NJ 2025/166
Bedreiging met zware mishandeling, mishandeling door in gezicht en ogen te spugen en belediging benadeelde partij en immateriële schade.
HR 27-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:774
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/04635
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15887:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:774, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:318, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑08‑2023
- Wetingang
Art. 6:106 BW; art. 300 Sr
Essentie
Bewezenverklaring van mishandeling en belediging in de vorm van het spugen in het gezicht en de ogen van het slachtoffer en van bedreiging met zware mishandeling in de vorm van het gooien van een frituurpan in de richting van drie anderen. Bewezenverklaring van mishandeling in de vorm van het opzettelijk teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording toereikend gemotiveerd. Toewijzing van de vordering tot vergoeding van immateriële schade als gevolg van bedreiging met zware mishandeling onvoldoende gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zijn gezicht vlakbij het gezicht van het slachtoffer heeft gebracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.