V-N 2023/9.18
Verzuimboete wegens niet-tijdig doen van aangifte VPB verder verlaagd tot nihil
HR 03-02-2023, ECLI:NL:HR:2023:151, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2023
- Zaaknummer
22/01359
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS688949:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:151, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2023
- Wetingang
art. 9 lid 3 en art. 67a AWR; art. 2 lid 1 onderdeel d en e BPB
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de verzuimboete terecht is opgelegd, ook al is de aanmaning niet voorafgegaan door een herinnering om aangifte te doen. Gezien de financiële situatie acht het hof een boete van nihil passend en geboden. De verschenen gemachtigde die niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent, krijgt een reis- en verletkostenvergoeding. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X vraagt uitstel voor het doen van aangifte VPB. De inspecteur reageert niet op dat verzoek. Na te zijn herinnerd aan het doen van aangifte VPB vraagt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.