Franse balkon niet kon worden voltooid.
[naam 2] : Het Franse balkon was inbegrepen in de offerte voor de kozijnen. De glasplaat van het Franse balkon is echter gebroken. De glasplaat was anders dan afgesproken. Het glas zat aan het kozijn bevestigd. Bovendien was de glasplaat te laag geplaatst, aangezien het kozijn op een verhoging staat. Hierdoor moest er een nieuwe, grotere glasplaat worden geïnstalleerd. De schade kan worden beschouwd als nihil, aangezien de oorspronkelijke glasplaat hoe dan ook onbruikbaar was geworden.
3.69.
Uit de stellingen over en weer kan worden afgeleid dat de glasplaat van het Frans balkon tot het werk behoorde en dat deze niet is aangebracht. Dat is een tekortkoming van De Bouwhorst.Het verweer dat er geen schade is omdat de oorspronkelijke glasplaat hoe dan ook onbruikbaar was geworden gaat niet op, omdat de breuk van de oorspronkelijke glasplaat voor risico van De Bouwhorst kwam, zo lang de woning niet was opgeleverd.De rechtbank zal de schade begroten op het bedrag dat [gedaagde] heeft uitgegeven aan het alsnog aanbrengen van een glasplaat, te weten € 1.312,40 inclusief BTW.
- ontbreken isolatie onder raamkozijn
3.70.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Bij het badkamerraam is er geen isolatie aangebracht, in tegenstelling tot de rest van de ruimte waar de isolatie wel aanwezig is. Onder het kozijn is er een voelbare opening waar isolatie ontbreekt. Op deze plek is er een gebrek aan isolatie van ongeveer 9 cm.
3.71.
De Bouwhorst heeft dit gebrek niet betwist. In het rapport van Lekrecherche, waarop [gedaagde] zich beroept, is als maatregel genoemd: “Dit kan worden bijgeïsoleerd met
een isolatie pur.” De rechtbank schat de schade op € 100,00.
- Daktrim- verkeerd hout gebruikt
3.72.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
Zeylmaker: Ik verwijs naar CvA p. 44 en FD rapport, productie 12 bij dagvaarding, foto 13:024
[gedaagde] : Er is gebruikgemaakt van een specifiek type hout dat naar verwachting niet zou kromtrekken. Echter, we hebben geconstateerd dat het hout van het verkeerde type was. We hebben de aannemer hierop gewezen en gevraagd om het hout te vervangen of te behandelen. De behandeling is uitgevoerd, maar op sommige plekken blijkt het hout alsnog kromgetrokken te zijn. Er is een speling ontstaan tussen de isolatie en de houten plaat. Diverse partijen hebben aangegeven dat het gebruikte hout niet het juiste type is.
[naam 2] : Het gebruikte hout is okoume, dat is watervast.
3.73.
Dat het hout in de daktrimmen op sommige plaatsen is kromgetrokken is niet betwist. Dit is een gebrek dat voor rekening van De Bouwhorst hersteld zal moeten worden. [gedaagde] heeft gesteld dat herstel moet plaatsvinden door de daktrim volledig te verwijderen en de trimplanken rondom te vervangen. De rechtbank acht dit geen passende vorm van herstel, omdat het gaat om het plaatselijk kromtrekken van het hout en het probleem volgens de toelichting van [gedaagde] met name is gelegen in de waterdichtheid van het BGI-systeem.
[gedaagde] heeft een offerte in het geding gebracht van Van Drift bouw, waarin een post is opgenomen voor “daktrimmen afkitten”, zowel bij het dakterras als bij het dak +8500 en +8900, beide van € 350,00. De rechtbank acht dat wel een passende manier van herstel. De Bouwhorst heeft zich over de kosten van herstel niet uitgelaten. De rechtbank begroot deze kosten op basis van genoemde offerte op € 700,00, te verhogen met in totaal 13% voor algemene kosten, risico en winst en 21% BTW, in totaal € 957,11.
- Dakterras
3.74.
Standpunt De Bouwhorst: de lekdorpels zijn wel voldoende ondersteund. Hier zijn geen normen voor. [gedaagde] heeft onvoldoende gesteld om dit überhaupt te kunnen weerleggen.
3.75.
Het proces-verbaal luidt op dit punt:
[gedaagde] : Het gaat om de gebreken “nauwelijks isolatie onder de kozijnen” en “lekdorpels onvoldoende ondersteund”. Ik verzin deze punten niet, het staat in het rapport van FD advies. De lekdorpel zit met twee blokjes bevestigd. Als deze loskomen, kan er vocht en ongedierte tussen de blokjes en isolatie komen. Dit detail heeft betrekking op de buitengevelisolatie en is van belang voor de verzekerde garantie.
3.76.
Over de isolatie onder kozijnen is al beslist. Wat de isolatie onder de lekdorpel betreft geldt dat gezien de uiteenzetting van [gedaagde] en het FD-rapport De Bouwhorst dit gebrek niet voldoende gemotiveerd heeft betwist.[gedaagde] heeft een offerte in het geding gebracht van Van Drift bouw, waarin de kosten van ‘ísolatie onder lekdorpels aanbrengen’ worden begroot op € 380,00. De Bouwhorst heeft zich over de kosten van herstel niet uitgelaten. De rechtbank begroot deze kosten op basis van genoemde offerte op genoemd bedrag, te verhogen met in totaal 13% voor algemene kosten, risico en winst en 21% BTW, in totaal € 519,57.
Rekenfout
3.77.
[gedaagde] stelt dat de rechtbank in rechtsoverwegingen 6.62 (slot) en 6.117 van het tussenvonnis van een onjuist bedrag uitgaat. Weliswaar deelt [gedaagde] het oordeel dat het meerwerk terzake de aluminium kozijnen en screens slechts toewijsbaar kan zijn tot € 500,00 (overschrijding 10% van de stelpost), maar De Bouwhorst gaat blijkens haar eigen meerwerkpost 4Das05a niet uit van door [gedaagde] te betalen meerwerk ad € 6.350,00, maar van een hoger bedrag: € 8.589,03, zie daarvoor ook randnummer 65 van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie. Nu [gedaagde] slechts € 500,00 ter zake meerwerk hoeft te voldoen, moet worden voorkomen dat door het wegstrepen van “slechts” € 6.350,00 op de totale vordering van De Bouwhorst op [gedaagde] , [gedaagde] dan ongemerkt in feite toch bijna € 2.000,00 moet betalen.
3.78.
De Bouwhorst heeft op dit betoog niet gereageerd.
3.79.
De rechtbank stelt vast dat in het meerwerkoverzicht inderdaad zoals [gedaagde] stelt als meerwerk voor de montage van de aluminium kozijnen een stelpost van € 5000,00 en meerwerk van € 8.589,03 is vermeld. Dat laatste bedrag moet worden verminderd tot € 500,00, dus een correctie van € 8.089,03 exclusief BTW.
Conclusie in reconventie
3.80.
De rechtbank zal nu eerst de in reconventie toegewezen schadeposten bij elkaar optellen.
Bedrag (inclusief BTW) | rechtsoverweging TV= tussenvonnis EV= eindvonnis | ||
------------------------------------------------------------ | ---------------- | ---------------------- | |
traptrede | 2.032,80 | 7.33 TV | |
expertisekosten | 3.106,07 | 7.33 TV | |
glazen balustrade | 4.474,58 | 3.12 EV | |
woonkamer (HSB-wand) | 1.883,46 | 3.28 EV | |
open haard | 3.518,06 | 3.33 EV | |
voordeur | 2.002,55 | 3.43 EV | |
Vochtscherm | 2.605,43 | 3.46 EV | |
losraken gietvloer | 1.620,25 | 3.50 EV | |
woningscheidende muur injecteren | 1.648,63 | 3.53 EV | |
garantie GBI-systeem | 10.250,00 | 3.62 EV | |
binnenstucwerk | 5.893,50 | 3.66 EV | |
isolatie raamkozijn | 100,00 | 3.71 EV | |
daktrim | 957,11 | 3.73 EV | |
dakterras | 519,57 | 3.76 EV | |
-------------- | |||
TOTAAL | € 38.963,38 | ||
Dit bedrag dat in reconventie toewijsbaar is, wordt verrekend met het bedrag dat in conventie toewijsbaar is. Omdat de vordering in conventie die in reconventie overtreft zal per saldo in reconventie niets worden toegewezen.
Conclusie in conventie
3.81.
Hieronder volgt het overzicht uit rechtsoverweging 6.117 van het tussenvonnis, gecorrigeerd en aangevuld aan de hand van dit vonnis.
Wat de toewijsbaarheid van de vordering van De Bouwhorst betreft is het uitgangspunt de door De Bouwhorst gevorderde hoofdsom van € 109.807,50. Hierop dienen de volgende correcties plaats te vinden:
Af (ex BTW) | rechtsoverweging TV= tussenvonnis EV= eindvonnis | ||
------------------------------------------ | ------------- | ---------------- | --------------------- |
gevorderd (inclusief BTW) | 109.807,50 | 3.3 TV | |
schoonmaak verdeler | 25,00 | 6.9 TV | |
te hoog meerwerk kozijnen | 8.089,03 | 6.62 TV3.79 EV | |
stelkozijnen | 8.454,67 | 6.71 TV | |
aluminium bekleding | 4.574,44 | 6.74 TV | |
vogelhuisjes | 1.428,00 | 6.77 TV | |
stucen badkamer | 1.520,00 | 6.85 TV | |
aanbrengen hang- en sluitwerk | 1.220,00 | 6.88 TV | |
architraven | 380,00 | 6.91 TV | |
bitumen fundering | 1.720,00 | 6.94 TV | |
hemelwaterafvoeren | 2.679,00 | 6.96 TV | |
holonite onderdorpels | 270,00 | 6.98 TV | |
kitwerk | 300,00 | 6.100 TV | |
ombouw badkamers | 785,98 | 3.20 EV | |
-------- | |||
Correctie meerwerk exclusief BTW | 31.446,09 | ||
AF: Correctie meerwerk:inclusief BTW | 38.049,77 | ||
AF: vergoeding wegens bouwtijdoverschrijding | 12.941,03 | 3.17 EV | |
AF: verrekening van algemene kosten, risico en winst over verschil tussen meer- en minderwerk. | 1.839,94 | 3.24 EV | |
AF: te verrekenen schadevergoedingen zoals toegewezen in reconventie | 38.963,38 | 3.80 EV | |
TOTAAL te vorderen | € 18.013,38 |
3.82.
Over het toegewezen bedrag zal de wettelijke rente worden toegewezen en ook de in de Algemene voorwaarden bedongen verhoging van 2%; deze is niet betwist en wordt ook bij toetsing aan het ambtshalve toe te passen consumentenrecht niet onredelijk bezwarend bevonden (zie rechtsoverweging 6.119 van het tussenvonnis).
3.83.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen over het toegewezen bedrag overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en wel tot een bedrag van € 1.159,58.
Proceskosten
3.84.
Partijen zijn zowel in conventie als in reconventie beide deels in het gelijk gesteld maar ook voor een zeer aanzienlijk deel in het ongelijk. De rechtbank zal daarom zowel in conventie als in reconventie de proceskosten compenseren.
4. De beslissing
De rechtbank
in conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan De Bouwhorst te betalen een bedrag van
€ 18.013,38 (achttienduizend dertien euro en achtendertig cent), met de wettelijke rente daarover vanaf 1 april 2019 tot 15 april 2019 en met de wettelijke rente, verhoogd met 2% vanaf 15 april 2019 tot aan de volledige betaling,
4.2.
bepaalt met betrekking tot de gebreken in de gevelisolatie dat partijen zich dienen te houden aan de bepalingen zoals vermeld in rechtsoverweging 3.63,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan De Bouwhorst te betalen een bedrag € 1.159,58 voor buitengerechtelijke proceskosten,
4.4.
verklaart bovenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie en in reconventie
4.5.
compenseert de proceskosten, met dien verstande dat elke partij de eigen kosten draagt,
4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2023.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 27‑09‑2023
Ik heb de lay-out overal gelijkgetrokken in ,00. Ik heb daarvoor gekozen omdat het ook zo in de tabel staat aan het eind.
Uitspraak 22‑02‑2023
Inhoudsindicatie
Bouw woning - wel of geen oplevering - vertraging - gefixeerde schadevergoeding bij te late oplevering onredelijk bezwarend - gebreken - meer- en minderwerk
Partij(en)
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/703035 / HA ZA 21-535
Vonnis van 22 februari 2023
in de zaak van
AANNEMERSBEDRIJF DE BOUWHORST B.V.,
te Nijehaske,
eisende partij,
gedaagde in de tegenvordering (reconventie),
hierna te noemen: De Bouwhorst,
advocaat: mr. B.M. Breedijk te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eiser in de tegenvordering (reconventie),
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. K. Zeylmaker te Rotterdam.
Partijen worden hierna De Bouwhorst en [gedaagde] genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 december 2021,- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 maart 2022 houdende mondeling vonnis,
- het proces verbaal van getuigenverhoor gehouden op 30 augustus 2022,
- de akte overleggen producties van de kant van De Bouwhorst,
- de antwoordakte overlegging producties van de kant van [gedaagde] , waarbij is afgezien van het horen van verdere getuigen in enquête,
- de conclusie na enquête van de kant van [gedaagde] , met producties,
- de conclusie na enquête van de kant van De Bouwhorst.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De volgende vaststaande feiten zijn van belang voor de meeste of voor alle geschilpunten die tussen partijen bestaan.
2.1.
Tussen De Bouwhorst en [gedaagde] is op 27 september 2016 een aanneemovereenkomst gesloten tot de bouw van een woonhuis aan het [adres] (hierna: de woning).
Deze aannemingsovereenkomst houdt onder meer in dat de werkzaamheden worden verricht voor een aanneemsom van € 482.185,00 inclusief BTW, in tien termijnen te factureren, dat in week 35 van 2016 (29 augustus - 2 september 2016) met de bouw wordt begonnen, dat het werk in week 20 van 2017 (15 tot en met 19 mei 2017) zal worden opgeleverd en dat eventuele gebreken in de onderhoudsperiode van drie maanden na oplevering hersteld zullen
worden. De AVA 2013 zijn van toepassing verklaard, met uitzondering van artikel 17.
2.2.
Voor de woning zijn aluminium kozijnen besteld bij Windowmakers. [gedaagde] kreeg bij Windowmakers korting.
2.3.
Op 2 augustus 2018 heeft [naam 1] (hierna [naam 1] ) een zogenaamd ‘proces-verbaal van oplevering’ opgesteld, waarin opleverpunten waren genoteerd. Dit stuk is door beide partijen ondertekend.
2.4.
[gedaagde] heeft de woning op 13 september 2018 betrokken.
2.5.
[gedaagde] heeft De Bouwhorst op 27 september 2018 een bericht gestuurd waarin hij verzocht om een bespreking ten aanzien van de openstaande opleverpunten alsmede
een aantal punten die niet in het proces-verbaal van oplevering d.d. 2 augustus
2018 waren opgenomen.
2.6.
De Bouwhorst heeft [gedaagde] op 1 maart 2019 het finale overzicht van het meer- en minderwerk gestuurd en de eindafrekening tot een bedrag van € 109.807,50. [gedaagde] heeft dat bedrag niet betaald.
2.7.
Op verzoek van [gedaagde] heeft inspectie van de woning door FD Advies plaatsgevonden. De Bouwhorst was daarvoor uitgenodigd, maar was hierbij niet aanwezig. FD Advies heeft een rapport uitgebracht (hierna: het FD-rapport), waarin een aantal gebreken waren opgesomd. [gedaagde] heeft dat rapport op 26 april 2019 aan De Bouwhorst toegezonden en haar verzocht de gebreken uiterlijk 31 mei 2019 op te lossen.
2.8.
De Bouwhorst heeft [gedaagde] op 26 april 2019 laten weten dat de woning op 2 augustus 2018 was opgeleverd en dat de erkende opleverpunten reeds waren verholpen.
2.9.
Verdere vaststaande feiten worden vermeld bij de bespreking van de diverse geschilpunten.
3. De vorderingen van De Bouwhorst
3.1.
De Bouwhorst vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. om te verklaren voor recht dat [gedaagde] in verzuim is ter zake van nakoming van de op hem rustende (betalings)verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst;
b. om [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan De Bouwhorst van een bedrag ad € 120.980,58, althans een in goede justitie te bepalen som, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 1 april 2019 alsmede een verhoging van 2% gerekend vanaf 15 april 2019, althans een in goede justitie te bepalen dag, tot aan de dag der algehele voldoening;
c. om [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan De Bouwhorst van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.873,08, althans een in goede justitie te bepalen som;
d. om [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan De Bouwhorst van de kosten voor dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
De Bouwhorst baseert haar vorderingen op de bouwwerkzaamheden die zij als aannemer heeft verricht op grond van de aanneemovereenkomst en het verrichte meerwerk. De Bouwhorst stelt dat zij haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst is nagekomen. Zij heeft immers een woning gerealiseerd en deze aan [gedaagde] opgeleverd. De daarbij geconstateerde opleverpunten die voor rekening en risico van De Bouwhorst komen heeft zij inmiddels opgelost dan wel als minderwerk verrekend. De Bouwhorst betwist dat [gedaagde] een tegenvordering heeft die zij met het gevorderde kan verrekenen.
3.3.
De Bouwhorst specificeert haar vordering als volgt:Hoofdsom € 109.807,50
Teveel gecrediteerde vertragingsvergoeding € 9.300,00
Wettelijke rente P.M.
Buitengerechtelijke incassokosten € 1.873,08=========
TOTAAL € 120.980,58
3.4.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van De Bouwhorst, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van De Bouwhorst, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van De Bouwhorst in de kosten van deze procedure.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De tegenvorderingen van [gedaagde]
4.1.
[gedaagde] heeft een tegenvordering ingesteld (ook wel genoemd een eis in reconventie) die – samengevat – inhoudt dat hij vordert:
I. 1. schadevergoeding wegens bouwtijdoverschrijding van primair € 32.400,00,
subsidiair € 22.260,00;
2. schadevergoeding voor reeds herstelde gebreken van € 9.666,14 inclusief BTW;
3. vervangende schadevergoeding van nog steeds te herstellen gebreken van
€ 140.399,57 inclusief BTW en bijkomende kosten minus € 2.960,00 exclusief BTW;
4. vergoeding van gevolgschade van € 10.355,54 inclusief BTW;
5. € 15.000,00 wegens waardevermindering van de aluminium kozijnen,
althans een in goede justitie te bepalen bedrag;6. expertisekosten van € 10.309,45 inclusief BTW;
met bij elk van deze vorderingen de wettelijke rente;
II. de bouw bij de verzekerde garantie verzorgende instantie afmelden binnen vier weken nadat de gebreken aan het BGI-systeem deugdelijk zijn hersteld en [gedaagde] daarvan aan De Bouwhorst schriftelijk melding heeft gedaan, zodat de verzekerde garantie kan worden verleend, onder gelijktijdige verstrekking van het garantiecertificaat aan [gedaagde] , op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijft;
III. binnen vier weken na datum vonnis alle opleverdocumenten (zoals opgesomd in randnummer 171 van de conclusie van eis in reconventie) aan [gedaagde] ter hand te stellen, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijft;
met veroordeling van De Bouwhorst in de kosten en de nakosten met de wettelijke rente daarover.
4.2.
De Bouwhorst voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de tegenvordering.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling – wel of niet oplevering op 2 augustus 2018
Wel of geen oplevering
5.1.
Zowel de vorderingen van De Bouwhorst als de tegenvorderingen van [gedaagde] zijn (deels) afhankelijk van de vraag of de werkzaamheden naar behoren zijn uitgevoerd. Daarbij is allereerst van belang of op 2 augustus 2018 een oplevering heeft plaatsgevonden. De Bouwhorst stelt dat en heeft als bewijs daarvan een door beide partijen ondertekend proces-verbaal van oplevering in het geding gebracht. [gedaagde] stelt dat dit geen oplevering is geweest, maar een vooroplevering.
5.2.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is een mondeling tussenvonnis gewezen, dat voor zover nu nog van belang als volgt luidt:
“1. De beoordeling1.1. Voor de verdere beoordeling van de zaak zal van essentieel belang zijn of oplevering heeft plaatsgevonden. Nu een door beide partijen getekend opleveringsformulier in het geding is gebracht, is uitgangspunt dat oplevering heeft plaatsgevonden. Dit wordt ook verklaard door de heer [naam 1] . [gedaagde] betwist dat echter. [gedaagde] zal daarom feiten en omstandigheden moeten bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat bij de opname waarvan [naam 1] een schriftelijk verslag heeft gemaakt geen oplevering heeft plaatsgevonden.
(…)2. De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie2.1. stelt [gedaagde] in de gelegenheid feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan worden
afgeleid dat bij de opname waarvan [naam 1] een schriftelijk verslag heeft gemaakt geen
oplevering heeft plaatsgevonden, (…)”
5.3.
De rechtbank acht [gedaagde] niet geslaagd in het opgedragen bewijs. Dit berust op de volgende redenen. [gedaagde] is als partijgetuige gehoord. Hij heeft verklaard dat op 22 juni 2018 is gesproken over meer- en minderwerk en over een vooroplevering of tussenoplevering. Hij wilde verhuizen en hij wilde dat er een definitieve lijst zou komen van de grotere opleverpunten.
[gedaagde] verklaart dat hij [naam 1] heeft gezegd wat volgens hem de punten waren en dat [naam 1] zelf is rondgelopen in het huis en daarbij aantekeningen heeft gemaakt. Daarna zijn alle punten doorgenomen om te kijken of het volledig was. Vervolgens vroeg [naam 1] [gedaagde] het formulier te ondertekenen. [gedaagde] verklaart dat hij het nogal rigide vond, omdat er ‘proces-verbaal van oplevering’ boven stond. [naam 1] heeft toen gezegd dat als beiden dit zouden ondertekenen, De Bouwhorst dan die punten zou moeten oplossen.
In die overtuiging verklaart [gedaagde] het formulier te hebben ondertekend. [gedaagde] heeft verder verklaard: “U vraagt mij of [naam 1] zijn aantekeningen maakte op het notitieblok waarop het uiteindelijk getekende document stond of op een ander papier. Het was inderdaad dat notitieblok en hij gebruikte daarbij carbonpapier. Toen is bij mij ook verwarring ontstaan. Ik heb zeker drie keer gezegd dat dit notitieblok niet juist was. [naam 1] heeft mij nooit gezegd dat dit wel juist was omdat het een formele oplevering was. Dat hele woord oplevering is niet gevallen.”Uit deze verklaring blijkt dat [gedaagde] met [naam 1] is nagegaan of de door [naam 1] genoteerde punten volledig waren en dat hij zich ervan bewust was dat hij een proces-verbaal van oplevering ondertekende. Omstandigheden die er niettemin op zouden kunnen wijzen dat van een oplevering geen sprake was zijn (i) de verklaring van [gedaagde] dat met De Bouwhorst van te voren is besproken dat het een vooroplevering zou zijn en (ii) dat [gedaagde] bij [naam 1] bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruikte formulier. Nu [gedaagde] partijgetuige is, kunnen zijn verklaringen op dit punt alleen bewijs in zijn voordeel opleveren als deze dienen ter aanvulling van onvolledig bewijs (art. 165 lid 2 Rv.). Dat betekent dat deze alleen kunnen meewegen als deze overeenstemmen met ander bewijs. Dat is echter niet het geval, zoals blijkt uit het navolgende.
5.4.
[naam 2] verklaart dat [gedaagde] wilde dat de woning werd opgeleverd, zodat hij die in gebruik kon nemen. Er is niet gesproken over een vooroplevering.Volgens [naam 2] heeft [naam 1] verteld dat dat hij de oplevering zou gaan uitvoeren en hoe dat in zijn werk zou gaan. [gedaagde] heeft volgens hem niet gezegd dat het geen oplevering moest zijn. En hij heeft ook niets gezegd over het formulier waarop [naam 1] werkte.
5.5.
De Bouwhorst heeft na het getuigenverhoor e-mails in het geding gebracht waarin [gedaagde] schrijft: “oplevering (streefdatum 1 augustus).” En “- voorlopige oplevering middels een lijst van aandachtspunten van opdrachtgever
- oplevering middels Vereniging eigen huis.” Volgens De Bouwhorst hebben partijen voorafgaand aan de formele oplevering op 2 augustus 2018 meerdere rondes door het huis gemaakt.
5.6.
De verklaringen van [naam 2] en de door De Bouwhorst in het geding gebrachte e-mails bieden geen steun aan de verklaring van [gedaagde] , maar zijn daarmee volledig in tegenspraak.
5.7.
[naam 1] heeft als getuige verklaard dat hij heeft uitgelegd dat hij kwam voor een oplevering en dat hij de bedoeling daarvan heeft uitgelegd. Het woord oplevering is volgens hem expliciet genoemd. Hij kan zich niet herinneren of [gedaagde] ook op enig moment heeft gezegd dat het niet de bedoeling was om een oplevering te doen. Hij verklaart dat [gedaagde] niet tegen hem heeft gezegd dat het gebruikte formulier niet goed was. Ook de verklaring van [naam 1] is dus in tegenspraak met de verklaring van [gedaagde] .
5.8.
De getuige [naam 3] was niet aanwezig op 2 augustus 2018 en kan zich niet herinneren dat op 20 augustus 2019 aan de orde is geweest dat op 2 augustus 2018 al een oplevering had plaatsgevonden. Ook aan haar verklaring kan geen steun voor de verklaring van [gedaagde] worden ontleend.
5.9.
[gedaagde] heeft betoogd dat er meerdere andersoortige opleveringen hebben plaatsgevonden. Hij verwijst daarbij naar correspondentie met FD Advies en Gevelsupport. De term oplevering heeft volgens [gedaagde] tussen partijen een andere, veel ruimere betekenis gekregen. De wil van [gedaagde] was niet gericht op een eindoplevering.
5.10.
De rechtbank verwerpt dit betoog. Uit deonder 5.5 aangehaalde berichten blijkt duidelijk dat ook [gedaagde] zelf een onderscheid maakte tussen een vooroplevering en een oplevering en dat voor dat laatste een streefdatum van 1 augustus 2018 gold. Voor zover de wil van [gedaagde] er niet op gericht was op 2 augustus 2018 een oplevering te verrichten is dat de andere betrokkenen blijkens de hiervoor besproken getuigenverklaringen niet duidelijk geweest. Zij mochten op grond van artikel 3:35 Burgerlijk Wetboek (BW) vertrouwen op de wilsverklaring van [gedaagde] , te weten dat hij door ondertekening van het proces-verbaal van oplevering instemde met de definitieve oplevering.
5.11.
De conclusie is dat [gedaagde] niet is geslaagd in het bewijs dat op 2 augustus 2018 geen oplevering heeft plaatsgevonden. Dit heeft tot gevolg dat zal moeten worden onderzocht of de bij de oplevering genoteerde opleverpunten zijn verholpen en dat alleen voor zover dat niet het geval is, [gedaagde] uit dien hoofde een vordering jegens De Bouwhorst heeft. Dat kan anders zijn voor bij de oplevering niet zichtbare gebreken. De rechtbank gaat hier nader op in bij de tegenvordering (zie onder 7.4).
6. De beoordeling van de vorderingen van De Bouwhorst
De opleverpunten
6.1.
De Bouwhorst stelt dat alle opleverpunten zijn opgelost of als minderwerk in mindering op de eindafrekening zijn gebracht. [gedaagde] stelt dat de onderstaande opleverpunten niet naar behoren zijn opgelost.
6.2.
De rechtbank merkt hierbij op dat het proces-verbaal van oplevering vermeldt: de nacontrole is op 2-11-2018. Omdat geen van beide partijen gesteld heeft dat de nacontrole heeft plaatsgevonden, gaat de rechtbank ervan uit dat die achterwege is gebleven. Dat betekent dat partijen er geen overeenstemming over hebben bereikt of de opleverpunten naar behoren waren afgehandeld, zodat zij in dit geding het al dan niet opgelost zijn daarvan zullen moeten aantonen. Daarbij kan hetgeen in het rapport van FD-rapport is vermeld in de beoordeling worden betrokken, ook al is FD Advies een partij-deskundige en is
De Bouwhorst bij het onderzoek door FD Advies niet aanwezig geweest. Het oordeel van FD Advies zal echter moeten worden meegewogen naast hetgeen partijen overigens hebben gesteld en het overige in het dossier aanwezige bewijs.
Screens
6.3.
Volgens [gedaagde] zijn bij het nalopen van de screens (conform het rapport van [naam 1] ) enkele ritssluitingen uit de geleiders gevallen. Weliswaar zijn die (door Windowmakers) weer teruggeplaatst, maar daarbij is de isolatie weggehaald om bij de motoren te kunnen. Om dit gebrek volledig op te lossen, had De Bouwhorst er dus voor moeten zorgen dat de twee bakken (inclusief de kapotte isolatie) weer dicht werden gemaakt. Dat heeft De Bouwhorst nagelaten. [gedaagde] verwijst naar het rapport van FD Advies van 12 maart 2019, waarin is vermeld: bak van screen dient hersteld te worden.
6.4.
De Bouwhorst stelt dat van een gebrek geen sprake is, nu de screens al waren nagelopen en er geen schade in het proces-verbaal van oplevering is geconstateerd en er geen schade is te zien op de foto van het rapport van FD Advies, welk rapport bovendien een eenzijdige expertise is. Bovendien is dit volgens De Bouwhorst geen onderdeel van de aanneemovereenkomst omdat Windowmaker een nevenaannemer is.
6.5.
Windowmaker heeft gefactureerd aan De Bouwhorst en moet dan ook als haar onderaannemer worden beschouwd. In het proces-verbaal van oplevering is als opleverpunt het nalopen van de screens vermeld. [gedaagde] stelt dat de schade is ontstaan bij dat nalopen van de screens. Dit heeft De Bouwhorst niet weerlegd. Dat er geen schade is te zien op de foto van het rapport van FD Advies neemt niet weg dat die schade wel is geconstateerd. De Bouwhorst zal dit gebrek nog moeten herstellen.
Hang- en sluitwerk
6.6.
[gedaagde] stelt dat voor het hang- en sluitwerk een stelpost is opgenomen. Dit behoort echter wel tot het werk. [gedaagde] zou alleen het materiaal zelf aanleveren. De rest zou De Bouwhorst uitvoeren. De Bouwhorst heeft, na het rapport van [naam 1] , niets aan dit gebrek gedaan. [gedaagde] wordt er nog altijd mee geconfronteerd dat zes van de twaalf deuren gebreken vertonen: de sluitkom ontbreekt, scharnieren zitten scheef en/of het hang- en sluitwerk is niet volledig bevestigd.
6.7.
Volgens De Bouwhorst heeft [gedaagde] het hang- en sluitwerk zelf geregeld en laten aanbrengen, maar paste het niet. De Bouwhorst had daarvoor gewaarschuwd.
6.8.
In het proces-verbaal van oplevering is vermeld: hang en sluitwerk completeren.
De Bouwhorst heeft niet gesteld dat zij ter uitvoering van dit opleverpunt werkzaamheden heeft verricht. Het onder 6.7 genoemde verweer wordt gepasseerd, omdat indien dit juist zou zijn, het completeren van het hang- en sluitwerk geen opleverpunt zou zijn. De Bouwhorst zal het hang- en sluitwerk dus nog moeten completeren.
Schoonmaak verdeler:
6.9.
[gedaagde] is bereid dit punt af te wikkelen tegen de aangeboden € 25,00.
Balustrade (balkon)
6.10.
De Bouwhorst heeft geen balustrade geplaatst. Volgens [gedaagde] is dat een aan De Bouwhorst toe te rekenen gebrek, volgens De Bouwhorst is dat het gevolg van tekenfout van de (door [gedaagde] ingeschakelde) architect, die ook de werktekeningen had gemaakt. De hoogte van de dakrand voldeed niet aan de daaraan te stellen eisen. Daarom kon niet worden volstaan een eenvoudige buisleuning, maar moest er een balustrade komen. De door De Bouwhorst geoffreerde balustrade vond [gedaagde] echter te duur. Dus is de balustrade niet uitgevoerd en als minderwerk in de eindafrekening opgenomen.
6.11.
[gedaagde] heeft zich er al bij neergelegd om dit punt deels als minderwerk met hem af te rekenen (ad € 1.445,00 plus € 305,00 oftewel € 1.750,00). Echter, het zal [gedaagde] door deze fout van De Bouwhorst meer gaan kosten om de balustrade alsnog aan het Bouwbesluit te laten voldoen. [gedaagde] maakt dan ook aanspraak op deze meerkosten. Volgens [gedaagde] heeft De Bouwhorst de detailtekeningen gemaakt. In 2016 is de aannemer verantwoordelijk geworden voor de tekeningen, dus voor het balkon en de balustraden.
6.12.
Tussen partijen staat vast dat het niet uitvoeren van de balustrade minderwerk is, maar de vraag of er grond is de meerkosten van het alsnog juist uitvoeren van de balustrade voor rekening van De Bouwhorst te brengen, zal afhangen van de vraag wie de fout heeft gemaakt. Daarbij stelt De Bouwhorst dat de architect de detailtekeningen heeft gemaakt en [gedaagde] dat dit De Bouwhorst was. Beide partijen zullen bij akte hun standpunt kunnen toelichten aan de hand van door hen in het geding te brengen detailtekeningen, waarbij zij ook moeten toelichten wie een fout heeft gemaakt en welke fout dat is.
Afdekker afwerken
6.13.
Volgens De Bouwhorst is dit al hersteld. In ieder geval rechtvaardigt dit geen opschorting.
6.14.
Volgens [gedaagde] moet de zijgevel/opstand van het balkon nog worden afgewerkt en gekit. Hoewel De Bouwhorst aan enkele afdekkers heeft gewerkt, geldt dat niet voor allemaal. Dit is dan ook nog steeds een gebrek. Gevolg is dat de verzekerde garantie
op de gevel niet kan worden verstrekt, aldus [gedaagde] .
6.15.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] een concreet gebrek stelt, terwijl De Bouwhorst slechts in algemene zin stelt dat de gebreken zijn hersteld. In het FD-rapport is bovendien bij exterieur vermeld: “2. Diverse openstaande naden en verbindingen”. De rechtbank gaat er daarom van uit dat dit opleverpunt nog niet volledig is opgelost.
Schoorsteen afwerken
6.16.
In het proces-verbaal van oplevering is vermeld: schoorsteen rondom afwerken. Volgens De Bouwhorst is dat opgelost.
6.17.
[gedaagde] stelt dat een aluminium afdekker ontbreekt, terwijl deze ingevolge blad 16, groep 43 van de begrotingsstaat behoort tot het door De Bouwhorst aangenomen werk. [naam 1] beschikte ten tijde van de inspectie niet over de aannemingsovereenkomst. Mogelijk heeft hij dit gebrek niet goed genoteerd. Een beroep daarop zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, aldus [gedaagde] .
6.18.
Vast staat dat bij de oplevering is geconstateerd dat de schoorsteen nog moest worden afgewerkt. Dat daarbij niet is genoteerd dat de overeengekomen aluminium afdekker moest worden aangebracht, betekent niet dat De Bouwhorst van dit deel van haar verplichtingen is bevrijd. Zij moest er bij het afwerken juist voor zorgen dat het overeengekomen resultaat alsnog werd bereikt. Omdat De Bouwhorst niet heeft gesteld dat zij dealuminium afdekker heeft aangebracht, zal zij dat alsnog moeten doen.
Inbraakschade
6.19.
De Bouwhorst stel dat “inbraakschade aluminium kozijn” (opleverpunt 13) door Novanet is opgelost op 19 november 2018 en dat [gedaagde] dit heeft erkend in de brief van ARAG 9 april 2020. Daarin is vermeld (productie 14 bij dagvaarding, p. 11): “De Bouwhorst heeft de kosten van herstel van de vouwwanden betaald – aan Windowmakers en Novanet – en de kosten niet kunnen inbrengen onder de CAR.”
6.20.
Er is voorafgaand aan de oplevering twee keer in de woning ingebroken. Volgens [gedaagde] is bij de eerste inbraak (in de nacht van 9 op 10 maart 2018) vanuit de achtertuin toegang verschaft via de vouwwanden, die daarbij ernstig zijn beschadigd. De tweede inbraak (in de nacht van 16 op 17 augustus 2018) ging via het badkamerraam.
[gedaagde] stelt dat alleen de eerste schade door De Bouwhorst is hersteld en dat hij zelf de schade door de tweede inbraak heeft betaald, tot een bedrag van € 2.124,01 inclusief BTW. Deze schade kon niet ten laste van de CAR-verzekering worden gebracht, omdat De Bouwhorst die niet had verlengd.
6.21.
De Bouwhorst heeft alleen feiten gesteld die betrekking hebben op de eerste schade en zij heeft het betoog van [gedaagde] met betrekking tot de tweede inbraakschade niet betwist. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de tweede inbraakschade, die voor de oplevering is ontstaan, voor haar rekening komt, zodat zij het door [gedaagde] betaalde bedrag zal moeten vergoeden. Deze post zal worden meegerekend bij de tegenvordering tot schadevergoeding (zie 7.7).
Eikenhouten trede
6.22.
Volgens De Bouwhorst gaat het hier om een gebrek aan de traptrede als gevolg van het aanbrengen van de gietvloer, wat voor risico van [gedaagde] komt. Geheel onverplicht heeft Douma de betreffende trede vervangen, aldus De Bouwhorst.
6.23.
Volgens [gedaagde] gaat het hier om het kromtrekken van de traptrede als gevolg van
de problemen met de kim. Volgens [gedaagde] is daardoor water de woning binnengedrongen en is de traptrede van de woonkamer naar de verhoogde keuken aangetast en kromgetrokken. Deze moesten worden vervangen. [gedaagde] heeft de kosten daarvan aan Douma betaald en wil deze vergoed hebben. Hij heeft de offerte en de factuur in het geding gebracht; de kosten hebben € 2.032,80 inclusief BTW bedragen.
6.24.
[gedaagde] heeft onderbouwd dat hij de kosten voor het vervangen van de traptrede aan Douma heeft betaald. De Bouwhorst heeft haar stelling dat zij die kosten heeft betaald niet onderbouwd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de kosten door [gedaagde] gedragen zijn, terwijl het een opleveringsgebrek was dat voor rekening van De Bouwhorst hersteld had moeten worden, zodat De Bouwhorst de genoemde kosten aan [gedaagde] zal moeten vergoeden. Dit betekent dat [gedaagde] uit dien hoofde een tegenvordering heeft. Zie nader onder 7.18.
Hoek gevelpui
6.25.
Volgens De Bouwhorst is de hoek van de gevelpui afgewerkt met aluminium zetwerk; het tegendeel blijkt niet uit rapport van FD Advies. Dit punt is dus opgelost.
6.26.
Volgens [gedaagde] moet de hoek van de gevelpui van de woonkamer nog worden afgewerkt met aluminium zetwerk. Er is een houten koof is geplaatst, maar dat is een tijdelijke oplossing.
6.27.
De Bouwhorst stelt terecht dat dit gebrek niet uit het FD-rapport blijkt en het gebrek is ook overigens niet onderbouwd, wat op de weg van [gedaagde] had gelegen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat dit probleem is opgelost.
Stucwerk gevel
6.28.
Volgens De Bouwhorst is het stucwerk hersteld.
6.29.
[gedaagde] stelt dat de gevel c.q. het BGI-systeem nog steeds niet voldoet, zoals blijkt uit het eindrapport van Gevelsupport, en dus blijft de verzekerde garantie uit, aldus [gedaagde] .
6.30.
Het door [gedaagde] genoemde Inspectierapport (productie 35 bij conclusie van antwoord) bevat foto’s waarbij op een aantal plaatsen is vermeld dat er aandachtspunten voor de aannemer zijn; hierbij wordt alleen kitwerk en schilderwerk genoemd, maar geen stucwerk. Over het al dan niet verlenen van garantie is in dit rapport niets te lezen.Omdat uit het rapport waarnaar [gedaagde] verwijst niet blijkt dat er nog stucwerk moet gebeuren wordt ervan uitgegaan dat De Bouwhorst terecht stelt dat het stucwerk is hersteld.
Aluminium lekdorpel
6.31.
Volgens De Bouwhorst heeft zij dit opleverpunt niet kunnen oplossen omdat
[gedaagde] wenste dat bij de montage de Belgische methodiek werd toegepast (zonder stelkozijnen) en omdat de verkeerde kopschotjes waren geleverd. Dit is ongeschiktheid van zaken afkomstig van [gedaagde] , zodat het uitblijven van herstel van het betreffende kozijn voor
rekening van [gedaagde] komt. De Bouwhorst heeft een aanbod gedaan om het onderhavige punt op een andere, tevens deugdelijke manier op te lossen, maar dat heeft [gedaagde] afgewezen,
zodat Bouwhorst – naar zij stelt – geen enkel verwijt kan worden gemaakt.
6.32.
Volgens [gedaagde] was de lekdorpel bij de sloop beschadigd en heeft hij een andere
dorpel opgehaald. Herstel bleef uit. Inmiddels was De Bouwhorst de kopschotjes (waarmee de lekdorpel bevestigd zou moeten worden) kwijt geraakt, en later raakte ook de nieuwe nog steeds te plaatsen onderdorpel beschadigd. Het is dus niet zo dat De Bouwhorst een herstelaanbod heeft gedaan, dat [gedaagde] heeft geweigerd.
6.33.
Vast staat dat dit opleverpunt niet is opgelost. Zoals eerder overwogen is Windowmakers een onderaannemer van De Bouwhorst. Dat betekent dat De Bouwhorst zich niet kan beroepen op ongeschiktheid van door Windowmakers geleverde kozijnen of onderdelen daarvan. Dus zal zij moeten zorgen voor een onbeschadigde onderdorpel en de juiste kopschotjes. Dat De Bouwhorst heeft afgeraden de Belgische montagemethode te gebruiken neemt niet weg dat zij daarmee heeft ingestemd. Waarom de Belgische wijze van aanbrengen van de kozijnen er toe zou hebben geleid dat dit opleverpunt niet kon worden opgelost heeft De Bouwhorst niet uitgelegd. [gedaagde] heeft gesteld dat de lekdorpel bij de sloop van de gevel beschadigd is geraakt en dat heeft De Bouwhorst niet betwist, zodat ervan moet worden uitgegaan dat deze eerder wel was bevestigd. Dus is niet in te zien welk beletsel de toegepaste Belgische methode zou zijn voor het oplossen van dit gebrek. Dat betekent dat De Bouwhorst dit opleverpunt nog zal moeten oplossen.
Kozijnen en beglazing schoonmaken
6.34.
Volgens De Bouwhorst is dit punt opgelost, maar [gedaagde] betwist dit. Er is nog altijd een onbekende sluier op de ramen aanwezig en [gedaagde] weet zelf ook niet hoe dit weggenomen moet worden. Hij heeft schoonmaakadvies gevraagd en stelt dat dit op kosten van
De Bouwhorst moet worden opgelost.
6.35.
De rechtbank stelt vast dat in het FD-rapport bij de opsomming van de opleverpunten is vermeld dat de in rood vermelde punten op 29 januari 2019 niet of niet afdoende waren opgelost. Dit punt is in rood vermeld, maar verder is hierover in het rapport niets te vinden. Dat betekent dat er niet van kan worden uitgegaan dat dit punt is opgelost, zodat De Bouwhorst hiervoor nog zal moeten zorgen.
Vuil verwijderen van red cedar (carport)
6.36.
Volgens De Bouwhorst is dit punt opgelost en blijkt het tegendeel niet uit het FD-rapport.
6.37.
[gedaagde] stelt dat op het red cedar van de carport nog steeds stucvlekken zitten. De Bouwhorst heeft twee plekjes verwijderd, maar de rest niet.
6.38.
Het FD-rapport vermeldt ook dit punt in het rood als zijnde niet opgelost, maar vermeldt er verder niets over. Ook voor dit ‘schoonmaak’-punt geldt dat de stelling dat het is opgelost gemotiveerd is betwist door het in het geding brengen van het FD-rapport. Dat betekent dat De Bouwhorst hiervoor nog zal moeten zorgen.
Deuren afstellen berging
6.39.
Volgens De Bouwhorst is dit opleverpunt opgelost. Volgens [gedaagde] heeft De Bouwhorst wel een poging gedaan de deuren af te stellen, maar was dat vóór de inspectie door [naam 1] .
6.40.
Ook hier geldt dat de stelling dat dit punt is opgelost gemotiveerd is betwist door het in het geding brengen van het FD-rapport, waarin dit punt ook in het rood is vermeld. Dat betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat dit punt niet is opgelost, zodat De Bouwhorst hiervoor nog zal moeten zorgen.
Beschadiging zetwerk hoekkozijn
6.41.
Volgens De Bouwhorst gaat het om een nauwelijks waarneembaar deukje. Volgens [gedaagde] betreft het een grotere beschadiging; niet alleen een deuk, maar ook krassen en een vervorming op de hoek. Hij verwijst naar foto 15:0027 in het rapport van FD Advies.
6.42.
De Bouwhorst heeft wel gesteld dat het een minimaal gebrek betreft dat geen opschorting rechtvaardigt, maar niet dat het gebrek is opgeheven. Zij zal daar dus nog voor moeten zorgen. Daarbij kan in het midden blijven hoe ernstig de beschadiging is.
Rooster achtergevel
6.43.
Vast staat dat bij de oplevering is vastgesteld dat dit rooster ontbrak. Volgens De Bouwhorst is het rooster aangebracht, maar vervolgens door [gedaagde] zelf verwijderd en kan hij het ook weer zelf aanbrengen.
6.44.
[gedaagde] stelt dat hij het rooster bewust heeft weggehaald om de aansluiting van een pijp die een koudebrug veroorzaakt, bloot te leggen. Deze koudebrug is het daadwerkelijke gebrek. [gedaagde] heeft dit inmiddels in eigen beheer opgelost door zelf af te kitten. Op deze manier wordt er geen valse lucht meer door de open haard naar binnen getrokken. [gedaagde] acht een vergoeding van € 50,00 hiervoor redelijk.
6.45.
In het proces-verbaal van oplevering is als gebrek het ontbreken van een rooster vermeld. Nu geen van beide partijen stelt dat De Bouwhorst heeft nagelaten het rooster aan te brengen is dit opleverpunt verholpen. De gestelde koudebrug is niet als opleverpunt vermeld. Dat [gedaagde] dit zelf heeft opgelost, betekent niet dat hem daarvoor een vergoeding toekomt.
Ter plaatse van de onderdorpel van de voordeur vloer aanhelen
6.46.
De Bouwhorst stelt dat de oneffenheid hooguit 5 mm is en dat valt binnen marges.
6.47.
[gedaagde] stelt dat het hier niet gaat om de discussie ten aanzien van de overeengekomen
vlakheidsklasse 3. De Bouwhorst heeft het gebrek niet opgelost. Wel zijn de gaten
die in de onderdorpel zaten dichtgemaakt, maar het is nog steeds niet netjes aangeheeld. [gedaagde] verwijst hiervoor naar het FD-rapport.
6.48.
Als opleverpunt 34 is in het proces-verbaal van oplevering genoteerd: “tpv onderdorpel voordeur vloer aanhelen”Dit opleverpunt ging niet over de oneffenheid van de vloer maar over een concrete bij te werken plek bij de voordeur. De Bouwhorst heeft niets gesteld waaruit kan worden afgeleid dat zij dit opleverpunt heeft opgelost. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd.
Bouwtijdoverschrijding
6.49.
Vast staat dat de oplevering niet heeft plaatsgevonden in de oorspronkelijke periode (in week 20 van 2017: 15 tot en met 19 mei 2017), maar veel later namelijk op 2 augustus 2018. Partijen verschillen van mening over de omvang van de bouwtijdoverschrijding en de oorzaken daarvan en voor wiens rekening die komen.
6.50.
Volgens De Bouwhorst was Windowmakers een voorgeschreven leverancier. [gedaagde] kende de ondernemer en kon bij hem een korting krijgen. Windowmakers heeft de benodigde aluminium kozijnen te laat geleverd. Daardoor kwam de bouw ruim vier maanden stil te liggen. Daardoor moest een andere stucadoor worden ingeschakeld dan gepland, die ondermaats werk leverde. Het herstel daarvan werd vertraagd doordat [gedaagde] aanspraak maakte op vervanging van de beschadigde kozijnen en daarvoor een hoog bedrag claimde van de CAR-verzekering, met wie hij rechtsreeks contact had. Dit dispuut zorgde ervoor dat het werk per 31 mei 2017 weer stil kwam te liggen tot oktober 2017.
In een bespreking op 22 juni 2018 heeft De Bouwhorst zich bereid verklaard de vertraging te stellen op 34 weken à € 100,00 per werkdag. Daarover zijn partijen het echter niet eens geworden. Op grond van artikel 10 lid 3 AVA 2013 is de hoogte van deze schadevergoeding contractueel vastgelegd op € 40,00 per werkdag. Omdat [gedaagde] de eindafrekening niet heeft voldaan, waarmee de aangeboden korting evenmin is geaccepteerd, wenst De Bouwhorst terug te vallen op hetgeen contractueel is overeengekomen.
De totale vertraging wegens de late levering van de kozijnen en de discussie over de schadevergoeding wegens de beschadiging van de kozijnen bedraagt zes maanden. Uiteindelijk is de woning officieel opgeleverd op 2 augustus 2018. De Bouwhorst berekent de vertraging daarom op 31 werkweken, oftewel 155 werkbare werkdagen. Hiermee komt de verschuldigde schadevergoeding op € 6.200,00. Omdat in de eindafrekening een bedrag wegens vertraging was opgenomen van € 15.500,00 aan schadevergoeding en de vergoeding € 6.200,00 dient te bedragen, moet het uit hoofde van de eindafrekening verschuldigde bedrag worden verhoogd met € 9.300,00, aldus nog steeds De Bouwhorst.
6.51.
[gedaagde] stelt dat de daadwerkelijke bouwtijdoverschrijding 324 werkdagen betreft, en dat hem een vergoeding van € 100,00 per dag is toegezegd, zodat hem een gefixeerde schadevergoeding van € 32.400,00 toekomt en subsidiair van € 22.260,00. Hij heeft een uitvoerige uiteenzetting gegeven van de gang van zaken. De vertraging van 324 dagen is volgens [gedaagde] veroorzaakt door de gemaakte fouten van De Bouwhorst en haar onderaannemers en daarom volledig aan De Bouwhorst te wijten. [gedaagde] betwist dat Windowmakers een voorgeschreven leverancier was. Voordat de kozijnen besteld konden, verliep de communicatie tussen De Bouwhorst en Windowmakers niet soepel. Daardoor is al vertraging veroorzaakt.
Verder is vertraging ontstaan, omdat de kozijnen later geleverd werden. Toen bleek dat een oplevering in week 20 van 2017 niet meer haalbaar was, is in de planning ingezet op een oplevering in week 25 van 2017, zodat de vertraging vijf weken heeft bedragen.Partijen zijn het erover eens dat het BGI-systeem onjuist was aangebracht en moest worden vervangen, en dat de kozijnen daarbij zijn beschadigd. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij aanvankelijk nieuwe kozijnen heeft geëist, maar volgens hem is daarna onder tijdsdruk gekozen voor herstel van de kozijnen. De vertraging die door de beschadiging aan de kozijnen is ontstaan, is echter niet aan hem is te wijten. [gedaagde] heeft immers de kozijnen niet zelf beschadigd en heeft ook zeker niet een oplossing tegengewerkt. Integendeel, hij heeft zich juist ingespannen om via rechtstreeks contact met de CAR-verzekeraar van De Bouwhorst tot een oplossing te komen. Aldus nog steeds [gedaagde] .
6.52.
De rechtbank beschouwt Windowmakers als een voorgeschreven leverancier, omdat deze door [gedaagde] is aangedragen en [gedaagde] bij deze leverancier korting kon krijgen. In die situatie komt een andere leverancier niet in aanmerking en is dus de facto sprake van een voorgeschreven leverancier. Daarom moet [gedaagde] de vertraging wegens te late levering worden toegerekend. Anders dan De Bouwhorst stelt, zal die vertraging echter t op vijf weken moeten worden begroot, omdat de planning met vijf weken werd verschoven wegens de later geleverde kozijnen. Wat het dispuut over de beschadigde kozijnen betreft, geldt dat [gedaagde] niet betwist dat hij aanvankelijk vervanging van de kozijnen wenste. Ook de gestelde rechtstreekse contacten met de CAR-verzekering bevestigt hij. De rechtbank rekent de vertraging door dit dispuut beide partijen voor de helft toe, zodat een vertraging van twee maanden (afgerond op acht weken) voor rekening van [gedaagde] komt. Het dispuut zou immers niet zijn ontstaan als de werkzaamheden goed waren uitgevoerd, maar de vertraging door de aanvankelijke keuze voor nieuwe kozijnen is veroorzaakt door [gedaagde] .. De rechtbank begroot de totale vertraging (rekening houdend met 5 weken vakantie) op 58 weken, waarvan er dertien (vijf plus acht) voor rekening van [gedaagde] komen.
6.53.
De Bouwhorst heeft terecht gesteld dat haar aanbod om voor de vertraging € 100,00 per werkdag te betalen is gedaan in de door [gedaagde] niet geaccepteerde eindafrekening, zodat dit aanbod is vervallen. Dat betekent dat in beginsel de in de AVA 2013 bepaalde gefixeerde vertragingsvergoeding van € 40,00 per werkdag van toepassing is, waarop De Bouwhorst zich ook beroept.
6.54.
Het artikel uit de AVA 2013 waarop De Bouwhorst zicht beroept, is een beding uit algemene voorwaarden. De Bouwhorst is een handelaar in de zin van het Europese consumentenrecht en [gedaagde] is consument. In dat geval dient ambtshalve te worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.Artikel 10 lid 3 AVA 2013 luidt als volgt:
“Bij overschrijding van de overeengekomen bouwtijd is de aannemer een gefixeerde schadevergoeding aan de opdrachtgever verschuldigd van € 40 per werkdag tot de
dag waarop het werk aan de opdrachtgever wordt opgeleverd, behoudens voor zover de aannemer recht heeft op bouwtijdverlenging. Voor de toepassing van dit lid wordt als dag van oplevering aangemerkt de dag waarop het werk volgens de aannemer gereed was voor oplevering, mits het werk vervolgens als opgeleverd geldt, dan wel de dag van ingebruikneming van het werk door de opdrachtgever.”
Dit beding moet in samenhang worden gezien met artikel 10 lid 5 AVA 2013, dat als volgt luidt:“De gefixeerde schadevergoeding bedraagt bij een overeengekomen aannemingssom kleiner of gelijk aan € 20.000 ten hoogste 25% van die aannemingssom en bij een overeengekomen aannemingssom groter dan € 20.000 ten hoogste 15% van die aannemingssom.”.
Uit de tekst van artikel 10 lid 3 AVA 2013 volgt dat het beding de aansprakelijkheid beperkt. Het kan er immers toe leiden dat de schadelijke gevolgen van een tekortkoming in de nakoming van de op de aannemer rustende verbintenis (tijdig opleveren) slechts gedeeltelijk worden vergoed. Een dergelijk beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, zie artikel 6:237 onder f BW.
6.55.
Vanwege de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding komt de rechtbank tot het voorlopig oordeel dat het beding inderdaad onredelijk bezwarend is en dus vernietigd moet worden. Bij een kleine verbouwing die niet op het afgesproken moment klaar is zou een gefixeerd bedrag van € 40,00 passend kunnen zijn, maar bij grotere opdracht, zoals een woning die later klaar is, waardoor de opdrachtgever dubbele woonlasten heeft, zoals in dit geval, is het bedrag duidelijk te laag. Opvallend is dat in lid 3 geen onderscheid wordt gemaakt tussen kleinere en grotere opdrachten, in lid 5 wel. Bovendien is lid 5 een verdere beperking van de aansprakelijkheid.
Het beding in lid 3 komt de rechtbank voor als onredelijk bezwarend, omdat dit beding voor alle opdrachten, of ze nu klein zijn of groot, hetzelfde gefixeerde schadebedrag bepaalt en dat bedrag in een aanzienlijk deel van de bestreken gevallen de schade zeker niet dekt.
6.56.
Partijen zullen bij de nog te houden mondelinge behandeling op het voornemen om dit beding te vernietigen mogen reageren. Indien het beding vernietigd wordt, leidt dat ertoe dat de schade door te late oplevering (in dit geval 45 weken) volledig ten laste van De Bouwhorst komt. [gedaagde] zal de omvang van die schade (te weten de door hem gestelde dubbele woonlasten) moeten stellen en met bewijsstukken moeten onderbouwen.
Meer- en minderwerk
6.57.
Vast staat dat partijen op 22 juni 2018 een overzicht meer/minderwerk hebben besproken. Volgens [gedaagde] is toen afgesproken dat dit overzicht nog zou worden aangepast. De Bouwhorst betwist dat. De Bouwhorst heeft op 1 maart 2019 het finale overzicht van het meer-/minderwerk en de eindafrekening aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] betwist de juistheid van het overzicht meer- en minderwerk en heeft ook een aantal posten genoemd die volgens hem ten onrechte niet als minderwerk zijn opgenomen althans op de aanneemsom in mindering zijn gebracht.
6.58.
Of op 22 juni 2018 is afgesproken dat het overzicht nog zou worden aangepast, kan in het midden blijven; de rechtbank zal nu het door De Bouwhorst aan [gedaagde] gezonden overzicht als uitgangspunt nemen en de standpunten van partijen over elke post waarover discussie is bespreken.
6.59.
De bedragen op het overzicht meer- en minderwerk zijn steeds exclusief BTW, de rechtbank volgt dat in dit vonnis ook; over het saldo van meer en minderwerk zal wel BTW berekend moeten worden.
Voordeur
6.60.
[gedaagde] erkent de meerwerkpost van € 155,00 wel, maar stelt dat de voordeur gebrekkig is. Dit wordt besproken bij de door hem gestelde tegenvordering.
Aluminium kozijnen en screens
6.61.
Vast staat dat er problemen zijn opgetreden met betrekking tot de montage van de aluminium kozijnen. De Bouwhorst stelt dat voor de montage een stelpost is opgenomen, maar dat de werkelijke kosten veel hoger waren. [gedaagde] betwist dat de kosten veel hoger waren. Subsidiair stelt hij dat dit een richtprijs was waarvan slechts met maximaal 10% kan worden afgeweken.
6.62.
De rechtbank gaat ervan uit dat De Bouwhorst dan wel haar onderaannemer meer uren heeft besteed aan de montage van de kozijnen dan verwacht en dat zij die uren als meerwerk in rekening heeft gebracht.Partijen hebben een overeenkomst gesloten op basis van een vaste aanneemsom. Voor zover daarin stelposten voorkomen, kunnen die betrekking hebben op onderdelen van het werk waarvan de details nog niet bekend zijn op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten, bijvoorbeeld omdat de opdrachtgever nog een keuze moet maken (welk sanitair, welke tegels etc.). Dat is hier niet het geval, het gaat hier om werkzaamheden waarvan bij het aangaan van de overeenkomst bekend was wat deze zouden inhouden. Dat betekent dat het subsidiaire verweer van [gedaagde] slaagt, namelijk dat de stelpost als een richtprijs moet worden beschouwd en dat de overschrijding is beperkt tot 10%, tenzij voor verdere overschrijding is gewaarschuwd, opdat de opdrachtgever het werk zou kunnen beperken of vereenvoudigen. Van dat laatste is hier geen sprake. Toewijsbaar is daarom meerwerk tot een bedrag van € 500,00 in plaats van € 6.350,00.
Screens
6.63.
[gedaagde] betwist het meerwerk met betrekking tot de screens op twee gronden. Ten eerste meent hij dat de screens onder de aanneemovereenkomst vielen, omdat zij ook op de factuur van Windowmakers staan. Ten tweede meent hij dat het bedrag dubbel in rekening is gebracht; de bedragen zijn immers zowel terug te vinden onder de posten 4Das5 als onder 4Das10.
6.64.
De Bouwhorst betwist dat de screens onder de aanneemovereenkomst vallen.
6.65.
De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd dat de screens onder de aanneemovereenkomst vielen en kan [gedaagde] ook niet volgen in zijn standpunt dat het bedrag dubbel in rekening is gebracht, nu de omschrijving van 2Das4 luidt: aluminium kozijnen en de omschrijving van 4Das10: screens. Deze meerwerkpost blijft ongewijzigd.
Metselwerk voorgevel
6.66.
Volgens [gedaagde] is dit minderwerk dat door De Bouwhorst op € 835,66 is gesteld onjuist berekend, omdat het volledige metselwerk uitgevoerd zou worden tegen € 2.613,78 en dit volledig is vervallen.
6.67.
De Bouwhorst heeft gewezen op de als productie 22 in het geding gebrachte brief over de wijziging van het metselwerk aan de voorgevel van 18 april 2017 waarin is vermeld dat gasbetonblokken zijn aangebracht en dat het metselwerk volgens de begroting is vervallen, waardoor er per saldo minderwerk is tot een bedrag van € 835,66. De Bouwhorst stelt dat hij deze brief tijdens het bouwproces heeft verzonden. [gedaagde] stelt dat hij deze pas na de uitvoering heeft ontvangen en dat hij hiermee niet akkoord is gegaan. Hij weet echter niet hoe hij op deze brief gereageerd heeft.
6.68.
Vast staat dat [gedaagde] de brief van De Bouwhorst van 18 april 2017 heeft ontvangen, maar er is niet gebleken van een reactie daarop van [gedaagde] . Daarom neemt de rechtbank aan dat het metselwerk niet volledig is vervallen, zoals [gedaagde] stelt, maar dat dit op een andere wijze is uitgevoerd, namelijk met gasbetonblokken, wat minderwerk heeft opgeleverd zoals in die brief vermeld. Deze post behoeft dus geen correctie.Stelkozijnen
6.69.
Volgens De Bouwhorst waren de stelkozijnen meerwerk en is dit het gevolg van onvolledige en onduidelijke tekeningen van Windowmakers, die [gedaagde] ter beschikking had gesteld. De situatie was zodoende ondeugdelijk en onwerkbaar. Nadat eerst was gemonteerd zonder stelkozijnen is in overleg op een bouwvergadering besloten alsnog stelkozijnen te gebruiken. Daaruit vloeit voort dat dit meerwerk is.
6.70.
[gedaagde] betwist dat er fouten stonden in door hem aangeleverde tekeningen. De werkzaamheden van deze post zijn nodig geweest doordat het BGI-systeem dusdanig ondeugdelijk was, dat dit volledig afgebroken en heropgebouwd moest worden. Indien het BGI-systeem dus direct deugdelijk was aangebracht, zouden deze werkzaamheden niet zijn uitgevoerd en zouden deze kosten dus niet zijn gemaakt. [gedaagde] heeft ter zitting wel erkend dat in een bouwvergadering is besloten alsnog stelkozijnen te gebruiken, maar betwist dat dit als meerwerk in rekening kan worden gebracht.
6.71.
De Bouwhorst heeft niet concreet toegelicht welke fouten er in de tekening zaten en waarom deze het gebruik van stelkozijnen noodzakelijk maakten. Vast staat immers dat de aluminium kozijnen eerst zonder de stelkozijnen zijn gemonteerd, dat vervolgens de gevelisolatie ondeugdelijk bleek te zijn uitgevoerd en dat bij herstel daarvan de kozijnen zijn gedemonteerd en dat pas ter gelegenheid van de hermontage is beslist dat er stelkozijnen zouden worden gebruikt. Dat expliciet is gezegd dat dat meerwerk zou zijn, is niet gesteld en uit de genoemde gang van zaken kan niet worden afgeleid dat [gedaagde] zich moest realiseren dat het gebruik van stelkozijnen meerwerk zou zijn. Deze meerwerkpost is dan ook niet toewijsbaar. Dat betekent een correctie van € 8.454,67.
Aluminium bekleding
6.72.
Volgens De Bouwhorst vallen de kosten voor de aluminium bekleding niet onder de
aannemingsovereenkomst. In de begroting staan alleen kosten voor de deklijst van de erker, maar nu is alles in aluminium ingepakt, ook de zijwangen en de onderzijde.
6.73.
Volgens [gedaagde] is De Bouwhorst van zijn eigen detailtekening afgeweken, zonder dat vooraf met [gedaagde] te bespreken. [gedaagde] kon dan ook niet bevroeden dat er achteraf ineens aanspraak zou worden gemaakt op meerwerk.
6.74.
Uit de stellingen van De Bouwhorst is niet af te leiden dat dit meerwerk in opdracht van [gedaagde] is verricht, zodat op vergoeding hiervan geen aanspraak kan worden gemaakt. Dit betekent een correctie van € 4.574,44.
Vogelhuisjes
6.75.
De Bouwhorst stelt dat het hier gaat om montagepunten, die lijken op een vogelhuisje. Deze zitten achter het stucwerk verwerkt en zijn net zo dik als het isolatiepakket. Deze waren nodig om later de lichtarmaturen op te monteren maar ook de glazen balustrade. Op buitengevelisolatie kun je helemaal niks schroeven.
6.76.
Volgens [gedaagde] behoren tot het aangenomen werk 13 wandarmaturen. De vogelhuisjes horen daar bij. Dit is dan ook geen meerwerk.
6.77.
Nu partijen het er over eens zijn dat de vogelhuisjes nodig waren voor de bevestiging van de lichtarmaturen en niet is betwist dat deze tot het werk behoorden, valt niet in te zien waarom de vogelhuisjes meerwerk zouden opleveren, terwijl bovendien ook niet is gesteld dat [gedaagde] hiervoor opdracht heeft gegeven. Deze post (€ 1.428,00) is dan ook niet toewijsbaar.
Gordijnrails
6.78.
Partijen zijn het er over eens dat er meerwerk is verricht teneinde op verzoek van [gedaagde] de gordijnrails verdiept aan te brengen. [gedaagde] vindt het bedrag echter te hoog. De Bouwhorst stelt dat het een tijdrovende klus is geweest.
6.79.
Dat [gedaagde] het meerwerk heeft opgedragen zonder voorafgaand een prijsopgave te verlangen staat vast. De Bouwhorst heeft op 29 mei 2018 in haar factuur de werkzaamheden gespecificeerd. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat deze werkzaamheden niet de in rekening gebrachte tijd (kunnen) hebben gekost. Deze meerwerkpost is dus toewijsbaar.
Ombouw badkamers
6.80.
Vast staat dat de architect een tekening heeft gemaakt en dat De Bouwhorst ook nog (detail)tekeningen heeft gemaakt. Laatstgenoemde stelt dat zij veel meer ombouwen heeft gemaakt dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dat betekent extra uren en extra plaatmateriaal. Dat is in overleg gegaan, aldus De Bouwhorst.
6.81.
Volgens [gedaagde] is De Bouwhorst van haar eigen tekening afgeweken. De maatvoering bleek in de praktijk niet juist te zijn, en ook de ondergrond bleek ongeschikt voor het aan te brengen tegelwerk. Er moest dus het nodige worden aangepast. Omdat De Bouwhorst deze fouten zelf heeft gemaakt, lag het op haar weg om die fouten op eigen kosten te herstellen. Van meerwerk is dan ook geen sprake. In ieder geval is geen meerwerk opgedragen, aldus [gedaagde] .
6.82.
De rechtbank kan dit punt niet beslissen zonder dat zij beschikt over de tekening van de architect, de tekening van De Bouwhorst en concreet is aangeduid wat ten opzichte van de tekening van de architect (waarop de begroting was gebaseerd) meer is gedaan. Ook zal De Bouwhorst haar stelling dat dit in overleg is gegaan moeten bewijzen. Partijen zullen die tekeningen bij de te bevelen mondelinge behandeling moeten tonen.
Tegelwerk – stucwerk badkamer
6.83.
De Bouwhorst heeft het tegelwerk aangenomen voor € 9.248,30, in welk bedrag een stelpost van € 4.200,00 is opgenomen. Volgens [gedaagde] is dit onderdeel volledig uit het werk gehaald, maar is het als minderwerk voor een lager bedrag opgenomen omdat De Bouwhorst een bedrag van € 1.520,00 voor stucwerk boven de tegels opvoert. Het stucwerk was echter onderdeel van de aanneemsom. Het is niet zo dat tegels door stucwerk zijn vervangen.
6.84.
Volgens De Bouwhorst is de post tegelwerk eruit gehaald, maar vervolgens moest er alsnog een deel gestuct worden in de badkamer. Dat is verrekend met de post tegelwerk. Het is waterbestendig stucwerk. Het is het niet gebruikelijk te stucen in de badkamer.
6.85.
De rechtbank stelt vast dat uit de stellingen van De Bouwhorst niet kan worden afgeleid dat in de oorspronkelijke opdracht geen stucwerk in de badkamer was opgenomen of dat tussen partijen is overeengekomen dat tegelwerk zou worden vervangen door stucwerk. Er is daarom geen grond om stucwerk in de badkamer in rekening te brengen.
Aanbrengen hang- en sluitwerk
6.86.
De Bouwhorst stelt dat voor de levering van hang- en sluitwerk een stelpost in de aannemingsovereenkomst is opgenomen. [gedaagde] heeft zelf het hang- en sluitwerk aangekocht, maar De Bouwhorst heeft extra uren moeten maken voor het infrezen van het door [gedaagde] gekochte deurbeslag van de binnendeuren. Voor de buitendeuren heeft De Bouwhorst gedeeltelijk veiligheidsbeslag geregeld.
6.87.
Volgens [gedaagde] zag de stelpost enkel op het materiaal. [gedaagde] erkent van deze post een bedrag van € 280,00 (€ 105,00 voor het aluminium veiligheidsbeslag en € 175,00 voor het profiel van de cilinders). De rest wordt door hem betwist. Het was De Bouwhorst bekend dat [gedaagde] een afwijkende maat voor zijn deurbeslag wenste. Desondanks heeft De Bouwhorst prefab deuren met standaardmaten besteld. Dit is aan De Bouwhorst zelf te wijten. Toen [gedaagde] De Bouwhorst er op aansprak dat zij verkeerde deuren had besteld en dat dit dus aangepast moest worden, heeft De Bouwhorst dat simpelweg uitgevoerd, zonder te beginnen over meerwerk en meerkosten.
6.88.
Vast staat dat de post hang- en sluitwerk alleen zag op het materiaal, niet op het aanbrengen daarvan. De Bouwhorst stelt wel dat hij voor het aanbrengen extra uren heeft gemaakt, maar niet dat dit door [gedaagde] als meerwerk is opgedragen. De rechtbank zal deze post dan ook corrigeren zoals door [gedaagde] voorgesteld: het minderwerk bedraagt € 1.500,00 - € 280,00 = € 1.220,00.
Architraven
6.89.
De Bouwhorst stelt dat de aangebrachte architraven niet naar de wens van [gedaagde] waren en kosteloos zijn vervangen, maar toen zij daarna opnieuw niet naar de (subjectieve) zin Van [gedaagde] waren, heeft Bouwhorst kosten in rekening gebracht voor de derde keer dat zij de architraven opnieuw moest aanbrengen: € 380,00
6.90.
[gedaagde] betwist dat hij zijn wensen heeft gewijzigd. De eerste keer had De Bouwhorst de verkeerde maat aangebracht. Het stucwerk was gebrekkig en voor het herstel daarvan was het noodzakelijk om de architraven/koplatten te verwijderen. Na herstel van het stucwerk pasten de architraven/koplatten opnieuw niet goed. Dat kwam doordat het stucwerk ten opzichte van de kozijnen te dik was gesmeerd en de architraven scheef waren gemonteerd. De architraven/koplatten moesten toen voor een tweede keer worden verwijderd en voor een derde keer opnieuw worden aangebracht. [gedaagde] heeft deze laatste keer zelf de architraven/koplatten aangeschaft. Hij meent dat de aanschafkosten tot een bedrag van € 218,70 als minderwerk zou moeten worden verrekend.
6.91.
Dat [gedaagde] opdracht heeft gegeven voor dit meerwerk is niet gesteld. Deze meerwerkpost zal dan ook worden afgewezen. Dat [gedaagde] de uiteindelijk gemonteerde architraven heeft aangeschaft betekent niet dat die als minderwerk kunnen gelden, omdat dat evenmin tussen partijen is overeengekomen.
Bitumen fundering
6.92.
Volgens De Bouwhorst is hier geen sprake van herstelwerk. FD Advies heeft een rapport uitgebracht d.d. 3 mei 2018 naar aanleiding van de vochtproblematiek bij de kim van de muur in de woonkamer. Volgens De Bouwhorst komen de kosten van het herstel daarvan (€ 1.720,00) niet voor haar rekening. Dat geldt tevens voor onderhavige kosten. Anders dan een kelderbak behoeft een normale fundering niet waterdicht te zijn, die ligt immers boven het grondwaterniveau. Hier stond het grondwater echter zeer hoog.
De Bouwhorst heeft voor het verrichten van de betreffende werkzaamheden aan [gedaagde] medegedeeld dat dit meerwerk met zich mee zou brengen. [gedaagde] heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt, aldus De Bouwhorst.
6.93.
[gedaagde] erkent dat extra werkzaamheden aan de fundering zijn uitgevoerd, namelijk het aanbrengen van bitumen. Echter, dit is volgens [gedaagde] geen meerwerk. De problemen aan de kim kwalificeren immers als een tekortkoming in het door De Bouwhorst aangenomen werk, zodat De Bouwhorst gehouden is om dit gebrek op eigen kosten weg te nemen. Ook de architect en twee werknemers van De Bouwhorst (timmerman Mark en Barry Jonker) hebben aan [gedaagde] erkend dat er op dit punt slecht werk is geleverd. [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat De Bouwhorst met hem over dit (herstel)werk heeft gesproken als zijnde meerwerk, waaraan een meerprijs was verbonden. Ook betwist [gedaagde] bij gebrek aan wetenschap dat het een redelijke prijs betreft.
6.94.
Het binnendringen van water via de kim kan zich alleen voordoen als de kim niet waterdicht is en de grondwaterstand hoger is dan de kim. Uitgangspunt is dat het binnendringen van water in de woning erop wijst dat het werk niet naar behoren is uitgevoerd. Zie artikel 3.21 Bouwbesluit 2012 en de Nota van toelichting daarbij die op dit punt luidt:“Het eerste en het tweede lid komen er meestal op neer dat het dak, de gevel en de laagst gelegen vloer van een gebouw, behoudens ten behoeve van een industriefunctie, waterdicht moeten zijn. Een constructie-onderdeel is blijkens NEN 2778 waterdicht, indien dat onderdeel niet zichtbaar water doorlaat en het binnenoppervlak van de constructie over een dikte van 0,01 mm niet vochtig wordt. Deze waterdichtheid wordt vastgesteld aan de hand van a) een gestandaardiseerde beregeningsproef en b) een ter plaatse voorkomende hoogste grondwaterstand die gedurende een gestandaardiseerde tijdsduur in stand moet worden gehouden.”.
In dit geval is gebleken dat de kim niet waterdicht was doordat er grondwater de woning binnendrong. De Bouwhorst heeft dat hersteld door aan de buitenkant van de fundering bitumen aan te brengen. Dat kan niet als meerwerk in rekening worden gebracht.
Door [gedaagde] gesteld minderwerk
Twee hemelwaterafvoeren
6.95.
[gedaagde] stelt het volgende: In de begrotingsstaat (productie 20) wordt zowel op blad 12 (groep 33) als op blad 18 (groep 71) twee keer een hemelwaterafvoer vermeld. De tweede vermelding ziet op het installatiewerk dat als minderwerk uit de overeenkomst is gehaald. Echter, ook het op blad 12 vermelde "2x hwa"" is niet door De Bouwhorst uitgevoerd en betreft dan ook nog met [gedaagde] af te rekenen minderwerk. [gedaagde] heeft De Bouwhorst hierop aangesproken, die aangaf dat "2x hwa" een verkeerde omschrijving is. Het zou gaat om een doorvoer. [gedaagde] betwist de juistheid van deze verklaring omdat op blad 13 bij groep 33 de dakdoorvoer al als separaat onderdeel wordt vermeld: "1 x dakdoorvoer". In de begroting wordt geen apart bedrag genoemd; de hemelwaterafvoer maakt deel uit van een opsomming van meerdere onderdelen die samen optellen tot € 10.080,00. [gedaagde] heeft H2O dit werk laten uitvoeren en daarvoor blijkens de factuur van H2O € 2.679,00 (exclusief BTW) betaald. [gedaagde] acht het redelijk om dit laatste bedrag nog als aanvullend minderwerk met De Bouwhorst af te rekenen.
6.96.
De Bouwhorst heeft dit betoog niet betwist, zodat een bedrag van € 2.679,00 als minderwerk in mindering komt op wat [gedaagde] aan De Bouwhorst verschuldigd is.
Holonite onderdorpels
6.97.
[gedaagde] stelt het volgende: De op blad 13 en 14 (groep 35) van de begrotingsstaat vermelde Holonite vensterbanken en onderdorpels zijn niet uitgevoerd. Dit levert € 1.600,09 aan minderwerk op. In de brief van 29 mei 2018 (4Das10) verrekent De Bouwhorst al minderwerk terzake de Holonite vensterbanken, maar zij is daarbij de eveneens niet aangebrachte dorpels (ad € 270,00) vergeten.
6.98.
De Bouwhorst heeft dit niet betwist, zodat een bedrag van € 270,00 als extra minderwerk zal gelden.
Kitwerk
6.99.
[gedaagde] stelt dat hij het op blad 14 (groep 36) van de begrotingsstaat vermelde kitwerk aan de aluminium kozijnen zelf heeft uitgevoerd. Ook dit is dus minderwerk. Volgens de begrotingsstaat zou al het kitwerk 8 arbeidsuren in beslag nemen. [gedaagde] schat zelf in dat het kitten van de kozijnen De Bouwhorst zelf vier arbeidsuren ad € 200,00 en € 100,00 aan materiaal heeft gekost, zodat hij dit minderwerk raamt op € 300,00.
6.100. De Bouwhorst heeft ook betwist dat zij het begrote kitwerk niet heeft verricht en zij heeft evenmin de begroting van [gedaagde] bestreden, zodat een bedrag van € 300,00 als extra minderwerk in aanmerking zal worden genomen.
Verzekerde garantie BGI-systeem
6.101. [gedaagde] stelt dat De Bouwhorst de verzekerde garantie voor het BGlsysteem zou verzorgen en dat dit niet is gebeurd. De garantie verstrekkende organisatie zal de garantie pas af willen geven als het BGl-systeem voldoet aan het rapport van Gevelsupport d.d. 12 december 2018 (de eindinspectie, welke rapportage wordt overgelegd als productie 35). [gedaagde] verlangt dan ook dat de bouw wordt afgemeld als het herstel is uitgevoerd. Pas dan ontvangt [gedaagde] het garantiecertificaat. Indien de rechtbank anders zou oordelen, is [gedaagde] van mening dat dit onderdeel van het werk met hem als minderwerk moet worden afgerekend.
6.102. De Bouwhorst heeft niet betwist dat zij de verplichting had de verzekerde garantie voor het BGlsysteem te verzorgen. Ook heeft zij niet gesteld dat de garantie is verstrekt.
6.103. Uit het inspectierapport blijkt dat er een aantal zaken nog niet in orde zijn. Dat die zijn opgelost heeft De Bouwhorst niet gesteld, zodat er van moet worden uitgegaan dat die alsnog moeten worden hersteld, waarna De Bouwhorst de werkzaamheden moet afmelden teneinde de garantie te verkrijgen. Hierop wordt nader ingegaan bij de daarop betrekking hebbende tegenvordering.
Schoonmaakwerk vloeren
6.104. [gedaagde] stelt dat het op blad 15 (groep 32) van de begrotingsstaat vermelde schoonmaakwerk van de vloeren niet is uitgevoerd, wat een minderwerkpost van € 280,00 oplevert.
6.105. De Bouwhorst stelt dat blijkens het proces-verbaal van de oplevering De Bouwhorst
enkel nog zou hoeven zorg dragen voor het schoonmaken van de beglazing.
6.106. Voor zover schoonmaakwerk achterwege zou zijn gebleven had dit bij de oplevering kunnen worden gemeld. Nu dit met betrekking tot de vloeren niet als gebrek is genoteerd, komt deze post niet als minderwerk voor verrekening in aanmerking.
Aluminium afdekker schoorsteen
6.107. [gedaagde] stelt het volgende. De op blad 16 (groep 43) vermelde aluminium afdekker ten behoeve van de schoorsteen van € 250,00 is niet gerealiseerd, zodat deze minderwerkpost met [gedaagde] moet worden afgerekend. Er staat overigens een vraagteken achter dit onderdeel in de begrotingsstaat, zodat De Bouwhorst er ook rekening mee kon houden dat dit onderdeel mogelijk zou komen te vervallen.
6.108. De Bouwhorst betwist dat een afdekker zou ontbreken en stelt dat als dat het geval was, dit bij de oplevering had moeten worden gemeld.
6.109. De rechtbank volgt De Bouwhorst hierin. Dat betekent dat op dit punt geen minderwerk kan worden erkend.
Schoonmaken woning
6.110. [gedaagde] stelt dat het op blad 19 (groep 85) van de begrotingsstaat vermelde "schoonmaken woning" niet is uitgevoerd en dat dit dus als minderwerk geldt.
6.111. Volgens De Bouwhorst heeft de opleveringsschoonmaak wel plaatsgevonden. Blijkens het proces-verbaal van de oplevering zou Bouwhorst enkel nog hoeven zorg dragen voor het schoonmaken van de beglazing.
6.112. Als de schoonmaak achterwege zou zijn gebleven, had [gedaagde] dat bij de oplevering kunnen melden. Nu dit niet als opleverpunt is genoteerd, kan er niet van worden uitgegaan dat de schoonmaak niet is uitgevoerd. Van minderwerk is daarom geen sprake.
Herberekening winst en risicopercentage
6.113. [gedaagde] stelt dat er meer minderwerk moet worden afgerekend dan De Bouwhorst tot op heden doet. Dus moet ook het winst- risicopercentage herberekend worden.
6.114. De Bouwhorst is hier niet op ingegaan.
6.115. In de juridische literatuur wordt hier verschillend over gedacht. Het voorlopig oordeel van de rechtbank is dat er alleen plaats is voor een herberekening van de opslag voor winst en risico over het verschil tussen meerwerk en minderwerk. Dat kan zowel tot een verhoging als verlaging van deze opslag leiden. Het is echter ook verdedigbaar dat deze herberekening zowel voor meerwerk als voor minderwerk achterwege blijft. Bij de nog te bevelen mondelinge behandeling zal dit onderwerp verder worden besproken.
Voorlopige conclusie
6.116. De Bouwhorst zal de gebreken die nog niet naar behoren zijn hersteld alsnog moeten herstellen. Dit betreft:- de screens, zie 6.5,- het hang en sluitwerk, zie 6.8,
- afdekker afwerken en verzekerde garantie BGI-systeem, zie 6.15 en 6.103,
- schoorsteen afwerken, zie 6.18,
- aluminium lekdorpel, zie 6.33,
- kozijnen en beglazing en carport schoonmaken, zie 6.35 en 6.38,
- deuren afstellen berging, zie 6.40,
- beschadiging zetwerk hoekkozijn, zie 6.42,
- vloer aanhelen, zie 6.48.
6.117. Wat de toewijsbaarheid van de vordering van De Bouwhorst betreft is het uitgangspunt de door De Bouwhorst gevorderde hoofdsom zoals onder 3.3 vermeld: € 109.807,50. Hierop dienen de volgende correcties plaats te vinden:
Af (ex BTW) | rechtsoverweging | ||
------------------------------------------ | ------------- | ---------------- | --------------------- |
gevorderd (inclusief BTW) | 109.807,50 | 3.3 | |
schoonmaak verdeler | 25,00 | 6.9 | |
vergoeding wegens vertraging | |||
te hoog meerwerk kozijnen 6350-500 | 5.850,00 | 6.62 | |
stelkozijnen | 8.454,67 | 6.71 | |
aluminium bekleding | 4.574,44 | 6.74 | |
vogelhuisjes | 1.428,00 | 6.77 | |
stucen badkamer | 1.520,00 | 6.85 | |
aanbrengen hang- en sluitwerk | 1.220,00 | 6.88 | |
architraven | 380,00 | 6.91 | |
bitumen fundering | 1.720,00 | 6.94 | |
hemelwaterafvoeren | 2.679,00 | 6.96 | |
holonite onderdorpels | 270,00 | 6.98 | |
kitwerk | 300,00 | 6.100 | |
Totaal af excl BTW | 28.421,11 | ||
Totaal af inclusief BTW | 34.389,54 | ||
Saldo te vorderen (inclusief BTW) | € 75.417,96 |
Let wel: bij de te bevelen mondeling behandeling en de daarna te nemen beslissing kunnen verdere correcties op dit bedrag plaatsvinden. Ook komt hierop in mindering de tegenvordering, voor zover deze wordt toegewezen, omdat [gedaagde] zich op verrekening heeft beroepen. Over hetgeen een van de partijen aan de ander verschuldigd is zal de wettelijke rente worden toegewezen en voor zover gevorderd buitengerechtelijke incassokosten.
6.118. De Bouwhorst heeft een verhoging van de wettelijke rente met 2% gevorderd, gerekend vanaf 15 april 2019, althans een in goede justitie te bepalen dag. Zij baseert dat op artikel 14 AVA 2013. [gedaagde] heeft die verhoging niet betwist.
6.119. De rechtbank toetst een beroep op dit beding ambtshalve aan het toepasselijk Nederlands en Europees consumentenrecht en acht dit beding niet onredelijk bezwarend, omdat het is toegestaan bij overeenkomst van de wettelijke rente af te wijken en de overeengekomen verhoging niet leidt tot een onaanvaardbaar hoge rente; deze blijft beneden de wettelijke handelsrente die in de rechtspraak als bovengrens van wat toelaatbaar is wordt gezien. Indien De Bouwhorst per saldo een vordering heeft zal daarom de wettelijke rente vermeerderd met deze verhoging van 2% worden toegewezen.
7. De beoordeling van de tegenvorderingen van [gedaagde]
Bouwtijdoverschrijding
7.1.
[gedaagde] heeft gesteld dat hem een hogere schadevergoeding wegens bouwtijdoverschrijding toekomt dan De Bouwhorst had berekend. Dit is reeds besproken bij de vordering van De Bouwhorst, onder 6.49 - 6.56.
Schadevergoeding wegens gebreken en wegens gevolgschade
7.2.
[gedaagde] heeft voor alle door hem gestelde gebreken die niet door De Bouwhorst zijn opgelost een schadevergoeding verlangd. Deels zijn deze gebreken door [gedaagde] zelf opgelost, deels zijn zij nog niet opgelost, aldus [gedaagde] . Hij stelt daarvoor een tegenvordering in voor de in rechtsoverweging 4.1 onder I.2 en I.3 genoemde bedragen. [gedaagde] baseert zich hierbij op het rapport van FD Advies.
7.3.
De Bouwhorst stelt dat FD Advies een door [gedaagde] ingeschakelde deskundige is, zodat hij niet gebonden is aan het door FD Advies uitgebrachte rapport. Verder beroept zich op artikel 16.3 lid 1 AVA 2013, volgens welke bepaling De Bouwhorst niet aansprakelijk is voor (vermeende) gebreken die na de oplevering zijn gemeld. Verder stelt De Bouwhorst dat [gedaagde] de gebreken niet tijdig heeft gemeld (art. 6:89 BW).
7.4.
Voor zover het gaat om opleverpunten zijn de door [gedaagde] gestelde gebreken al in de rechtsoverwegingen 6.1 en volgende besproken. Bij de mondelinge behandeling heeft De Bouwhorst van een aantal gebreken gezegd dat deze zichtbaar zouden moeten zijn geweest bij de oplevering. Kennelijk doelt De Bouwhorst daarbij op de wettelijke regeling in artikel 7:758 lid 3, waar is bepaald: De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. Hieruit volgt dat voor zover gebreken bij de oplevering zichtbaar waren, deze alleen door de aannemer verholpen behoeven te worden als deze bij de oplevering als opleverpunt zijn genoteerd.
7.5.
Wat FD Advies betreft geldt dat het gaat om een partijdeskundige, wiens oordeel niet doorslaggevend is. Maar de bevindingen van FD Advies kunnen wel in de beoordeling worden betrokken.
7.6.
De Bouwhorst heeft van een groot aantal van de door [gedaagde] gestelde gebreken bij de mondelinge behandeling verklaard “zichtbaar bij oplevering”, zie het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 2 en 3. [gedaagde] heeft wel betwist dat een oplevering heeft plaatsgevonden, maar dat de genoemde gebreken zichtbaar waren, heeft [gedaagde] niet weersproken. Omdat wel een oplevering heeft plaatsgevonden en niet is weersproken dat de door Bouwhorst genoemde gebreken zichtbaar waren, terwijl zij niet als opleverpunten zijn genoteerd, gelden deze niet als tekortkoming van De Bouwhorst en de rechtbank zal er daarom ook niet meer op ingaan.
De gebreken waarvoor dat niet geldt en de overige door [gedaagde] gestelde schadeposten die nog niet hiervoor zijn beoordeeld, komen nu aan de orde.
Tweede inbraakschade
7.7.
De tweede inbraakschade is al besproken bij de opleverpunten. Daar was de conclusie een tegenvordering voor door [gedaagde] betaalde kosten tot een bedrag van € 2.124,01 inclusief BTW toewijsbaar is (zie 6.20 - 6.21).
Overige gebreken
7.8.
[gedaagde] heeft zich ten aanzien van deze gebreken op het rapport van FD Advies beroepen.
7.9.
Van de volgende door [gedaagde] op grond van het FD-rapport gestelde gebreken heeft De Bouwhorst gesteld dat het gebrek op de foto onvoldoende zichtbaar is dan wel stelt zij dat niet duidelijk is wat het gebrek is of betwist zij dat van een gebrek sprake is. Dit betreft (zoals weergegeven in het proces verbaal van de mondelinge behandeling):
Woonkamer:- Foto 1: De Bouwhorst betwist dat het een tekortkoming is.
- Gebreken woonkamer: - Foto 2: Dit is veroorzaakt door uitzetkoofjes van de verschillende materialen. Dat is normaal bij het bouwproces.
- Derde gedachtestreepje: Het is onduidelijk wat de tekortkoming zou zijn.
Installatieruimte:onduidelijk/geen tekortkoming.
Achtergevel
- Foto’s 8: gevolg van de stand van het grondwater waarop De Bouwhorst geen invloed
heeft,
- Foto 13: client onbekend mee, dus hier kan ik niets van zeggen,- volgende gedachtestreepje: onduidelijk wat bedoeld/geen tekortkoming,
Dakterras- Foto’s 3 en 4: onduidelijk wat gebrek is,
- Foto 10: verschillende uitzetcoëfficiënten waardoor altijd kleine scheur of kier zonder dat
er sprake is van een gebrek,
Dakvlak van de serre en berging:
- Foto 3 en streepje eronder: onduidelijk wat gebrek is /geen tekortkorning,
Gebreken aan dak 8500+ en 8900+:
-Foto 6: ook onduidelijk wat de tekortkoming is, De Bouwhorst betwist dat sprake is van
een gebrek.
7.10.
De rechtbank oordeelt over deze gestelde gebreken als volgt:
Woonkamer:
- Foto 1: dit heeft betrekking op de woningscheidende wand ter plaatse van huisnummer 17 en het gebrek is volgens de deskundige dat de wand koud aanvoelt, vermoedelijk door niet volledig afgedichte naden en kieren in de wandopbouw HSB wand.
Gezien deze concrete toelichting volstaat de betwisting van De Bouwhorst niet. Echter: de deskundige spreekt slechts een vermoeden uit, een gebrek staat niet vast.
- Foto 2: het commentaar lijkt te behoren bij de constatering “scheurvorming op stucwerk ombouw haard”; op foto 2 (0049) is geen gebrek te zien.
- Voor zover De Bouwhorst heeft gereageerd op het “derde gedachtestreepje” is onduidelijk wat zij bedoelt.
Installatieruimte:
De aldaar geconstateerde gebreken zijn:
1. wapeningsstaal in het zicht,
2. openingen rondom sparingen niet dichtgezet.Deze gebreken zijn duidelijk benoemd, waarom dit geen tekortkoming is behoeft nadere toelichting van de kant van De Bouwhorst.
Achtergevel
- Foto 8: dit betreft schade flagstone bekleding open haard door optrekkend vocht. Volgens De Bouwhorst is dit een gevolg van de stand van het grondwater waarop De Bouwhorst geen invloed heeft. [gedaagde] heeft daar niet op gereageerd.
- Foto 13: dit betreft “Stucwerk losgetrokken door vervormen/kromtrekken houten achterplaat dakrand”. De Bouwhorst stelt dat zij hier onbekend mee is. Foto 13:0024 is onduidelijk. Ook de rechtbank kan hier niets van zeggen.Voor zover De Bouwhorst heeft gereageerd op het “volgende gedachtestreepje” is onduidelijk wat zij bedoelt.
Dakterras- Foto’s 3 en 4: Dit betreft foto 0088, waarop niet direct duidelijk is waar het om gaat. Blijkens de omschrijving betreft dit: “Nauwelijks isolatie onder kozijnen” en “lekdorpels aluminium kozijnen onvoldoende ondersteund”. Dus kan niet worden gezegd dat onduidelijk is wat het gebrek is.
- Foto 10: dit gaat over “scheurvorming stucwerk tpv aluminium raamdorpel. Volgens De Bouwhorst wordt dit veroorzaakt door verschillende uitzetcoëfficiënten waardoor altijd kleine scheur of kier kan ontstaan zonder dat er sprake is van een gebrek. Op foto 10: 0093 is geen scheurvorming waarneembaar. De rechtbank acht hier geen gebrek aanwezig.
Dakvlak van de serre en berging:
Foto 3: Dit gaat over onvoldoende afschot, zodat De Bouwhorst niet kan worden gevolgd in haar verweer dat onduidelijk is wat het gebrek is. Wel zal nog moeten worden vastgesteld of dit een tekortkoming is.
Dak 8500+ en 8900+:
-Foto 6: Dit gaat over koudebruggen als gevolg van bevestigingsmiddelen dakpakket, zodat De Bouwhorst niet kan worden gevolgd in haar verweer dat onduidelijk is wat gebrek is. Wel zal nog moeten worden vastgesteld of dit een tekortkoming is.
Voor zover de rechtbank niet heeft beslist over deze gestelde gebreken zullen deze in een te bevelen mondelinge behandeling door partijen nader moeten worden toegelicht.
7.11.
Ten aanzien van een aantal gestelde gebreken heeft De Bouwhorst zich beroepen op artikel 15 lid 6 AVA. Deze bepaling luidt als volgt:
“6. Indien de opdrachtgever een onderaannemer of leverancier heeft voorgeschreven, en deze niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert, komen de gevolgen hiervan voor
rekening van de opdrachtgever.”
De Bouwhorst heeft zich op deze bepaling beroepen voor de volgende gebreken aan het dakterras: Foto 1, Foto 6 en Foto 8. Daarbij voert De Bouwhorst aan dat dit gaat om het werk van Windowmakers.
7.12.
[gedaagde] betwist dat van een voorgeschreven onderaannemer of leverancier sprake was. Dit verweer is onder 6.52 al verworpen. De rechtbank toetst een beroep op dit beding ambtshalve aan het toepasselijk Nederlandse en Europese consumentenrecht en acht dit niet onredelijk bezwarend. Naar hierna onder 7.13 zal blijken, kan De Bouwhorst echter geen beroep doen op dit beding .
7.13.
Foto 1 heeft betrekking op te weinig afschot, dit staat los van de door Windowmakers geleverde kozijnen.
Foto 6 laat een loshangend sluitrubber zien. Dit is wel onderdeel van een door Windowmakers geleverd kozijn, maar daarmee staat niet vast dat Windowmakers niet deugdelijk heeft gepresteerd. Overigens is daarmee niet gezegd dat het loshangen van het sluitrubber een tekortkoming van De Bouwhorst is die bij oplevering niet kon worden geconstateerd.
Foto 8 gaat over de hoogte van de borstwering van het dakterras. Zie daarover wat hiervoor is overwogen inzake de balustrade (6.10-6.12). Dit gaat dus ook niet over een door Windowmakers geleverd kozijn.
Tegelwerk
7.14.
Ten aanzien van de gestelde gebreken aan het tegelwerk in de tweede badkamer heeft De Bouwhorst gesteld dat dit niet tot het werk behoorde. [gedaagde] heeft dat niet bestreden, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.
Voordeur
7.15.
Volgens [gedaagde] voldoet de voordeur niet aan de U-waarde van het verstrekte productiecertificaat (en daarmee vermoedelijk niet aan het Bouwbesluit). De deur is te licht waardoor het feitelijk een klankkast is. Indien de deur open staat, is het minder gehorig dan wanneer de deur gesloten is, aldus [gedaagde] .
7.16.
De Bouwhorst stelt dat dit bij oplevering niet is geconstateerd.
7.17.
De Bouwhorst heeft niet gesteld dat dit een bij de oplevering zichtbaar gebrek zou zijn. Anderzijds heeft [gedaagde] het gestelde gebrek tot op heden onvoldoende concreet onderbouwd. In het FD-rapport staat: “Voordeur is licht, klinkt hol. Voordeur dient cf bouwbesluit (U waarde max 2,0 W/m2K, geluidswering minimaal 20dB) te zijn voor wat betreft warmte- en geluidsisolatie. Als actie is vermeld: “Kwaliteitsverklaringen voordeur aanleveren.” De rechtbank acht dat laatste aangewezen alvorens verder te beslissen.
Gevolgschade
7.18.
[gedaagde] vordert vergoeding van gevolgschade van € 10.355,54 inclusief BTW. Dit betreft:
- de onder 6.24 besproken traptrede: € 2.032,80 inclusief BTW;
- meerkosten van een vochtscherm € 2.605,43 inclusief BTW;
- herstel van de gevolgen van binnendringen van vocht via de kim, te weten dat
de gietvloer van de cementdekvloer is losgeduwd, begroot op € 1.620,25, inclusief algemene kosten, risico, winst en BTW;- meerkosten voor het aanbrengen van de warmtepomp en aanverwante werkzaamheden, als gevolg van vertraging in de bouwwerkzaamheden: € 4.097,06 inclusief BTW.
7.19.
[gedaagde] stelt dat vochtigheidsgraad van de cementdekvloer dusdanig hoog was geworden, dat de gietvloer daar niet rechtstreeks op aangebracht kon worden en een vochtscherm nodig was.
Het herstel van de gietvloer is door Van der Drift op genoemd bedrag begroot.
De vertraging van de bouwwerkzaamheden is aan De Bouwhorst te wijten, aldus [gedaagde] .
7.20.
De Bouwhorst betwist dat de fundering waterdicht behoort te zijn en wijt het binnendringen van water aan een hoge grondwaterstand. Bovendien betwist De Bouwhorst dat een gietvloer normaalgesproken zonder vochtscherm kan worden aangebracht. De Bouwhorst betwist ook verantwoordelijk te zijn voor het oorzakelijk verband tussen de met de gietvloer ondervonden problemen, voor zover deze gelegen zou zijn in de kim. Een deskundige zal hierover uitsluitsel kunnen geven, aldus De Bouwhorst.
7.21.
De Rechtbank heeft onder 6.94 overwogen dat de aanvankelijke lekkage van de kim door De Bouwhorst op eigen kosten verholpen diende te worden. Het is mogelijk dat door deze lekkage de vloer vochtiger is geworden. Hieruit vloeit niet zonder meer voort dat De Bouwhorst ook aansprakelijk is voor de kosten van het aanbrengen van een vochtscherm onder de gietvloer. Dat zou alleen het gevolg zijn als het vochtscherm anders niet nodig zou zijn geweest. De Bouwhorst betwist dat. Dit zal bij de nog te houden mondeling behandeling worden besproken.
7.22.
De Bouwhorst betwist ook dat er verband is tussen het binnendringen van vocht via de kim en de gestelde schade, te weten dat de gietvloer van de cementdekvloer is losgeduwd. Dit zal ook bij de nog te houden mondeling behandeling worden besproken.
7.23.
De Bouwhorst stelt dat de aardwarmteinstallatie in een veel vroeger stadium had
kunnen worden aangebracht. Dat dat niet (eerder) heeft plaatsgevonden, is echter niet de verantwoordelijkheid van De Bouwhorst.
7.24.
[gedaagde] heeft niet toegelicht welk onderdeel van de bouw nodig was voor het plaatsen van de aardwarmte-installatie en welke vertraging er in het realiseren daarvan is opgetreden. Dus kan niet worden vastgesteld dat de vertraging in de bouw tot gevolg heeft gehad dat de aardwarmte-installatie niet eerder kon worden aangebracht. De rechtbank zal deze schadepost dan ook afwijzen.
Waardevermindering kozijnen
7.25.
[gedaagde] vordert hiervoor € 15.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag. Hij stelt dat hij onder tijdsdruk akkoord is gegaan met het herstelplan van Novanet, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat De Bouwhorst alsdan een "nieuw voor oud" vergoeding voor de kozijnen met [gedaagde] zou verrekenen. De kozijnen zouden immers nimmer meer als "nieuw" kunnen worden opgeleverd. Er is dus sprake van een blijvende en duurzame waardevermindering. De Bouwhorst acht een waardevermindering van € 500,00
redelijk, [gedaagde] is het daarmee niet eens. Uitgaande van een abstracte schadeberekening van deze schadepost acht [gedaagde] het niet redelijk om enkel uit te gaan van de kosten voor de poedercoating. [gedaagde] wenst aan te knopen bij de aanschafkosten van de kozijnen, en meent dat een waardevermindering van 25% op haar plaats is. Dat komt neer op een schadevergoeding van € 15.000,00.
7.26.
De Bouwhorst stelt dat zich op de aluminium kozijnen wat - amper waarneembare en bovendien nog door poedercoating verholpen - krasjes bevinden.
7.27.
De rechtbank wijst de gevorderde schadevergoeding van € 25.000,00 af. De redenering dat de kozijnen niet meer nieuw zijn omdat deze zijn gedemonteerd en opnieuw gemonteerd kan de rechtbank niet volgen. De stelling van De Bouwhorst dat de krasjes door poedercoating zijn verholpen is door [gedaagde] niet betwist, zodat er niet vanuit kan worden gegaan dat de waarde van de kozijnen door de demontage en hermontage is verminderd. Van schade is alleen sprake als [gedaagde] de kosten van de poedercoating heeft betaald. Of dat het geval is, is de rechtbank niet duidelijk. Dit zal besproken worden bij de nog te houden mondelinge behandeling, aan de hand van een te voren door de partij die deze kosten betaald heeft in het geding te brengen factuur.
Expertisekosten
7.28.
Naast een reeds door De Bouwhorst toegezegd bedrag inzake Gevelsupport vordert [gedaagde] expertisekosten tot een bedrag van € 10.309,45 inclusief BTW.
Volgens [gedaagde] was het noodzakelijk om deze kosten te maken, omdat zij (deskundige) bijstand nodig had om De Bouwhorst op de verschillende tekortkomingen te wijzen. [gedaagde] meent dat De Bouwhorst hiervoor ingevolge artikel 6:74 juncto artikel 6:96 lid 2 sub b BW aansprakelijk is.
Het gaat om de volgende kosten (inclusief BTW):
1. | Inschakeling en rapportages van Gevelsupport | € 1.024,87 |
2. | Architect Kwa | € 3.711,68 |
3. | FD advies: vier facturen1 juli 2017 ad € 774,401 mei 2018 ad € 774,401 juni 2018 ad € 871,201 maart 2019 ad € 1.742,40 | € 4.162,40 |
4. | Van der Drift | € 2.435,37 |
Deze kosten heeft [gedaagde] als volgt toegelicht:1. Erkend door De Bouwhorst.2. Architect Kwa heeft [gedaagde] nader moeten adviseren toen de bouw stil lag en de herstart niet zonder meer van de grond kwam.3. FD Advies heeft [gedaagde] meerdere keren geadviseerd, onder meer ten aanzien van de problemen met de kim en het opstellen van de rapportage van 12 maart 2019.4. Dit zijn kosten om de offerte van Van der Drift op te laten stellen.
7.29.
De Bouwhorst erkent dat zij heeft bewilligd in betaling van de kosten van Gevelsupport. De overige kosten betwist zij. [gedaagde] heeft uit eigen vrije wil ervoor gekozen om allerlei externe adviseurs in te schakelen. Daarvoor bestond geen aanleiding en er is geen grondslag voor het vorderen van deze kosten. Daarvoor zou namelijk tenminste noodzakelijk zijn dat De Bouwhorst in verzuim verkeerde (of te voorzien zijn dat De Bouwhorst niet zou nakomen). Ten aanzien van de kosten van de architect betwist De Bouwhorst dat er enig verband met haar werkzaamheden of door haar gemaakte fouten bestaat.
7.30.
De door De Bouwhorst erkende kosten van Gevelsupport zijn toewijsbaar.
De werkzaamheden van architect Kwa zijn onvoldoende toegelicht om deze te kunnen scharen onder kosten tot vaststelling van schade of aansprakelijkheid en worden afgewezen.De kosten van FD Advies kunnen voor vergoeding in aanmerking komen indien dit kosten zijn ter vaststelling van aansprakelijkheid (art. 6:96 lid 2 sub b BW). Dat de eerdere rapporten van FD-advies noodzakelijk waren heeft De Bouwhorst niet betwist. Uit het voorafgaande blijkt dat het laatste rapport van FD Advies daartoe mede heeft bijgedragen, maar dat het laatste rapport door het onjuiste uitgangspunt dat geen oplevering had plaatsgevonden ook voor een aanzienlijk deel niet relevant was. De kosten zijn dus deels kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid; de rechtbank kan niet nauwkeurig vaststellen welk deel daarvoor heeft gediend en schat de kosten van de rapporten voor zover die voor vergoeding in aanmerking komen met toepassing art. 6:97 BW op de helft.De kosten van de offerte van Van der Drift zijn niet toewijsbaar omdat deze zien op de begroting van de omvang van de gevorderde vervangende schadevergoeding. Voor het vorderen van vervangende schadevergoeding bestaat echter geen grond. Dit zal worden uitgelegd onder 7.34. Gevolg hiervan is dat de kosten om de omvang van de vervangende schadevergoeding te berekenen ook niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Per saldo is toewijsbaar: € 1.024,87 (Gevelsupport) en € 2.081,20 (de helft van de facturen van FD Advies) = € 3.106,07.
Verzekerde garantie
7.31.
Pas wanneer De Bouwhorst - of Perdok indien De Bouwhorst haar dat
opdraagt - de bouw afmeldt, kan en zal de garantie worden verleend. [gedaagde] vordert dan ook
dat zodra het BGI-systeem aan de daaraan te stellen eisen voldoet, De Bouwhorst de bouw bij de garantieverlenende instantie afmeldt, zodat de garantie verleend wordt en er
ten bewijze daarvan ook een certificaat zal worden gemaakt en verstrekt. [gedaagde] verlangt dit certificaat te ontvangen.
7.32.
De rechtbank verwijst naar de rechtsoverwegingen 6.15, 6.30 en 6.103. [gedaagde] zal
De Bouwhorst in de gelegenheid moeten stellen de voor de verkrijging van de garantie benodigde werkzaamheden te verrichten, waarna De Bouwhorst de garantie zal moeten aanvragen. Dit zal indien dan nog niet afgewikkeld nader worden besproken bij de nog te houden mondelinge behandeling.
Voorlopige opstelling
7.33.
De rechtbank acht de tegenvordering van [gedaagde] (voor zover niet meegerekend bij de beoordeling van de vordering van De Bouwhorst) als volgt toewijsbaar:- traptrede: € 2.032,80 inclusief BTW, zie 7.18,
- expertisekosten € 3.106,07, zie 7.30.Over de onder 7.35 genoemde onderwerpen moet nog worden beslist; hieruit kunnen nog aanvullende schadeposten voortvloeien.
Voortgang van de procedure
7.34.
De rechtbank kan op dit moment geen eindvonnis wijzen, nu nog een aantal punten open staat:
1) Op een aantal punten is geconstateerd dat De Bouwhorst nog werkzaamheden moet verrichten. Uitgangspunt is dat zij daartoe de gelegenheid dient te krijgen. [gedaagde] heeft weliswaar vervangende schadevergoeding gevorderd, maar ging er daarbij van uit dat nog geen oplevering had plaatsgevonden en dat Bouwhorst verplicht was alle door FD Advies gesignaleerde gebreken te herstellen. Dat is niet zo. De eis om alle door FD Advies geconstateerde gebreken te herstellen was dus ongegrond en daarom kwam De Bouwhorst niet in verzuim toen zij aan die ongegronde eis niet voldeed. Dus is de verplichtingen tot nakoming niet omgezet in een vervangende schadevergoeding. Maar voor zover in dit vonnis wordt vastgesteld dat
De Bouwhorst haar verplichtingen nog niet volledig is nagekomen, kan nog wel nakoming daarvan worden gevorderd;
2) Op een aantal punten heeft de rechtbank nadere informatie nodig van partijen of is het partijdebat onvoldoende gevoerd;
3) Nu het een omvangrijk en onoverzichtelijk dossier betreft, is het mogelijk dat de rechtbank beslispunten over het hoofd heeft gezien.
7.35.
De rechtbank zal daarom een nieuwe mondelinge behandeling houden om de zaak met partijen te bespreken. Bij de mondelinge behandeling gaat het alleen om de in de onderstaande agenda genoemde openstaande punten. Er zal geen gelegenheid worden geboden om de in dit vonnis besliste geschilpunten opnieuw aan de orde te stellen.Deze zitting zal op een termijn van meer dan drie maanden na dit vonnis worden gepland, om De Bouwhorst in de tussentijd in de gelegenheid te stellen de openstaande punten die hierboven vermeld zijn op te lossen. Van [gedaagde] wordt verwacht dat hij daarvoor de gelegenheid biedt.
Ook dient deze termijn om te onderzoeken of het mogelijk is op basis van dit vonnis in onderling overleg tot overeenstemming te komen. Dat is in deze zaak veel beter dan verder procederen, omdat dat beide partijen veel zal kosten en die kosten naar alle waarschijnlijkheid niet zullen opwegen tegen het mogelijk te behalen betere resultaat in vergelijking met een schikking.
Indien partijen niet tot een schikking komen en een nieuwe mondelinge behandeling plaatsvindt zal het volgende worden besproken.
AGENDA | Rechts- overweging | |
1. | Stand van zaken algemeen | |
2. | Balustrade | 6.12 |
3. | Bouwtijdoverschrijding; het voornemen de gefixeerde schadevergoeding van art. 10 lid 3 AVA 2013 te vernietigen | 6.55, 7.1 |
4. | Ombouw badkamers | 6.82 |
5. | Aanpassing opslag risico en winst aan meer- /minderwerk | 6.115 |
6. | Overige gebreken | 7.8-7.10 |
7. | Voordeur | 7.17 |
8. | Vochtscherm | 7.21 |
9. | Losraken gietvloer | 7.22 |
10. | Garantie BGI-systeem voorgevel | 7.32 |
11. | Vergeten beslispunten ? | |
12. | Schikking ? |
8. De beslissing
De rechtbank
8.1.
bepaalt dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden,
8.2.
verwijst de zaak naar de rol van 8 maart 2023 voor opgave van verhinderdata over de maanden juni tot en met september 2023;
8.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2023.