Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/7.3:7.3 De opzet van de Burgerjury
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/7.3
7.3 De opzet van de Burgerjury
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248501:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/burgerjury, geraadpleegd op 24 januari 2018.
De eerste bijeenkomst vormt hier uiteraard een uitzondering op.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Burgerjury bestond uit 150 Rotterdammers die daarvoor waren geselecteerd nadat zij zichzelf hadden aangemeld. Aan deelname waren maar twee voorwaarden verbonden. Ten eerste moesten kandidaten achttien jaar of ouder zijn op het moment van inschrijving. Ten tweede mochten deelnemers geen lid zijn van de gemeenteraad of de gebiedscommissies van Rotterdam en waren ambtenaren van de gemeente ook van deelname uitgesloten. Uit alle aangemelde personen maakte de organisatie vervolgens een selectie, waarbij rekening gehouden werd met leeftijd, geslacht en spreiding over de verschillende gebieden, buurten en wijken van de stad. Over de demografische samenstelling van de Burgerjury werden verder geen gegevens bijgehouden. Het was de bedoeling dat de Burgerjury drie jaar lang bestond uit dezelfde 150 deelnemers, maar omdat aanwezigheid niet verplicht was, kon de samenstelling per bijeenkomst verschillen vertonen. Ten doel werd gesteld de Burgerjury twee keer per jaar een avond bijeen te laten komen, waarbij er per bijeenkomst één thema, aangedragen door het college, centraal zou staan. In de praktijk stonden er uiteindelijk bij alle bijeenkomsten op de laatste na twee thema’s centraal. Geen enkel onderwerp werd onbespreekbaar geacht, zolang de gemeente er maar invloed op kon uitoefenen. Een bijeenkomst mondde uit in een oordeel of advies aan het college over het desbetreffende thema. Het college zou vervolgens deze oordelen meenemen in nieuw beleid of zou bestaand beleid aan de hand ervan aanpassen. Als op basis van de adviezen geen beleid zou kunnen worden gemaakt, werd dit aan de deelnemers medegedeeld met opgave van redenen. Als het oordeel of advies wel in beleid kon worden ingepast, werd door het college tijdens een latere bijeenkomst aan de deelnemers teruggekoppeld wat ermee gebeurd was.1
Een bijeenkomst van de Burgerjury zag er als volgt uit. De start vond rond 19:00 uur plaats met een inloop met koffie en thee. Vervolgens werd door wethouder Eerdmans plenair teruggekoppeld wat er met de oordelen en adviezen van de voorgaande bijeenkomst was gedaan.2 Na dit onderdeel begon de bespreking van de twee thema’s die die avond centraal stonden. De bespreking was per thema opgedeeld in een introductie, die gegeven werd door de verantwoordelijke wethouder, en een vragenronde. In de introductie lichtte de wethouder toe wat het college al voor beleid op het terrein voerde en wat de plannen voor de toekomst waren. In de vragenronde werd vervolgens aan deelnemers gevraagd op hun smartphone of tablet (die op verzoek beschikbaar konden worden gesteld door de organisatie) in te loggen in een vraag- en antwoordsysteem. Via dit systeem kregen deelnemers stellingen en vragen over het thema voorgelegd, waarbij hun antwoorden direct geprojecteerd werden op een groot scherm in de zaal. Sommige stellingen kenden meerkeuzeantwoorden, andere bestonden uit open antwoorden. De antwoorden konden op meerdere manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld als geanonimiseerde wordcloud maar ook als een lijst met namen erbij. Aanwezigen werden aangemoedigd om aan dit systeem deel te nemen, maar waren er niet toe verplicht. Aan het eind van de sessie konden deelnemers een rapportcijfer toekennen aan het beleid van het college op het betreffende terrein. Dit patroon herhaalde zich bij het tweede thema van de avond. Na de tweede sessie was het plenaire gedeelte van de avond ten einde en splitsten deelnemers zich in kleinere groepen (drie tot vijf personen) om in gesprek te gaan met ambtenaren. In die gesprekken hadden deelnemers de mogelijkheid om concrete aandachtspunten over een thema onder de aandacht van ambtenaren te brengen. Het doel hiervan was om de meer kwantitatieve gegevens uit de vragenronde van het plenaire gedeelte aan te vullen met meer kwalitatieve input. Een mooie bijvangst van deze opzet was volgens de organisatie dat burgers en ambtenaren met elkaar in contact kwamen, wat voor beide kanten een leermoment kon zijn. De bijeenkomst werd daarna plenair afgesloten.
De vragen die tijdens de vragenrondes van de plenaire sessie gesteld werden, werden aangeleverd door ambtenaren die op het desbetreffende thema werkzaam waren. De antwoorden die tijdens de sessie en tijdens de gesprekken na afloop van het plenaire gedeelte gegeven werden, gingen na de bijeenkomst terug naar dezelfde ambtenaren. Zij probeerden de signalen naar beleid te vertalen, wat een bredere lijn kon zijn maar vooral zag op concrete punten. Tussen de bijeenkomsten door werd er niet op actieve wijze informatie verstrekt aan deelnemers. Het stond de deelnemers vrij om vragen te stellen, maar de meeste beleidsterreinen waren volgens de organisatie te veel in beweging om het tussentijds updaten van de deelnemers zinnig te maken. Burgers die geen lid waren van de Burgerjury werden geïnformeerd over de uitkomsten van elke bijeenkomst via de verslagen die gepubliceerd werden op de website van de gemeente, maar kregen verder geen informatie aangeleverd. Ook de gemeenteraad werd niet door het college actief geïnformeerd.