NJB 2022/2395
Noodweer en onttrekkingsvereiste, art. 41 lid 1 Sr: in casu kon het hof het noodweerverweer verwerpen nu de verdachte ruimschoots de mogelijkheid had om weg te rijden terwijl dit ook van hem kon worden gevergd. Daarbij kon het hof mede in zijn overwegingen betrekken dat het meer in de rede ligt dat men zich bij vuurwapengeweld met bekwame spoed uit de voeten maakt dan om stil te gaan staan en als potentiële schietschijf te dienen.
HR 11-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1416
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 oktober 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, J.C.A.M. Claassens, T. Kooijmans
- Zaaknummer
20/03931
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1416, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:778, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑08‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑05‑2021
- Wetingang
(art. 41 Sr)
Essentie
Noodweer en onttrekkingsvereiste, art. 41 lid 1 Sr: in casu kon het hof het noodweerverweer verwerpen nu de verdachte ruimschoots de mogelijkheid had om weg te rijden terwijl dit ook van hem kon worden gevergd. Daarbij kon het hof mede in zijn overwegingen betrekken dat het meer in de rede ligt dat men zich bij vuurwapengeweld met bekwame spoed uit de voeten maakt dan om stil te gaan staan en als potentiële schietschijf te dienen.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.