Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/3.3.1
3.3.1 Splitsing als belastbaar feit
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491435:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 8, lid 1, Wet VPB 1969 jo. art. 3.56, lid 1 jo. lid 5, onderdelen b en c, Wet IB 2001. Voor bepaalde gevallen zijn met het oog op de interactie met het deelnemingsregime nadere regels opgenomen in art. 13j Wet VPB 1969. De vervreemdingsfictie van art. 3.56, lid 1, Wet IB 2001 geldt ook voor binnenlands of buitenlands belastingplichtige IB-ondernemers en voor resultaatgenieters. Zie voor dit laatste art. 3.95, lid 1, Wet IB 2001.
Art. 17, lid 3, onderdeel b, art. 18, lid 5, Wet VPB 1969 jo. art. 4.16, lid 1, onderdeel d, Wet IB 2001. Laatstgenoemde bepaling geldt ook voor binnenlands of buitenlands belastingplichtige natuurlijke personen/aanmerkelijkbelanghouders.
Een vennootschapsbelastingplichtig lichaam kan niet alleen als splitsingspartner betrokken zijn bij een splitsing, maar ook als aandeelhouder, lid, schuldeiser, winstbewijshouder en/of optiehouder van de splitsende rechtspersoon. Voor binnenlandse belastingplichtige lichamen in deze hoedanigheden wordt de splitsing geacht een vervreemding te zijn van de aandelen of lidmaatschapsrechten in, vorderingen op, winstbewijzen en/of optierechten van de splitsende rechtspersoon.1 Dit geldt ook voor buitenlandse belastingplichtige lichamen waarbij de vermogenstitels en vorderingen behoren tot het vermogen van een in Nederland gedreven onderneming.2 De fictieve vervreemding zorgt ervoor dat een splitsing een belastbaar feit is. Er wordt een vervreemdingsresultaat gerealiseerd. Voor lichamen met aandelen of lidmaatschapsrechten in de splitser is dit resultaat mogelijk vrijgesteld op grond van de deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet VPB 1969). Ook bij een lichaam/winstbewijshouder en een lichaam/optiehouder kan de deelnemingsvrijstelling van toepassing zijn.
Een splitsing is (doorgaans) ook een belastbaar feit voor buitenlandse belastingplichtige lichamen met een aanmerkelijk belang in de splitsende rechtspersoon. Ook zij komen (in de regel) namelijk in aanraking met een vervreemdingsfictie.3