JOR 2007/37
Tegenstrijdig belang, vertegenwoordigingsbevoegdheid
HR 08-12-2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ2655
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 december 2006
- Zaaknummer
C05/245HR
- LJN
AZ2655
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AZ2655, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑12‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AZ2655, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑12‑2006
- Wetingang
art. 2:256 BW
Essentie
Moedermaatschappij aansprakelijk voor verplichtingen van dochter: verwerping cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO
Samenvatting
Betrokkene is zowel bestuurder van Breda Industries BV (eiseres) als van haar 100% dochter, Breda Packaging BV. Op 17 februari 1998 heeft Packaging een koopovereenkomst gesloten met Interpolis (verweerster) met betrekking tot een perceel. Op dat perceel staat in aanbouw zijnde bedrijfsruimte waarvoor op dezelfde dag tussen Packaging en Interpolis een huurovereenkomst wordt gesloten. Bij beide transacties is Packaging vertegenwoordigd door betrokkene. Voor alle bepalingen in de koopovereenkomst heeft de moeder van Packaging, Industries, een concerngarantie afgegeven. De vraag is of Industries zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.