Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.3.6:9.3.6 Informatieverschaffing
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.3.6
9.3.6 Informatieverschaffing
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192777:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
493. De stemgerechtigde vermogensverschaffers zullen reeds over alle informatie over het akkoord beschikken. De stemgerechtigden zijn bovendien op de hoogte gebracht van de stemuitslag.1
Hoewel art. 383 Fw het niet voorschrijft, zal de aanbieder van het akkoord zijn homologatieverzoek in de praktijk met redenen omkleden teneinde de kans op toewijzing van dat verzoek te vergroten. De aanbieder heeft er doorgaans groot belang bij dat de homologatie van het akkoord geen onnodige vertraging oploopt. Hij zal de rechtbank dus informeren over het akkoordproces tot dan toe en alle beschikbare informatie overleggen.
Voor zover de rechtbank meent over onvoldoende informatie te beschikken om over het homologatieverzoek te kunnen oordelen, zou zij de aanbieder om aanvullende gegevens moeten kunnen verzoeken alvorens een beslissing te nemen. In de geschillenregeling is dat expliciet bepaald in art. 378 lid 7 Fw. Op grond van die bepaling kan de rechtbank de aanbieder van het akkoord een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. Deze bepaling is niet van overeenkomstige toepassing verklaard in de homologatiefase. Daaruit lijkt te kunnen worden afgeleid dat de rechter homologatie zou kunnen weigeren wanneer hij zich onvoldoende voorgelicht acht, hetgeen het belang van “full and frank disclosure” door de aanbieder nogmaals (terecht) zou onderstrepen.2