Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/10.3:10.3 Aanbevelingen voor sociale rechtsvorming in het algemeen
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/10.3
10.3 Aanbevelingen voor sociale rechtsvorming in het algemeen
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS579194:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In mijn onderzoeksvraag zit de aandacht voor sociale rechtsvorming in het algemeen niet opgesloten. Ik heb mij willen beperken tot het re-integratierecht. Toch is gaandeweg het onderzoek duidelijk geworden dat er een vaste plaats moet worden ingeruimd voor het streven naar het bereiken van flexicuritydoelen wil Nederland in de toekomst rekening (blijven) houden met de EU-eisen aan werkgelegenheidsbeleid. Nu hebben wij het resultaat van sociale rechtsvorming getoetst aan de sociaalrechtelijke waarden en beginselen, maar het is aan te bevelen dat al bij de totstandkoming te doen. Vandaar dat is gepleit om een beginselentoets, een flexicuritytoelichting en een voorrangsregel in te voeren bij sociale rechtsvorming (§ 4.8).
Enige inspiratie heb ik daarbij wel gehaald uit Duitsland. De centrale rol die grondrechten daar in het sociaal recht vervullen, maakt dat er meer aandacht is voor de fundamenten van rechtsvorming. Dat is niet zozeer gegrond op de spreekwoordelijke Duitse Gründlichkeit als wel op de geschiedenis én -in mijn inschatting- op het feit dat grondwettelijke toetsing van wetgeving mogelijk is.1 Het invoeren in Nederland van zo’n grondwettelijke toetsing gaat het bestek van dit boek vér te buiten, maar een beginselentoets in het wetgevingstraject kan een belangrijke stap zijn om consequent aandacht aan onderliggende waarden en beginselen te schenken. Volgens Scholten wordt recht immers gevormd doordat de wetgever (of de rechter) in de regelvorming verschillende rechtsbeginselen tegen elkaar afweegt.2 Nu lijkt het wetsvorming maar met een beginselentoets kan het rechtsvorming worden. Bijkomend is het argument dat daarmee een visie wordt uitgedragen, hetgeen tot een scherper en inhoudelijker maatschappelijk debat kan leiden. Dat bij de invoering van de WIA bijvoorbeeld slechts met een enkel woord is gesproken over het behoud van het risque social is spijtig. Een consequent doordenken of dat uitgangspunt nog steeds opgeld doet, was misschien gestimuleerd als de wetgever meer aandacht zou hebben gehad voor waarden en beginselen. Een beginselentoets voorkomt tegelijkertijd dat verwijten op gaan van ‘waardenloze’ wetgeving, ‘gereedschapsrecht’ of het beeld van de wetgever als windvaan.3
Ik ben mij er van bewust dat de catalogus van zes leidende sociaalrechtelijke waarden en beginselen die ik heb geschetst nog steeds een subjectief element in zich draagt. Het is mijn inschatting vanwat nu algemene, richtinggevende oriëntatiepunten zijn, die worden aangevoerd ter rechtvaardiging van de meer concrete normen in het sociaal recht en zo de eenheid en samenhang binnen het rechtssysteem bevorderen. Ik heb getracht dat te objectiveren door de link te leggen met verschillende rechtvaardigheidstheorieën en door de verschillende opvattingen in de literatuur te vergelijken. Ik benadruk nogmaals dat de daaruit blijkende waarden en beginselen niet in steen gebeiteld zijn en na verloop van tijd kunnen wijzigen. Als andere waarden en beginselen op enig moment een rol gaan spelen dan is daar uiteraard alle ruimte voor; alles draait om motivering, om ‘apply and explain’. De beginselentoets is er vooral op gericht om waarden en beginselen, welke dan ook, een vaste plaats te geven in het proces van rechtsvorming.
Aanbeveling 1
Er moet bij rechtsvorming op het gebied van het arbeidsrecht of het socialeverzekeringsrecht inzicht worden gegevenwelkewaarden en beginselen een rol spelen, welke waarden en beginselen geen rol toebedeeld krijgen én moet worden gemotiveerd waarom bepaalde waarden en beginselen in dat geval zwaarder wegen dan andere. Er moet tegelijk voor worden gezorgd dat bij rechtsvorming op het gebied van het arbeidsrecht of het socialeverzekeringsrecht een flexicuritytoelichting wordt gegeven, die er uit bestaat dat gemotiveerd wordt beschreven welk Common Principle van flexicurity wordt gediend met de betreffende wet- en regelgeving. Als blijkt dat met bepaalde rechtsvorming geen van de leidende sociaalrechtelijke waarden en beginselen wordt gediend, niet wordt gestreefd naar enig flexicuritydoel en/of juist onevenredig naar één flexicuritydoel dan moet een voorrangsregel worden toegepast. Die regel voorziet er in dat hetzij de wet- en regelgeving anders vorm krijgen, hetzij een andere afweging op waarden- en beginselenniveau wordt gemaakt, zodat wél een waarde of beginsel in acht wordt genomen én een flexicuritydoel wordt gediend.