Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/1.3.2.2:1.3.2.2 Wijze van verwijzen
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/1.3.2.2
1.3.2.2 Wijze van verwijzen
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS299247:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Gestel e.a. 2007, p. 1456; Asser/Vranken 2014, para. 94; Snel 2018, p. 255.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
35. Het gebruik van verwijzingen dient verschillende doelen.1 Ik heb geprobeerd de stijl van de verwijzingen in dit boek zo veel mogelijk te laten aansluiten op de verschillende doelen die ik met het opnemen van de verwijzingen heb beoogd.
36. Als ik een verwijzing opneem om een bewering te onderbouwen, een specifiek idee aan iemand toe te schrijven of de bron voor een citaat te vermelden, dan heb ik simpelweg de vindplaats opgenomen (zie bijvoorbeeld voetnoot 1 van dit hoofdstuk). Wanneer ik een opvatting in de literatuur bespreek, geef ik aan dat een auteur dit standpunt onderschrijft door de vermelding ‘Zie in deze zin…’ (bijvoorbeeld voetnoot 55 van dit hoofdstuk). Als een auteur een minderheidspositie in de literatuur inneemt, dan geef ik dat aan met ‘Een uitzondering vormt…’ (bijvoorbeeld voetnoot 32 van dit hoofdstuk). Wanneer ik het standpunt van een auteur voor onjuist houd, dan gebruik ik de verwijzing ‘Zoals gesteld door…’ (bijvoorbeeld voetnoot 48 van hoofdstuk 3). Wanneer ik een auteur aanhaal die een soortgelijk standpunt verdedigt als het mijne, maar over een ander onderwerp, dan gebruik ik de verwijzing ‘Zie in gelijke zin over onderwerp X …’ (bijvoorbeeld voetnoot 35 van dit hoofdstuk). Voor de geïnteresseerde lezer geef ik vindplaatsen om verder te lezen over een onderwerp aan met ‘Zie (hierover) …’ (bijvoorbeeld voetnoot 34 van dit hoofdstuk). Voorbeelden duid ik aan met ‘Zie bijvoorbeeld…’ (bijvoorbeeld voetnoot 16 van dit hoofdstuk).
37. Ik verwijs op drie manieren naar andere gedeelten van dit boek. De eerste manier is om in de inleiding van hoofdstukken simpelweg naar de paragrafen te verwijzen die ik aankondig. De tweede en derde manier gaan over het verwijzen naar geheel andere gedeelten van het boek. Ik gebruik de verwijzing ‘zie meer uitgebreid randnummer/paragraaf/hoofdstuk…’ als het onderwerp uit de hoofdtekst elders met meer diepgang besproken gaat worden (bijvoorbeeld voetnoot 3). Ik gebruik de verwijzing ‘zie randnummer/paragraaf/hoofdstuk…’ als een onderwerp al behandeld is (bijvoorbeeld voetnoot 78 van dit hoofdstuk). De verwijzingen zijn steeds zo specifiek als nodig; ik verwijs naar enkele randnummers als de verwijzing precies daar te vinden is en naar een paragraaf als de verwijzing enige context behoeft. Normaal gesproken vinden verwijzingen in de hoofdtekst plaats. Mocht de verwijzing voorzien zijn van een korte uitleg, dan is deze samen met de verwijzing in een voetnoot geplaatst om de hoofdtekst niet te veel te onderbreken. Ten slotte zijn er sommige voetnoten waarin ik naar aanleiding van de hoofdtekst een kleine uitleg geef, die anders te veel van de rode draad van de hoofdtekst zou afleiden (bijvoorbeeld voetnoot 8 van dit hoofdstuk). Het is een persoonlijke valkuil dit (te) vaak te willen doen; ik heb geprobeerd het tot een minimum te beperken.