De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.1:5.3.1 Geen verplichting tot ambtshalve toepassen art. 1 EP
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.1
5.3.1 Geen verplichting tot ambtshalve toepassen art. 1 EP
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370883:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het EVRM verplicht de nationale gerechten van haar lidstaten niet tot het ambtshalve toepassen van art. 1 EP, indien dit niet door één of meer van de procespartijen aan de orde is gesteld.1 Een klacht bij het EHRM omtrent art. 1 EP is zelfs niet ontvankelijk, indien de klager zich niet in de procedure voor de nationale instanties heeft beroepen op art. 1 EP.Idem. De Hoge Raad volgt hierin een vergelijkbare lijn. De Hoge Raad rekent art. 1 EP niet tot de openbare orde bepalingen die ambtshalve moeten worden toegepast, dus buiten het partijdebat om.2 Wel zal de rechter ambtshalve art. 1 EP als rechtsgrond moeten aanvullen, indien een partij zich heeft beroepen op daarin vervatte rechtsgevolgen en daartoe voldoende feiten heeft gesteld.3