De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.4.5:4.4.5 Wijzigingsbevoegdheid en goedkeuringsbevoegdheid
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.4.5
4.4.5 Wijzigingsbevoegdheid en goedkeuringsbevoegdheid
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387353:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Overheidsgoedkeuring
Wijziging van de stichtingsstatuten is, evenmin als oprichting van de stichting, op grond van het stichtingenrecht onderworpen aan toezicht door de overheid. Op grond van sectorwet- of regelgeving kan wel goedkeuring van een statutenwijziging door een voor de sector verantwoordelijk minister of departement zijn voorgeschreven. In verband met subsidieverlening kan de overheid zich (bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau) een goedkeuringsrecht voorbehouden, bijvoorbeeld bij een stedelijk museum. De overheid bedingt dan dat voor wijziging van alle bepalingen of sommige bepalingen, waaronder wijziging van het doel, voorafgaande goedkeuring van de overheid(sinstantie) vereist is. Hiermee kan de overheid voorkomen dat de door haar verstrekte gelden zonder goedkeuring aan een ander doel worden besteed dan het oorspronkelijke doel.
Betrokkenheid van de raad van toezicht bij doelwijziging
Indien de stichting een raad van toezicht heeft ingesteld, kan in de statuten voorgeschreven worden dat de raad besluiten tot doelwijziging moet goedkeuren. Ik meen dat een dergelijke goedkeuring van (of instemming met) besluiten tot doelwijziging een standaardbepaling zou moeten zijn in de statuten van iedere stichting die een raad van toezicht heeft ingesteld. De raad van toezicht dient mijns inziens bij dergelijke belangrijke besluiten betrokken te worden, onverminderd de betrokkenheid van anderen, zoals overheidsinstanties. Het betreft immers een besluit dat het karakter en het wezen van de stichting raakt: het eventueel aanwezige vermogen is doelgebonden en krijgt door doelwijziging een andere bestemming. Daarmee heeft het besluit mogelijk ingrijpende gevolgen voor de bij de stichting betrokken belanghebbenden.
In plaats van “slechts” goedkeuring door de raad van toezicht voor te schrijven, kunnen de statuten ook de (gehele) bevoegdheid tot doelwijziging toekennen aan de raad van toezicht. De raad van toezicht heeft in dat geval een zelfstandige bevoegdheid om, in plaats van het bestuur, te besluiten tot statutenwijziging. Hierbij rijst echter de vraag of een dergelijke bevoegdheid past bij de toezichthoudende taak en de positie van de raad van toezicht. Voor toekenning van deze bevoegdheid pleit dat de raad van toezicht meer afstand heeft van (de dagelijkse gang van zaken binnen) de stichting. Een onafhankelijke raad van toezicht weegt alle in aanmerking komende belangen af en is wellicht beter dan het bestuur in staat om te beoordelen of een nieuw doel nodig, passend en gerechtvaardigd is. Hiertegen pleit dat het een zware bevoegdheid is, die wellicht verder gaat dan toezicht houden.
Indien de raad van toezicht een dergelijke (zelfstandige) wijzigingsbevoegdheid heeft, dient hij hiervan terughoudend, met inachtneming van het voorstaande, gebruik te maken. Hij kan daarbij de voor de rechter geldende normen als richtsnoer nemen, dat wil zeggen: hij wijst zo mogelijk een doel aan dat aan het bestaande verwant is en houdt, zo mogelijk, rekening met de wil van de oprichter getransponeerd naar de huidige omstandigheden.
Als de overheid een goedkeuringsrecht heeft bedongen en er ook een raad van toezicht is die goedkeuringsbevoegdheid heeft, kan de vraag gesteld worden wat de verhouding tussen beide goedkeuringsbevoegdheden is. Een overheidsinstantie zal vooral kijken naar de besteding van de door haar ter beschikking gestelde gelden; is deze besteding onder het nieuwe doel nog steeds conform de oorspronkelijke subsidievoorwaarden en dient dit het publieke belang? De raad van toezicht zal op grond van zijn taak een bredere groep van belanghebbenden betrekken, aangezien leden van de raad van toezicht zich dienen te richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden organisatie, zoals de belangen van de oprichter maar bijvoorbeeld ook van crediteuren en werknemers.
Wettelijke betrokkenheid van de raad van toezicht bij doelwijziging
Indien een stichting (verplicht of vrijwillig) een raad van toezicht heeft ingesteld, moet de raad van toezicht naar mijn mening uit hoofde van zijn toezichthoudende taak toezien op de wijze waarop het bestuur gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om het doel te wijzigen, waarbij alle betrokken belangen in aanmerking worden genomen. De wetgever zou de betrokkenheid van de raad van toezicht bij doelwijziging, welke betrokkenheid een essentieel onderdeel vormt van de taak van raad van toezicht en in het belang is van de stichting en de daarbij betrokkenen, mijns inziens moeten formaliseren. De wet zou daartoe dienen te bepalen dat de raad van toezicht, indien deze is ingesteld, goedkeuring moet verlenen aan besluiten tot wijziging van het statutaire doel. Deze goedkeuring sluit niet uit dat de statuten ook goedkeuring van anderen, zoals een (belanghebbenden)orgaan, een overheidsinstantie of een andere derde, voorschrijven.