BNB 2025/82
Toetsloon voor pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding. Invloed vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen. Werkkostenregeling
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:508, m.nt. A.L. Mertens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/01203
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
A.L. Mertens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15081:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Loonbelasting / Werkkostenregeling
Inkomstenbelasting / Belastbaar loon
Loonbelasting / Eindheffing
Loonbelasting / Loon
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:508, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1422, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
- Wetingang
Art. 31 lid 1 onderdeel f jo. art. 31a lid 2, art. 32bb Wet LB 1964
Essentie
Toetsloon voor pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding. Invloed vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen. Werkkostenregeling
Samenvatting
In 2018 is de dienstbetrekking beëindigd tussen belanghebbende en een werknemer die in aanmerking kwam voor toepassing van de 30%-regeling. De werknemer heeft in 2018 en 2019 van belanghebbende vertrekvergoedingen gekregen. In verband met de berekening van de heffing over excessieve vertrekvergoedingen heeft het Hof geoordeeld dat vergoedingen of verstrekkingen waarover geen eindheffing bij de werkgever plaatsvindt (zoals vergoedingen van extraterritoriale kosten) niet behoren tot het toetsloon voor excessieve vertrekvergoedingen.
HR: Het hiertegen gerichte cassatieberoep van de staatssecretaris is gegrond. De Hoge Raad verwijst daarbij naar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.