AB 2018/364
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer: Ontvankelijkheid, participatie, draagvlak.
RvS 21-02-2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, m.nt. D. Sietses en H.D. Tolsma
- Instantie
Raad van State
- Datum
21 februari 2018
- Magistraten
Mrs. W.D.M. van Diepenbeek, F.C.M.A. Michiels, D.J.C. van den Broek
- Zaaknummer
201608423/1/R6 en 201703826/1/R6
- Noot
D. Sietses en H.D. Tolsma
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929611:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Milieurecht / Geluid en trillingen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Energierecht / Energieopwekking
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:616, Uitspraak, Raad van State, 21‑02‑2018
- Wetingang
Essentie
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer: de beroepen tegen het Rijksinpassingsplan, de omgevingsvergunningen, de ontheffing Flora- en Faunawet en de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet zijn ongegrond.
Samenvatting
Voor windparken op land hanteert de Afdeling als uitgangspunt dat gevolgen van enige betekenis aanwezig kunnen worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de voor appellanten dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine. In veel gevallen bestaat ook buiten deze afstand zicht op het windpark, vooral als het windpark in open landschap ligt. De Afdeling gaat er echter van uit dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.