NJB 2021/583
Wet Zorg en Dwang. Arts bij de zorgaanbieder. Ambtshalve taak van de rechter. Hoge Raad: De rechtbank had ambtshalve moeten constateren dat niet was voldaan aan het destijds geldende wettelijk vereiste dat de medische verklaring is verstrekt door een arts die niet is verbonden aan de zorgaanbieder van de accommodatie waar de betrokkene verblijft. Niet van belang is dat dit vereiste inmiddels is vervallen
HR 12-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:226
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12 februari 2021
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
20/03136
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:226, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑02‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1218, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑12‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑10‑2020
- Wetingang
Essentie
Wet Zorg en Dwang. Arts bij de zorgaanbieder. Ambtshalve taak van de rechter. Hoge Raad: De rechtbank had ambtshalve moeten constateren dat niet was voldaan aan het destijds geldende wettelijk vereiste dat de medische verklaring is verstrekt door een arts die niet is verbonden aan de zorgaanbieder van de accommodatie waar de betrokkene verblijft. Niet van belang is dat dit vereiste inmiddels is vervallen
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. C. Reijntjes-Wendenburg, vs. het Centrum Indicatiestelling Zorg, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
In 2019 heeft de rechtbank een machtiging tot voortgezet verblijf verleend. In dit geding heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.