Prg. 2021/73
Wet aanpak schijnconstructies: Geen hoofdelijke aansprakelijkheid inlener voor wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW.
Hof Arnhem-Leeuwarden 27-01-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:796
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
27 januari 2021
- Magistraten
Mrs. M.E.L. Fikkers, W.F. Boele, M. Willemse
- Zaaknummer
200.282.019/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2021:796, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 27‑01‑2021
- Wetingang
Art. 25 Rv; art. 7:616a, 7:625 BW
Essentie
Arbeidsrecht. Opdrachtgever en werkgever zijn hoofdelijk aansprakelijk voor loonbetaling aan werknemer (artikel 7:616a BW). Is opdrachtgever ook aansprakelijk voor wettelijke verhoging?
Nee. De wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW valt niet onder het loonbegrip van artikel 7:616a BW.
Samenvatting
De kantonrechter oordeelt dat de opdrachtgever van werkgever conform artikel 7:616a BW hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van het loon van werknemer, te vermeerderen met wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. Opdrachtgever tekent beroep aan, stellende dat de wettelijke verhoging niet valt onder het loonbegrip van artikel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.