Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.2:3.5.2 CPR 1998 & benadering Engelse rechters
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.2
3.5.2 CPR 1998 & benadering Engelse rechters
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304572:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zuckerman (2006, p. 238) pleit ervoor dat partijen niet snel overgaan tot het opnemen van rechtsgronden in hun pleadings omdat dat onduidelijkheid in de hand werkt en zij de rechter op dat vlak niet kunnen binden.
Loveridge v. Healey [2004] EWCA Civ. 173.
Herb 2007, p. 92-93.
Andrews 2003, p. 92 (nr. 5.29-5.30) doet vermoeden dat het in de laatste zin dient te worden opgevat en dus richting de benadering van de Duitse rechter gaat.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
129.
In het Engelse civiele proces is er een verschil tussen wat de rechter mag doen en wat de rechter feitelijk doet, wanneer het aankomt op het toepassen van rechtsgronden op het door partijen aangedragen feitencomplex.
Het toepassen van de rechtsgronden is een taak van de rechter.1 Uiteraard is de rechter gebonden aan de stellingen van partijen en het daarvoor geboden bewijs, maar niet aan de rechtsregels waarnaar partijen verwijzen.2 In theorie past de Engelse rechter dus op het voor hem liggende feitencomplex de toepasselijke rechtsregels toe. Ook het Engelse procesrecht gaat derhalve uit van het adagium ius curia novit.
De praktische invulling door de Engelse civiele rechter is echter een andere. Vaak zal de rechter aansluiten bij hetgeen partijen aan rechtsgronden hebben aangevoerd.3 Dat constateert ook Andrews: “The author contends that those courts should adopt a more active role in this regard, provided they also satisfy the principle of ‘due notice’ and thus allow the parties afair opportunity to comment on the court’s proposed legal analysis.”4 Kortom, de rechter zou moeten aanhaken bij wat hij theoretisch al mag. Interessant is dat Andrews voorstelt dat de rechter eerst moet terugkoppelen naar partijen voordat hij rechtsgronden toepast. Wanneer Andrews daarmee doelt op het voorkomen van een verrassingsbeslissing is dat voor de hand liggend en in Nederland ook de gangbare praktijk. Als Andrews dit echter meer algemeen bedoelt, is het door hem gedane voorstel eigenlijk feitelijk de benadering van de Duitse rechter, die in het Rechtsgespräch met partijen spreekt over de door hem gevonden rechtsgronden.5 Interessant is dat op geheel andere gronden tot een vergelijkbare benadering wordt gekomen. De Engelse gedachte achter het terugkoppelen aan partijen is uiteraard adversarial van aard. Het geschil behoort toe aan partijen en zij dienen zich overal over te kunnen uitlaten. De Duitse gedachte is vooral het gezamenlijk werken aan een efficiënte procedure, waarin geschilpunten vroeg worden geïdentificeerd. Dit laatste zou heel goed een niet bedoeld (maar ook niet onwenselijk) bijproduct van het voorstel van Andrews kunnen zijn.