NJ 2024/311
Aanwezigheidsrecht. Het hof heeft de afwijzing van het aanhoudingsverzoek wegens ziekte van de verdachte ontoereikend gemotiveerd.
HR 08-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1387
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/04776
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS984116:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1387, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:647, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Aanwezigheidsrecht. Het hof heeft de afwijzing van het aanhoudingsverzoek wegens ziekte van de verdachte ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft het verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting afgewezen, onder meer omdat niet aannemelijk is dat de verdachte vanwege ziekte niet op de zitting kan verschijnen. Daartoe heeft het hof in de kern overwogen dat het verzoek wegens het ontbreken van ‘nadere (medische) stukken’ onvoldoende is onderbouwd. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd, nu de raadsvrouw heeft aangevoerd dat — nadat zij van de griffie van het hof had gehoord dat een medische verklaring nodig was — de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.