De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.3.4.1:6.3.4.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.3.4.1
6.3.4.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398491:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ter uitvoering van de Europese subsidieregelingen is het niet voldoende dat een nationaal uitvoeringsorgaan over de bevoegdheid beschikt de Europese subsidies te verstrekken. Zoals in hoofdstuk 5 is besproken verplicht de Europese subsidieregelgeving daarnaast tot het houden van controles en toezicht, in bepaalde gevallen tot het opleggen van administratieve sancties en het intrekken en terugvorderen van de Europese subsidie.1 Voor al deze bevoegdheden geldt dat in Europese subsidieverordeningen slechts wordt gesproken van 'de lidstaten', 'de bevoegde autoriteiten' of 'de auditautoriteit'. Daarbij komt dat sommige bevoegdheden moeten worden afgeleid uit verplichtingen die zijn gericht tot de lidstaat. Ook de Europese besluiten zijn slechts aan de lidstaten geadresseerd. In hoofdstuk 4 is uitgebreid besproken dat het Hof van Justitie zich niet expliciet heeft uitgesproken over de noodzaak van een nationale bevoegdheidsgrondslag. Dit is ook te begrijpen: de EU is er vooral in geïnteresseerd dat de in de Europese subsidieregelgeving neergelegde bevoegdheden en verplichtingen worden uitgevoerd.
In deze paragraaf wordt bezien in hoeverre het Nederlandse legaliteitsbeginsel vereist dat voor het toepassen van de Europese bepalingen over uit te voeren controles, op te leggen administratieve sancties en de intrekking en terugvordering van Europese subsidies een bevoegdheidsgrondslag is neergelegd in het nationale recht. In paragraaf 6.3.4.2 wordt ingegaan op de bevoegdheden tot het houden van controles. Paragraaf 6.3.4.3 ziet op de bevoegdheden tot het opleggen van Europese administratieve sancties. In paragraaf 6.3.4.4 wordt ingezoomd op de bevoegdheden tot intrekking en terugvordering van Europese subsidies. In dat kader valt een onderscheid te ontwaren tussen Europese landbouwsubsidieverordeningen waarin doorgaans precies is voorgeschreven in hoeverre recht op een Europese subsidie bestaat en dat, voor zover sprake is van onverschuldigd betaalde bedragen, de eindontvanger van de Europese subsidie verplicht is deze terug te betalen enerzijds, en Europese subsidieregelingen waarin aan lidstaten de verplichting wordt opgelegd om in geval van onregelmatigheden de noodzakelijke financiële correcties toe te passen anderzijds. In deze paragraaf wordt voorts ook ingegaan op de bevoegdheid tot het intrekken en terugvorderen van Europese subsidies en daarbij behorende nationale cofinanciering die als onrechtmatige staatssteun moeten worden aangemerkt. In paragraaf 6.3.4.5 wordt ten slotte afzonderlijk ingegaan op de vraag in hoeverre het Nederlandse legaliteitsbeginsel toestaat dat bevoegdheden worden ontleend aan subsidieovereenkomsten die op grond van de Europese subsidieregelgeving moeten worden gesloten. In paragraaf 6.3.4.6. volgt een tussenconclusie.