Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/366:366 Geldend recht: exclusieve bevoegdheid van de pandgever
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/366
366 Geldend recht: exclusieve bevoegdheid van de pandgever
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247248:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Stein 2006 (Vermogensrecht), art. 3:246, aant. 23.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een overeenkomst kunnen velerlei wilsrechten zijn opgenomen. Naar huidig recht moet worden aangenomen dat de uitoefening van dergelijke wilsrechten, niet zijnde rechten door de uitoefening waarvan de verpande vordering opeisbaar kan worden gemaakt, aan de pandgever is voorbehouden, nu een wettelijke grondslag voor uitoefening van deze wilsrechten van de pandgever door de pandhouder ontbreekt.1
Een uitzondering vormen de rechten van de houder van een pandrecht op de vorderingen uit een overeenkomst van levensverzekering om de levensverzekering te doen afkopen en om de begunstiging te wijzigen ten behoeve van de verzekeringnemer. Deze rechten heeft de pandhouder op grond van art. 7:984 BW.