NJB 2024/315
Een werkgever schrijft een brief aan zijn werknemer met als onderwerp ‘ontslag wegens sluiting’. Houdt deze brief een opzegging van de arbeidsovereenkomst in? Hoge Raad: Volgens vaste rechtspraak moet ter beantwoording van de vraag of een werknemer zijn dienstbetrekking vrijwillig heeft willen beëindigen, worden beoordeeld of sprake is van een daarop gerichte duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Deze maatstaf geldt niet in het geval dat moet worden beoordeeld of een verklaring van de werkgever een opzegging van de arbeidsovereenkomst inhoudt.
HR 26-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:111
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 januari 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
22/03165
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:111, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑01‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:776, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Een werkgever schrijft een brief aan zijn werknemer met als onderwerp ‘ontslag wegens sluiting’. Houdt deze brief een opzegging van de arbeidsovereenkomst in? Hoge Raad: Volgens vaste rechtspraak moet ter beantwoording van de vraag of een werknemer zijn dienstbetrekking vrijwillig heeft willen beëindigen, worden beoordeeld of sprake is van een daarop gerichte duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Deze maatstaf geldt niet in het geval dat moet worden beoordeeld of een verklaring van de werkgever een opzegging van de arbeidsovereenkomst inhoudt.
Partij(en)
De werknemer, adv. mr. I.L.N. Timp, vs. de werkgever, adv. mr. H.J.W. Alt.